Banneux
Het was de laatste halte van ons verlof, en eerlijk gezegd had ik het niet beter kunnen timen.
Na dagen van wandelen en zoeken naar verloren stranden eindigde onze tocht in Banneux. Voor wie het niet kent: een klein dorpje in de Ardennen, waar in 1933 de Maagd Maria verscheen aan een elfjarig meisje, Mariette Beco. Ze noemde zich “Maagd der Armen” en wees een bron aan “om het lijden te verlichten”. Tachtig jaar later borrelt dat water nog steeds, en komen er nog altijd mensen die geloven dat het helpt — wat voor mijn nuchtere brein toch al een klein mirakel op zich is.
Ik heb intussen een aardige bedevaartscarrière achter de rug. Lourdes, waar het zachte geruis van het water klinkt als een voortdurend gebed, en mensen in stilte wachten tot ze hun kruikje kunnen vullen. Fatima, waar de processies kippenvel veroorzaken, zelfs bij wie zich geen gelovige noemt. Santiago de Compostela, waar vermoeide pelgrims met ogen vol dankbaarheid en blaren onder hun sandalen de kathedraal binnenstappen. Czestochowa, waar de Zwarte Madonna duizenden bezoekers langzaam op de knieën naar voren trekt, alsof iets onzichtbaars hen zachtjes voortduwt. En telkens viel me op: het geloof lééft. Soms wat stiller dan vroeger, maar het is er. De media mogen dan graag doen alsof het in West-Europa bijna verdwenen is, maar wie daar rondloopt, ziet dat de kaarsjes nog steeds branden.
En het zijn niet alleen de grijsaards met wandelstok en heupoperatie. Ook jonge gezinnen, twintigers, studenten, zelfs pubers zonder oortjes in — een zeldzaamheid die bijna ontroert. In Banneux zag ik een groep jongeren bij de bron, geen mobieltje in zicht, alleen een stilte die hen met elkaar verbond. Ik bleef er even bij staan en merkte hoe die stilte ook mij meenam.
Niet overal is dat zo. Neem nu de Mont-Saint-Michel: ooit een belangrijk pelgrimsoord, nu vooral een decor voor dagjesmensen. Vraag er tien bezoekers waarom die abdij ooit gebouwd werd, en negen weten het niet. Het geloof is er verdwenen achter souvenirwinkels en toeristische drukte.
Banneux daarentegen ademt nog die ingetogen kracht van mensen die ergens samenkomen omdat ze iets zoeken dat groter is dan zijzelf. Het is geen hard, veroordelend geloof, maar eerder een zacht, volhardend vertrouwen. En daar stond ik, handen in de jaszakken, een buitenstaander met respect voor wie hier wél een kompas heeft — al is het dan richting de hemel.
Ja, we hebben er kaarsjes aangestoken. Voor onszelf. Voor vrienden. Want je weet maar nooit, met die rotkanker van mij — alle beetjes helpen. Misschien raakte Banneux me extra omdat Mevr willy’s moeder er de laatste twintig jaar van haar leven elk jaar op bedevaart ging. Plots stond ik niet alleen bij een bron, maar ook midden in een stukje familiegeschiedenis.
En misschien kijk ik door mijn ziekte anders naar zulke plaatsen dan vroeger. Waar ik vroeger vooral cultuur en geschiedenis zag, voel ik nu meer mee met mensen die ergens hun hoop aan vastknopen. Soms omdat ze moeten. Soms omdat de dokter zegt: “We zien wel”, en je toekomst ineens wordt opgedeeld in hapklare brokken van drie maanden. Dan begrijp je beter wat mensen hier zoeken.
Dat doet me denken aan mijn boek Genesis herschreven, waarin ik zonder schroom de Bijbel door elkaar schud, met hier een kwinkslag, daar een stevige schop tegen een heilig huisje. Maar wat je ook herschrijft: het geloof zelf blijft overeind, soms op onverwachte plekken, en soms bij een bron in de regen.
En misschien is dat wel het echte mirakel: dat zelfs in een tijd van wifi, kunstmatige intelligentie en flitsende schermen, er nog altijd mensen zijn die nat en geduldig wachten bij een bron omdat ze geloven dat daar iets is dat wij niet kunnen googelen.
9 reacties
Op sommige plaatsen of bij sommige gebeurtenissen/dingen die ik zie of hoor, kan ik overvallen worden door een vorm van intense ontroering. Waarbij mijn brein geen logische verklaring kan vinden waarom die emoties plots zo reageren. Je blog en je ervaringen bij je verhaal doen me daaraan denken.
