Michelin

Ze zijn weer uitgedeeld, die Michelinsterren.
Altijd zo’n moment waarop ge ineens beseft dat België — hoe klein ook — toch een beetje een vreemd land is.

Want als ge het bekijkt doen wij dus echt goed. Niet een beetje goed, maar echt goed. Per kop van de bevolking zitten we bij de absolute top. Dubbel zoveel sterren per miljoen inwoners dan Nederland, en driedubbel zoveel  dan Duitsland, waar ze nochtans plaats genoeg hebben om potten op het vuur te zetten.
En dan zit ge daar tussen de frituur op de hoek en de bakker waar ge al twintig jaar uw pistolets haalt. In een land dat tegelijk tot de culinaire wereldtop behoort.

Alleen Frankrijk — ja, het grote, zelfverklaarde land van de haute cuisine — komt wat in de buurt. Maar ja… die hebben er hun beroep van gemaakt.
Het is dus wel geweten: Belgen zijn Bourgondiërs. Mensen die graag eten, graag drinken, graag tafelen. Niet te ingewikkeld, maar wel goed. Liefst zelfs heel goed.

Maar nu de praktijk : Michelin.

Altijd een beetje hetzelfde gevoel: schoon om naar te kijken, maar ge weet op voorhand dat het u geld gaat kosten nog vóór ge binnen zijt.
Overal sterren, overal chefs die met pincetten werken alsof ze een operatie aan het uitvoeren zijn in plaats van een stukje vis op een bord te leggen.

Voor één sterretje vindt ge nog wel iets onder de honderd euro, als ge goed zoekt. Heel goed zoekt.
Maar eerlijk… dat is zo’n beetje het voorgerecht van de rekening.
Want dan begint het.

Een aperitiefje — want ja, ge zijt toch niet voor niks gekomen.
Een wijntje per gerecht — “perfect afgestemd”, zeggen ze dan, en ge knikt braaf.
Een  Pousse Café of iets anders achteraf.
En voor ge het goed en wel beseft zit ge, tegen dat ge terug buiten zijt, aan driehonderd euro.

Twee sterren? Dan zit ge al rap aan tweehonderd, driehonderd voor het menu alleen.

Per kop.

Drie sterren… ja, daar moet ge eigenlijk al niet meer normaal over nadenken. Driehonderd, vierhonderd euro, en met drank erbij gaat dat vlot naar vijf- of zeshonderd. Of meer.

Per kop.

Dus met twee… ja, reken zelf maar. Minstens duizend euro. Of vijftienhonderd. Zonder dat iemand zich daar nog over verwondert.

En daar zit ge dan, als brave, waarschijnlijk gewoon wat arme Belg, te denken: ga ik nu echt meer dan de helft van mijn pensioen op tafel leggen… om eens te gaan eten?

Misschien is dat ook wel omdat wij hier, ondanks al ons geklaag, verdomd goed zitten. Zeker als kankerlijers. Het grootste stuk van die medische mallemolen wordt terugbetaald. Behandelingen, onderzoeken, scans, pillen met namen waar ge een lichte beroerte van krijgt als ge ze probeert uit te spreken… ge wordt er niet ook nog eens financieel onder begraven.

Misschien laat dat bij sommige mensen wat ruimte om op een ander vlak eens compleet uit de bocht te gaan. Om één keer niet verstandig te zijn. Eén keer niet te rekenen. Eén keer te zeggen: foert, ik leef nog.
Ik sprak een tijdje geleden een lotgenoot die mij vertelde dat ze daar gewoon een heel jaar voor spaarde.
Een jaar, voor één avond.
En toen klonk het plots anders. Niet meer als geldsmijterij. Maar als iets waar ge naartoe leeft. Iets dat ge uzelf gunt, ondanks alles.

Maar nee hoor. Voor mij niet.

Die kankercellen van mij gaan het met minder moeten doen.
Een simpel menu. Geen sterren. Geen gezever.
zo'n driesterrenmenu is genoeg voor een heel jaar tête-à-tête.
Stokbrood, kaas, een fles wijn, een toet die nergens op slaat maar waar ge toch gelukkig van wordt

Geen uitleg. Geen gedoe. Geen saus die ge moet interpreteren.

Gewoon eten.

Een cappuccino die te heet is.
Een boterham waar ge niet over nadenkt.
Een wandeling die misschien net te ver is… maar soit.

En vooral: rust.

Want als ge eerlijk zijt — en dat wordt ge vanzelf — maakt het eigenlijk geen bal uit hoeveel sterren er op uw bord staan.

Als ge er zelf niet meer van kunt genieten, kunt ge evengoed op een kartonnen bord eten.

En als ge nog wél kunt genieten…
dan is een stuk stokbrood soms al meer dan genoeg.

12 reacties

Nou, ik hoef geen Michellin sterren voor een goede Vlaamse maaltijd.... Ik zeg heerlijke raclette, vergezeld met een vernuftige Belgische Pint en als een toetje een Eclaireke.... krijgt van mij gewoon drie sterren ❤️

Maar eerlijk is eerlijk, soms luxe uit eten (verder dan 1 ster ben ik overigens nooit gekomen en dat was eerder bij toeval dan dat we er bewust voor kozen) is best leuk. 

Laatst bewerkt: 05/05/2026 - 19:47

Al die sterren, mij niet gezien. Ik hoop dat ze groot genoeg zijn om er mijn achterste mee af te vegen wanneer mijn eten verteerd is. Als ik al erg naar het toilet moet, die porties zijn voor mij erg aan de kleine kant.

En dan die maniertjes die je in die chique zaken moet hebben. Een verkeerde beweging en je wordt al langs de vier windstreken bekeken. Etiquette is al wat telt. Driesterrenrestaurants trekken mensen aan die op ons neerkijken...

Sterren...nee, laat zitten, ik zie er sterren van.

Marc.👍👍

Laatst bewerkt: 05/05/2026 - 22:23

Het is voor mij het grootste genot: lekker gaan eten met heel goede vrienden. Zij zijn fijnproevers, ik heb een minder verfijnde smaak dus ik geef daar dan ook niet zoveel geld aan uit. Gezien ik weinig tot niets ruik, kan ik ook die subtiele kruidingen en zo meestal niet ontdekken. Maar ik weet wat ik lekker vind. En vooral wat ik leuk vind. Het eten is vooral sociaal. En man, wat geniet ik daar dan van!

Laatst bewerkt: 06/05/2026 - 10:29

Gek op restaurants in België! (überhaupt gek op België) Maar die sterren hoeven van mij ook absoluut niet. 
We gingen een paar jaar terug best nog wel eens uit eten maar na de zoveelste ‘niets bijzonders’ en teleurstellende bediening waren we er wel klaar mee. Daar komt bij dat ik heel erg bof dat mijn lief eigenlijk zelf veel lekkerder kan koken. 

Laatst bewerkt: 11/05/2026 - 12:45