Het Laatste Sterrenstelsel

Dikwijls denk ik eraan terug. Aan die tijd dat ik een echte boekenwurm was. De tijd tijd dat ik alles las wat een kaft had. Non-fictie, biografie, geschiedenis, filosofie. Maar ook actie, avontuur, misdaadromans, gruwelijke thrillers, spionagedossiers met ingebouwde minirock. Ik las wat los en vast zat: over de brand van Rome, de slag bij Gettysburg, het brein van Einstein of van de moordenaar.

Maar bovenal was ik verslaafd aan sciencefiction. Space opera. Verre planeten. Denkende robots. Verdwenen beschavingen. En vooral: de eindeloze ruimte — een wereld waarin wél orde heerste. Want in het heelal kon het kwaad tenminste verslagen worden met een hyperstraal, een rationele analyse of de hulp van een positronisch brein. Rekken vol galactische kronieken, kartonnen dozen met raketten op de kaft, en een nachtkastje dat meer op een lanceerplatform leek dan op een meubel.

Tot het chemobrein toesloeg.

Plots begon ik op bladzijde 210 te twijfelen: was die ene planeet nu vóór of na de supernova vergaan? En wie was die robot ook alweer — R. Giskard of R. Daneel? En had de hoofdpersoon nu die hersenchip al geïmplanteerd, of niet? Lezen werd als navigeren door een wormgat zonder coördinaten. Tegen dat ik wist waar ik zat, was het boek alweer voorbij. En ik dus ook.

Lezen ging niet meer. En dat doet pijn. Want lezen was reizen — niet in kilometers, maar in lichtjaren. En ik was een intergalactische zwerver van de beste soort.

Zij die mijn oude blogs nog herinneren, weten dat ik toen alles heb weggedaan. Mijn hele kelder geruimd. Honderden bananendozen vol boeken naar de kringwinkel gesjouwd. Alles, behalve de sciencefiction. Die kon ik niet loslaten. Die boeken waren geen ballast. Dat waren kompassen. En herinneringen. Broze pockets uit een tijd waarin papier nog rook naar toekomstverwachting. Asimov, natuurlijk. Maar ook Clarke, van Vogt, Brunner, Silverberg, Philip K. Dick. En ja, zelfs Perry Rhodan — al durf ik dat alleen in kleine kring toe te geven.

Honderden boeken zijn het nog, een hele wand vol in de kelder. En regelmatig, op een stille middag,  zet ik me daar neer op een stoel.  Dan pak ik zo’n vergeelde pocket vast, ruik eraan,  en ben ik weer ergens in sector Z-Alpha, planeetklasse M, met een vreemdsoortig wezen dat via telepathie communiceert en een ruimtemissie saboteert. De geur van oud papier en oude dromen. Onweerstaanbaar.

En dan komen ze terug: de werelden waarin ik mij thuis voelde. Trantor, met zijn planeetomspannende stad. De Foundation, die orde bracht in een sterrenrijk dat uit elkaar viel. Arrakis, de genadeloze zandplaneet, waar reusachtige zandwormen onder het oppervlak loerden en de lucht zinderde van spice — dat wonderlijke stofje dat zicht gaf op de toekomst, maar een hoge tol eiste van lichaam en geest. De robotwetten, die mij leerden dat logica soms menselijker is dan de mens zelf. En dat moment waarop een jongen van veertien zijn eerste boek van Asimov opensloeg en voelde: hier hoor ik thuis.

Ik heb nooit op Mars gewoond, nooit met warp drive gevlogen, nooit een robot mijn schoenen laten poetsen. Maar in mijn hoofd was ik erbij. Ik was erbij toen de aarde werd geëvacueerd. Toen de Eerste Galactische Oorlog uitbrak. Toen een eenzame computer ontdekte dat ze zélf de mensheid moest beschermen tegen haar eigen domheid.

En dat is het mooie aan oude boeken. Ze brengen je terug naar het land van het Grote Heimwee — dat bij mij dus niet in de Ardennen lag, maar ergens op 23 parsec van de Grote Beer.

Ze herinneren me aan wie ik was. Aan een tijd vóór de kanker. Vóór het vergeten. Toen ik nog moeiteloos drie tijdlijnen, zes planeten en een cast van dertig personages uit elkaar kon houden. Toen mijn hoofd nog werkte zoals het universum van Asimov: ordelijk, logisch, klaar voor elk denkexperiment.

Nu is dat hoofd vaak een nevelzone. Vol mistbanken waar ooit sterren hingen. En toch blijf ik het proberen. Regelmatig neem ik een boek vast — met hoop, met koppigheid, met iets wat misschien wel op ontkenning lijkt. Dan blader ik, herlees de eerste pagina’s, zoek houvast in namen en planeten, probeer me vast te klampen aan de draad van het verhaal.

Maar telkens weer glippen de zinnen weg. De verhaallijnen vervagen. En halverwege een bladzijde weet ik niet meer wie wie was, of waarom ik eraan begonnen was. Lezen is geen ontsnapping meer, maar een confrontatie — met het verdwijnen. En dat doet pijn. Elke keer opnieuw.

Toch leg ik ze niet weg. Ik blijf ze aanraken, die broze kaften. Het vergeelde papier. Ik ruik eraan zoals je aan een herinnering ruikt, alsof geur kan opwekken wat woorden niet meer kunnen. En dan, heel even, ben ik weer onderweg. Niet met warp drive, maar met iets kwetsbaarders: verlangen.

En dan fluisteren ze zacht, met een stem uit een ander sterrenstelsel:
“We zijn er nog. En jij ook.”