Echte emoties zijn voelbaar, niet googlebaar.
Zoals ik al meermaals gezegd heb, ben ik totaal ongelovig. Maar voor heel wat mensen ( veel meer dan ik dacht) is het geloof nog altijd een steun en toeverlaat.
En asl je dan op zo'n bedevaartsoord komt, waar door jong en oud nog echt uit overtuiging gebeden wordt, dat doet iets met je.
Heb ooit de vrouw van Ab gesproken ( een ex blogger) kort na zijn dood. En ik ben nog altijd geraakt en geroerd door die diepe rotsvaste overtuiging waarin zij zei dat zij, na haar dood, Ab zou terugzien in de hemel. Om maar te zeggen, het leven is voor gelovige mensen toch een stuk makkelijker.
Maar dat doe geen afbreuk aan het feit dat ik in alle rust en met veel plezier verder schrijf aan mijn genesis boek😇
En Banneux is écht wel een bedevaartsoort. Het programma van die dag in bijlage
“En misschien is dat wel het echte mirakel: dat zelfs in een tijd van wifi, kunstmatige intelligentie en flitsende schermen, er nog altijd mensen zijn die nat en geduldig wachten bij een bron omdat ze geloven dat daar iets is dat wij niet kunnen googelen.”
Beter kan ik het niet formuleren. Al die plekken van devotie en misschien een laatste hoop tegen beter weten in.
Ik herken al die plaatsen die je aanhaalt en ooit in betere tijden heb bezocht: Banneux, Scherpenheuvel, Kevelaer, Lourdes, Santiago, Fatima, Vaticaan etc.
Plaatsen die je bezoekt niet met je verstand maar met het hart dat ondoorgrondelijk is en geen rationele redenen nodig heeft. „Vaarwel,“ zei de vos. „Hier is mijn geheim. Het is heel eenvoudig: Je ziet alleen goed met het hart. Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen.“ ( Le petit prince)
Helaas is er 1 “heilige” plek waar mijn ogen het gebrek eraan ervaren hebben: Israël.
Na een nachtkaravaan doorheen de Sinaï ( bezoek aan St. Catherine’s Monastery met de Mount Sinaï, Mozes plekje) aangekomen aan de zuidgrens van Israël. Uur lang binnenste buiten gedraaid zowel jezelf als al je documenten vooraleer je waardig wordt bevonden om het land binnen te mogen. Via de Dode Zee en verplicht nummertje drijven op het zilte water op weg naar Bethlehem (Oost-Jeruzalem) via de wall of shame die ze toen nog aan het afwerken waren. Aan de oostzijde aangename Palestijnen die je hartelijk verwelkomen.
Toevallig die dag begeleid door een bewapende VN-escorte op weg naar de Geboortekerk. Er was hoog bezoek van Sarkozy en Carla Bruni. Even socializen met de lokale wachters (fier dat ze op de foto mochten met schoonheid Bruni) tot het aan ons was om de kerk binnen te “kruipen”. Wat een rust en sereniteit. Een verademing tussen al die hectiek.
Namiddag terug naar Jeruzalem: opnieuw controle door zwaarbewapende jongelui met scherpe blik alsof je hen elk ogenblik naar het leven zou staan. Hoe beklemmend moet het voor hen zijn om elk moment er rekening mee te moeten houden dat het je laatste dag kan zijn?
Op naar de Klaagmuur: vriendin achtergelaten omdat ze als vrouw niet toegelaten is om mee te klagen. Nooit zo onwennig gevoeld als op die plek. Mijn blauwe ogen en blond haar: niet echt de geijkte kenmerken van de gemiddelde bezoeker van deze pelgrimsplaats. Zeer wantrouwig bijna uitgekleed door de blikken van enkele Chassidim-Joden. Dus aan de verleiding weerstaan om een van de papiertjes uit de muur te futselen op zoek naar een boodschap van hoop en eenheid.
De lijdensweg verder gezet via de 12 statiën van de Via Dolorosa ( telkens bespied door zwaarbewapende soldaten) eindigend in de Heilig Graf-kerk waar priesters van alle mogelijke Christelijke kerken elkaar voor de voet lopen om hun boodschap te brengen.
In de avondzon de terugweg naar Egypte ingezet met op de achtergrond de gouden koepel van de Al-Aqsamoskee als een vergeefse schittering en belofte dat we ooit eenheid kennen.
