Die Ene Ster
Vannacht zat ik weer achter de PC. Grote mok cappuccino naast mij. Buiten nog donker. Zo'n donkerte die niet echt nacht meer is en ook nog geen ochtend. Dat tussenmoment. Alsof zelfs de dag nog twijfelt of hij er wel zin in heeft.
Vroeger lette ik daar nooit op. Donker was donker. Klaar.
Maar tegenwoordig zit ik meer te kijken. Naar lucht. Naar bomen. Naar kleine dingen die een mens vroeger gewoon voorbijliep zonder ze een tweede blik te gunnen. Misschien komt dat met ouder worden. Of met kanker. Of met dat rare besef dat tijd ineens geen oneindig groot magazijn meer lijkt, maar eerder een kelder waar ge af en toe denkt: pfff... er liggen precies minder dozen dan vroeger.
En ineens moest ik denken aan een gedicht dat ik las. Over een ster.
Geen grote heldhaftige ster uit een kerststal. Niet zo'n Hollywoodster die met veel lawaai aan de hemel hangt alsof iedereen verplicht is ernaar te kijken. Nee. Een klein, bibberend dingetje. Een koppige ster.
Terwijl de rest van de hemel al opgegeven had.
Iedereen kent dat beeld wel. Ge hebt van die periodes waarin mensen verdwijnen uit uw leven. Sommigen letterlijk. Sommigen stilaan. Vrienden die sterven. Contacten die verwateren. Dingen die ge vroeger graag deed verdwijnen. Zelfs stukjes van uzelf verdwijnen soms ongemerkt.
Lopen bv.
Of lezen. Jarenlang was dat mijn schuilplaats. Mijn kelder stond vol boeken. Duizenden. Ik kon verdwijnen in verhalen en er uren later weer uitkomen alsof ik een andere wereld bezocht had. En toen kwam dat vreemde moment waarop ik begon te vergeten wat ik gisteren gelezen had.
Dat zijn van die kleine begrafenissen waar niemand bloemen voor stuurt.
Ge verliest geen mens. Ge verliest een stukje van uzelf.
En toch... vreemd genoeg blijft er altijd iets over. Een klein koppig sterretje.
Niet groot genoeg om de hemel te verlichten. Zeker niet. Maar groot genoeg om te zeggen: vooruit dan maar. Nog één dag.
Nog een wandeling.
Nog een reisje.
Nog een blog.
Nog een mok cappuccino.
Misschien is dat ouder worden. Niet wachten op grote wonderen, maar leren leven van kleine lichtjes.
Want ik vermoed dat bijna iedereen zo'n ster heeft. Een reden die eigenlijk veel te klein lijkt om een mens recht te houden.
Een hond. Een partner. Een forum. Een herinnering.
Een boekje dat nog af moet.
Of gewoon de hoop dat morgen misschien een goeie dag wordt.
En ge merkt dat soms pas wanneer ge naar boven kijkt. Wanneer alles donker geworden is.
En er toch nog iets schijnt. Klein. Bibberend.
Maar koppig genoeg om te blijven.
En nou ja... misschien hebben wij uiteindelijk allemaal een beetje zo'n ster. Niet de helderste. Niet de grootste.
Maar nog altijd niet uitgedoofd.
5 reacties
Er staat een ster,
Hemelhoog.
Wit en oneindig ver,
Amper zichtbaar voor het oog.
Een ster waar wij nooit zullen raken,
Hoe snel onze raketten nog zijn.
Een ster die erover kan waken,
Wat wij hier op aarde aan het doen zijn.
Een ster, moeder of vader,
Toen oud in jaren, nu op een afstand van lichtjaren.
Nooit komt die ster weer nader,
Tussen soortgenoten moet zij zich scharen.
Een ster vol van herinneringen,
Die ons blijven vergezellen.
En ooit komt men ook bij ons aandringen,
En moeten ook wij het met het sterrendom stellen.
Onze tijd hier onder onze zonnenster,
In de melkweg, het heelal,
Is zo ongelooflijk beperkt,
Dat ons menszijn spoedig een ster worden zal.
Een ster, wees maar niet bang,
Je wordt de ster van Stan Van Samang.
Marc.👍👍
Stap voor stap afscheid nemen van wie je ooit was. Ik blijf het inderdaad een bizarre ervaring vinden. Toen ik na twee of drie jaar eindelijk terug een boek kon uitlezen, was dat dan ook alsof ik een beetje mijn oude zelf terugvond. Niet dus, want ik lees veel trager, ben sneller afgeleid, herlees alinea's soms vier keer... Maar 't is mijn klein bibberend sterretje. Een lichtje dat er nog is. Mooie wens van je!
Wat prachtig weer, zo herkenbaar beschreven. Het is ook verdrietig om het gevoel te hebben langzaam uit te doven. Al hebben je schrijfsels veel leven in zich. Hoop dat je toch nog lekker geslapen hebt .
Afscheid nemen hoort bij het leven, en het is niet definitief weg, want het is geweest, het heeft bestaan, en heeft bestaansrecht gehad.
Maar in mijn ervaring is afscheid makkelijker als je besproken hebt, wat er besproken kan worden, gezegd wat er gezegd kan worden, en gevraagd wat er gevraagd kan worden.
Zo werkt het voor mij, en misschien niet voor iedereen.
Mijn ouders zijn inmiddels als 14en 10 jaar niet meer in leven, ik heb er vrede mee, ze hebben een goed leven gehad, zijn binnen hun mogelijkheden, goed ouders geweest.
En dat sterretje dat niet weggaat, dat is het stukje van hen dat in mij voortleeft..
Als ik er straks niet meer ben, schuift dat een generatie op, en is het goed.
Dat je die ster zíet
betekent dat je bént
dat je die ster ziet
betekent dat je zíet
misschien met een weemoedig hart
wat je zag
verschanst zich in dat hart
omdat het zág
Je bent niet alleen
er zijn er velen met jou
niet iedereen
ervaart die bittere kou
van zíen wat je raakt
omdat je weet
dat je dat kwijtraakt
toch
je bent geen ster die verdwijnt
je hebt een speciale kracht
jouw jij blijft bestaan
in elke donkere nacht
kan iedereen
nog aan je denken
daarmee licht
aan elke kleine ster schenken
Het is wellicht een schrale troost. Maar zoals wij weten dat vele anderen in ons voortbestaan, zullen ook wij in de harten van anderen blijven bestaan.
Toch voorlopig willen we die stap nog niet genomen hebben...