Genoeg is het niet. Maar het is al wat er rest.

14 reacties

Oooo, wat herkenbaar! 

Ik heb nog geen boek weggedaan, dat kan ik niet, maar lezen geeft geen plezier meer. Ik kan niet meer verdwijnen in de verhalen, want ik onthoud niet wat ik eerder heb gelezen en mijn ogen zijn door de chemo hard achteruit gegaan en ik kan niet meer zonder leesbril. En in bed liggen lezen met een leesbril is me ook nog steeds niet gelukt. 

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 08:22

Boeken lezen,het is een verrijking voedsel voor je brein. Ook een grote hobby van me ,ook kasten vol.Maar sinds de medicatie valt ook dat tegen. Kocht ik voorheen een boek  plofte neer op een stoel en las hem soms in 1 adem uit. Nu na 3 a 4 pagina 's verslapt de concentratie en leg het aan de kant .(spaart wel een hoop geld uit) koop veel minder boeken.Uw mooie blogs komen voort uit jaren lang lezen  en verrijken van uw geest.Blijf lezen schrijven.(heb trouwens zin in die kriek cake).

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 08:26

Van iemand die àltijd wel iets aan het lezen was, ben ook ik verworden tot iemand die nog net een krantenartikel kan volhouden, maar meer ook niet. Het is een enorm gemis, dat kunnen verdwijnen in de wereld, in je hoofd, in het verhaal dat zich voor je ontvouwt. Die charme verdwijnt als lezen hard labeur wordt... 

Gelukkig zijn er nog blogs zoals die van jou. Verhaaltjes die boeien, doen denken, doen lachen...

Frappant hoeveel mensen hier het lezen moeten missen...

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 10:25

Ja, valt op.
Het moeilijkst mee om te gaan zijn niet die boekverhalen die ik vergeet, maar de blogs van lotgenoten. Elk blog dat ik lees en dat ergens naar iets van vroeger verwijst, moet ik de oude blogs gaan opzoeken en herlezen . Pfff
En, al dikwijls gevraagd aan de community, gewoon effe snel terugscrollen naar een vorig blog kan je dus niet .

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 10:49

Ik ben gelukkig weer in staat om een boek te lezen ondanks mijn chemobrein en de invloed van de anti-hormoontherapie. Al is het wel veranderd. Kon ik voorheen bij wijze van spreke exact aanwijzen waar een bepaalde passage stond, ben ik nu blij dat de strekking van het verhaal en de hoofdfiguur in mijn herinnering blijft hangen. Maar 40 à 50 pagina's achtereen lezen lukt gelukkig weer.

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 11:05

Oh heerlijk dat onderweg zijn in een boek. Ik verslond de Ludlum reeks in no time.

Ik doe het te weinig mede ook omdat ik soms kwijt ben wat ik daarvoor gelezen heb.

Geen idee of bij mij het chemobrein er de oorzaak van is want kan films kijken alsof ze nieuw uitgebracht zijn en gaandeweg tot de ontdekking komen dat ik m al (soms meerdere malen heb gezien)

 

Laatst bewerkt: 25/10/2025 - 11:45

Boeken lezen, ik doe het te weinig. Daar is dat mobieltje hier debet aan.

Aan een boek ruiken dus niet meer. Al kan ik er goed bij dat de geur van een boek je kan terugbrengen naar een verleden. Toen alles nog anders was.

Planeten, ik was er wat geïnteresseerd in in mijn vroege tienertijd. En dan vooral in de mogelijkheid van buitenaards leven. Leven dat men zeker in ons eigen leven nooit zal ontdekken vanwege de duizelingwekkend grote afstanden waarin men goochelt met lichtjaren.

Marc. 👍👍

Laatst bewerkt: 26/10/2025 - 22:50

 "Singularity" is geschreven door Marie Howe, geïnspireerd door het werk van Stephen Hawking over de singulariteit waaruit het universum zou zijn ontstaan. Het verkent de gedachte van een oer-eenheid, waar we voor onze geboorte allemaal één waren, zonder individualiteit of dualiteit ("I" of "we"), en reflecteert op onze huidige staat van eenzaamheid tegenover deze oorspronkelijke verbondenheid. 

 

Singulariteit   

Marie Howe   (naar Stephen Hawking)


Wil je soms wakker worden
in de singulariteit die we ooit waren?
zo compact dat niemand een bed,
eten, of geld nodig had —
niemand die zich verstopte in het schooltoilet,
of alleen thuis de la opende waar de pillen liggen. 

Voor ieder atoom dat mij toebehoort
zo goed, toebehoort aan jou.
Herinner je je dat nog?
Er was geen Natuur. Geen hen. Geen tests
om te bepalen of de olifant rouwt om haar kalf of als het koraalrif pijn voelt. 

Afvaloceanen spreken geen Engels, Farsi, of Frans;
hadden we maar kunnen ontwaken
in wat we waren —
toen we oceaan waren, en daarvoor
toen de lucht aarde was,
en dier energie, en steen vloeibaar, en sterren ruimte, en ruimte helemaal niets. 

niets voor we gingen geloven
dat mensen zo belangrijk waren voor deze vreselijke eenzaamheid. 

Kunnen moleculen het zich herinneren?
wat er ooit was?
voordat er iets gebeurde?
Geen ik, geen wij, niemand.
Geen was. Geen werkwoord. Geen zelfstandig naamwoord. 

Alleen een piepklein stipje
zoemend van is is is is is alles alles thuis. 

Laatst bewerkt: 27/10/2025 - 13:54