Koud
Soms zit ik gewoon naar mijn cappuccino te staren. Geen idee waarom. Alsof dat ding mij iets gaat uitleggen over mijn lijf. Doet het natuurlijk niet. Het staat daar maar. Ik waarschijnlijk ook.
Kanker is voor mij ondertussen gewoon dat gezeur dat altijd ergens tussendoor komt. Niet dramatisch. Niet heldhaftig. Gewoon dat gedoe waardoor sokken aantrekken al een halve onderneming is. Er is altijd wel iets dat trekt of pruttelt. Ik ben gestopt met raden wat het weer moet voorstellen.
Dat ik nog opsta ’s morgens heeft niks met moed te maken. Blijven liggen is kouder, dat is alles. En mijn rug begint dan te zagen. Dus ja, ik kom overeind. Niet omdat ik wil, maar omdat het anders nog meer last geeft.
Het zijn de kleine dingen die het lastig maken. Een witte jas die net iets te lang kijkt. Een nacht waarin je niet weet waarom je wakker ligt maar toch blijft draaien. Een pijntje waarvan je nu al weet dat het morgen niet weg zal zijn. Je zegt daar niks over, je doet er niks mee, maar het gaat ergens zitten. Meestal in je humeur.
De dagen zelf… ja, wat zal ik zeggen. Het voelt niet als stappen zetten. Het is eerder schuiven. Van cappuccino naar tafel, van tafel naar buiten, van buiten terug naar binnen omdat één kilometer toch weer te optimistisch was. Dan ga je zitten en denk je: het valt mee. Of het valt niet mee. En de dag erna begint hetzelfde circus opnieuw.
Het leven wordt kleiner, merk ik. Niet per se slechter, gewoon kleiner. Minder om naar uit te kijken, meer om te regelen. Een lijf dat onderhandelt als een slechte advocaat. Een hoofd dat af en toe teveel commentaar levert. En die cappuccino die tenminste altijd hetzelfde smaakt. Dat is dan het beste nieuws van de dag.
Ik zou graag zeggen dat ik telkens weer “overeind krabbel”, maar dat klinkt alsof ik daar moeite voor doe. Meestal sta ik gewoon recht omdat ik naar het toilet moet. Of omdat die cappuccino anders koud wordt. Meer is het niet. Maar goed, recht is recht.
Waarom ik dat blijf doen?
Geen idee.
Blijven liggen wordt koud.
En een koude cappuccino — dat is echt voor niemand goed.
6 reacties
Ook jij hebt een kamasutrabed nodig, het lijf blijft ideaal ondersteund. Zo goed zelfs, dat je je buik als cappuccino tafeltje kunt gebruiken.
Kun je de koffie warm opdrinken.
Meer dan herkenbaar, enkel met zwarte koffie ipv cappucino!
Willy, Je titel zegt mij veel.
Dat kleinere leven is eigenlijk afgedwongen en je maakt er het beste van. Ik vind dat je het toch maar verdomde goed doet in alle beperkingen die je ontmoet. Dat raakt me en in gedachten omarm ik je even. Anne van de Pals.
Je wereld wordt steeds kleiner op deze manier en je leverd te vaak iets in ,rottige rot kanker neemt stilletjes alles van je af ,dus maar even een troostknuffel en nee ik weet het alles wordt daar niet minder van
Dikke knuffs hes🫂🫂
Ik ben blij dat jij het allemaal zo goed verwoordt wat er in je omgaat, het is of ik mezelf hoor praten. Voorlopig blijf ik mijn dingetjes doen en ik rommel maar wat aan.....dat zei mijn schoonmoeder altijd....... halen we nog vaak aan, zo had zij wel meer van die gevleugelde uitspraken.
Ja, je wereld wordt steeds kleiner, wel volg ik het nieuws en de actualiteiten als nooit tevoren. Waarom eigenlijk? Kan ik geen goed antwoord op geven, het interesseert me gewoon meer dan vroeger.
Je verandert enorm als je kanker of een andere ongeneeslijke ziekte hebt en de medicaties die je krijgt wakkeren dat alleen nog maar verder aan.
Hoe lang heb ik nog? Hoe gaat het morgen? Ga ik morgen fietsen? Ga ik wandelen?
Je piekert wat af en ook al ben ik niet depressief, soms steekt dat wel de kop op en bij veel muziek krijg ik het te kwaad met mijn emoties of zoals gisteren bij Pauw en de Wit toen ik de man van Eva Hermans Kroot zag zitten met Thom Hoffman.....en dan die beelden van die dappere meid......pffffff..................nu schiet ik echt vol...
Je wereld is/wordt kleiner...zo herķenbaar!