Nachtwerk

Het is weer zo’n uur.
Te laat om nog van avond te spreken, te vroeg om het al ochtend te noemen.
De rest van het huis slaapt. Of doet alsof.

Ik zit achter mijn pc. Niet eens echt rechtop. Een beetje voorovergezakt, alsof mijn lijf zelf ook niet goed weet wat het nog wil. Naast mij staat een mok cappuccino. De derde al, geloof ik. Of de vierde. Dat weet ik nooit zo precies. Dat is ook niet belangrijk.

Het scherm voor mij is niet leeg. Dat is het zelden. Er staan al woorden. Oude zinnen. Dingen die ik eerder begon en liet liggen. Soms lees ik ze even terug, knik ik alsof ik het ermee eens ben, en laat ze dan toch staan waar ze staan. Niet vandaag.

Ik zit hier niet omdat ik per se iets te zeggen heb.
Eerder omdat ik anders te veel zou denken.

’s Nachts werkt mijn hoofd anders. Trager, maar ook eerlijker. Overdag ben ik bezig met doen, regelen, reageren. ’s Nachts komt alles wat geen plek had alsnog aankloppen. Niet luid. Meer zo’n zacht, koppig getik dat je niet kan negeren.

Ik neem een slok cappuccino. Lauw ondertussen. Dat gebeurt altijd. Ik vergeet hem te drinken zolang hij warm is.

Soms vraag ik me af waarom ik eigenlijk nog begin aan een tekst op dit uur. Ik weet dat ik morgen een deel ervan weer zal schrappen. Of alles. Dat ik dan zal denken: waar was ik mee bezig?

Maar toch begin ik. Altijd weer.

Niet omdat ik inspiratie voel. Dat woord gebruik ik al lang niet meer. Het klinkt te opgewekt. Te vrijwillig.
Eerder omdat stilzitten zonder iets neer te schrijven ook niet lukt. Dan blijft alles in mijn hoofd rondzwerven, en daar wordt het alleen maar drukker van.

Wat ik nu typ, hoeft nergens naartoe. Het hoeft niet slim te zijn, niet mooi, niet afgerond. Het moet alleen even ergens liggen, buiten mij. Dat is genoeg.

Ik kijk naar het scherm. Nog een zin erbij. Misschien nog één.
De cappuccino is nu echt koud.

Straks sluit ik alles af. Dan kruip ik terug in bed, naast iemand die al slaapt, en doe ik alsof deze nacht ook gewoon voorbijgegaan is zoals alle andere.

Maar dit moment — dit suffe uur, dit licht van het scherm, deze halflege mok — dat was er toch maar weer.
En blijkbaar had het ergens een paar woorden nodig.

7 reacties

Ik vraag me altijd af hoe je overdag functioneert op zo weinig slaap... En probeer me voor te stellen hoe het is om niet te kunnen slapen. Zelf ben ik altijd al een goede slaper geweest. Als ik één keer wakker word gedurende een nacht van acht uur, dan heb ik "slacht geslapen". De keren dat ik echt lag te woelen, zijn uitzonderlijk en gaan vaak na enige nachten voorbij. 's Nachts zijn mijn gedachten ook donker, vijandig en negatief, waardoor ochtendlicht ook daadwerkelijke verlichting is. De dag relativeert. Boeiend om te zien hoe anderen een andere beleving kunnen hebben. Als het kon, gaf ik je nachten van diepe slaap cadeau!

Laatst bewerkt: 09/01/2026 - 10:42

De nacht slaapt,

De nacht waakt.

Een man schrijft recht voor de raap,

Maar toch, o zo raak.

Slapeloosheid,

Geeft ook inspiratie.

Inspiratie, niet uitgebreid,

Een vage indicatie.

Schrijven,

Omdat de pen je tot de orde roept.

Op het donker drijven,

Rustig en zonder troep.

Nachtrust duurt lang,

Decapeptyl is een wekker.

Je plast wat maar niet lang,

De laptop toont zijn stekker.

En zo ga je weer dichten,

Bloggen, je zinnen richten.

De nacht laat een vaalblauw licht schijnen,

Tot je oogleden zich weer sluiten als gordijnen.

 

 

Laatst bewerkt: 09/01/2026 - 15:02