Naam gezocht

Ze noemen dat dus chemobrein.

Een schoon woord voor een hoofd dat soms draait als dat oud campertje van mij in de winter: veel lawaai, een hoop gerammel, en ge moet het af en toe eens een flinke tik geven voor hij weer netjes op gang komt.

Mevr willy kent dat ondertussen. Die ziet mij dan zo staan en schudt heel traag met haar hoofd, een beetje zoals ge naar een hond kijkt die vol enthousiasme een stok gaat zoeken die ge nooit hebt weggegooid.

Meestal valt dat eigenlijk nog best mee — of beter gezegd: het went. Ge zoekt een bril terwijl hij op uw neus staat, ge vindt de suikerpot terug in de koelkast, en ge loopt naar boven om iets te halen om daar dan boven aan de trap te staan zonder nog te weten wat ge daar eigenlijk kwam doen. Achteraf kunt ge daar meestal nog om lachen, zeker omdat het alternatief veel te vermoeiend is.

Alleen, af en toe haalt dat chemobrein een stunt uit waarvan ge denkt: allez, dat was nu misschien toch een brugje te ver.

Gisteren had ik nog gezellig zitten appen met iemand.
Een lotgenoot, iemand van het soort waar je zonder veel uitleg meteen op dezelfde golflengte zit. Wat heen en weer berichten, een beetje gebabbeld over dat Smoelenboekje, waar zij eventueel iets in wou schrijven — gewoon zo’n gesprek dat vanzelf loopt, zonder haperingen of zoeken naar woorden, het soort babbel waarbij ge achteraf denkt: dat ging weer eens vanzelf.

En dan, vanmorgen…

Ping. Een berichtje op WhatsApp.
Van haar.

Ze schreef iets in de aard van dat haar meldingen verdwenen waren, dat ze het raar vond en dat ze even wilde checken of alles nog klopte.

En dan zat ik daar naar dat scherm te kijken zoals een hond naar een schaakbord, met zo’n blik waarvan ge zelf ook niet goed weet wat ge daar nu eigenlijk mee moet. Want plots drong het tot me door dat ik niet meer wist met wie ik gisteren had zitten praten: geen naam, geen enkel aanknopingspunt — alleen een bericht van iemand die mij duidelijk kende.

Dus begon ik te zoeken. Ge scrolt omhoog, leest de berichten opnieuw, alsof daar ergens tussen de regels plots een naam zal opduiken die ge over het hoofd hebt gezien. Maar nee — niks.
En zeggen dat WhatsApp alles gewoon braaf bijhoudt onder “contactinfo”. Alleen moet ge er dan wel aan denken om daarop te klikken.
Niet dus.

Pfff. Zo’n moment waarop ge even naar het plafond kijkt en denkt: hoe ga ik dit nu weer oplossen zonder mij compleet belachelijk te maken. Uiteindelijk heb ik het dan toch maar gedaan en een berichtje teruggestuurd met de vraag of ze mij nog eens wilde zeggen hoe ze heette. Ze snapte het wel hoor — kankerlijers onder elkaar, daar wordt geen spel van gemaakt. Maar toch… het wringt.

Nou, zolang ik nog weet waar de koffiemachine staat en zolang Mevr willy nog hoofdschuddend toezicht houdt, geraak ik er meestal wel weer uit.

Al moet ik toegeven dat ik sinds gisteren, als ik app, eerst eens check of ik nog weet met wie ik eigenlijk bezig ben — voor ik weer begin te typen.

10 reacties

Een chemobrein,

Begint klein.

Dingen worden stilletjes vergeten,

Die je nog hoort te weten.

Het lijkt op dementie,

Maar het komt door al die vieze troep.

Troep in je lichaam via een infuus,

Zonder ook maar enig excuus.

Je vergeet namen,

Van vrienden, van familieleden.

Je gaat je nog schamen,

En weinigen kennen de echte reden.

Chemobrein, hormoontherapie,

Zestig, zeventig wordt het nieuwe vijfentachtig.

Al komt het kwaad heel gezapig,

Je bent totaal onmachtig 

Marc.🙏🙏

 

Laatst bewerkt: 17/04/2026 - 11:18

Ik moet hier toch ook een beetje om lachen, eerlijk gezegd. 
Zelf niet ziek, maar Ed wel - en toch herken ik dat 'verdwalen in eigen hoofd'. Naar boven lopen en niet meer weten waarom of naar de winkel gaan en met van alles thuiskomen, behalve waarvoor ik ging ...  tja. 

Met alle eerbied voor het chemobrein hoor - waar Ed overigens ook wel eens graag mee schermt, jaja, echt waar 😉. 

En mooi dat je het gewoon gevraagd hebt! 

 

Laatst bewerkt: 17/04/2026 - 17:59