Jeruzalem een plaats van absolute schoonheid die een troost had kunnen zijn.
Israël, ja, daar zijn geen woorden voor.😢
Mais quand j'ai vu Jérusalem
Coquelicot sur un rocher
J'ai entendu un requiem
Quand sur lui je me suis penché
Dieu de l'enfer ou Dieu du ciel
Toi qui te trouves ou bon te semble
Sur cette terre d'Israël
Il y a des enfants qui tremblent
Inch Allah Adamo
Prachtig mooie en toepasselijke tekst
Hieronder de volledige vertaling van het hele lied
Ik kwam naar deze stad van steen,
op een steen geschreven in de Koran,
dat ik er welkom zou zijn,
dat ik haar zou mogen binnentreden.
Maar toen ik Jeruzalem zag,
een klaproos op een rots,
hoorde ik een dodenmis,
toen ik me over haar heen boog.
God van de hel of God van de hemel,
Gij die u bevindt waar het u belieft,
op deze aarde van Israël
zijn er kinderen die beven.
Inch’Allah, Inch’Allah, Inch’Allah.
Ik zag de stad van David,
een huilend kind met een mitrailleur,
vrouw met tranen in de ogen,
soldaat die naar haar glimlachte.
Ik zag de tuin van Gethsemane,
een kruis op een olijfboom,
ik hoorde een stem die smeekte:
"Zijt Gij mijn God of de hunne?"
God van de hel of God van de hemel,
Gij die u bevindt waar het u belieft,
op deze weg van Israël
zijn er kinderen die vallen.
Inch’Allah, Inch’Allah, Inch’Allah.
Ik kwam tot aan de Wailing Wall,
ik zag mannen met een gebedenboek,
ik sprak tot hen met mijn hart,
maar mijn hart sloot zich in stilte.
Ik liep op de heuvel van het Tempelplein,
waar Salomo zijn tempel bouwde,
ik hoorde stemmen van muezzins,
die het gebed over de stad lieten gaan.
God van de hel of God van de hemel,
Gij die u bevindt waar het u belieft,
op deze aarde van Israël
zijn er kinderen die bidden.
Inch’Allah, Inch’Allah, Inch’Allah.
Toen ik Jeruzalem verliet,
met een roos in mijn hand,
ik glimlachte naar de hemel,
en ik bad voor meer verstand.
God van de hel of God van de hemel,
Gij die u bevindt waar het u belieft,
op deze aarde van Israël
zijn er kinderen die dromen.
Inch’Allah, Inch’Allah, Inch’Allah.
In interviews vertelde Adamo dat hij bang was geworden voor zijn eigen lied. Hierdoor werden er in nieuwere versies een aantal regels van "Inch'Allah" aangepast. Zo werden de pro-Israëlische teksten in 1993 ( Na de Oslo-akkoorden tussen de PLO en Israël) aangepast naar een tekst die aandacht besteedt aan het lijden aan beide partijen die waren betrokken in de oorlog. Deze versie was een duet met Maurane : de mooiste stem van België en helaas ons veel te vroeg ontvallen
Fils d’Ismaël et fils d’Israël
Libèrent d’une main sereine
Une colombe dans le ciel
Requiem pour les millions d’âmes
De ces enfants, ces femmes, ces hommes
Tombés des deux côtés du drame
Assez de sang, Salam, Shalom
Inch’Allah, (x4)
Veel mensen gaan geloven als het einde nabij is. Baat het niet, het schaadt ook niet. Geloven is ook opvoeding en gewoonte. Als ik geleerde (verstandige?) mensen hoor of zie geloven vraag ik me af, is dit spel (voor de bühne), gewoonte of werkelijkheid. Soms kijk ik daar met verwondering naar. Wel geloof ik dat morgen de zon weer opkomt, tenzij je in Oekraïne woont.
Banneux, waar we vroeger een aantal keer naartoe zijn gefietst, ik alleen een paar keer zelfs en natuurlijk ook met mijn ouders mee, met de wagen.
Ik ben dan ook afkomstig uit een gelovig nest. En ik ben gelovig gebleven maar ik heb het liever persoonlijk. Als iets waarmee ik tot inkeer kom, maar niet de pracht en de praal die het katholicisme soms uitstraalt.
Neen, een kaarsje laten branden zoals onlangs nog in Scherpenheuvel en dan denken aan een overledene, aan mezelf, aan het vrouwtje met haar dwangstoornissen...
Banneux, het heeft iets. Iets ingetogen. En daar houd ik wel van.
Marc.👍👍