Modelpatient zonder vangnet

Je houdt je mappen netjes bij, maakt je afspraken op tijd, en je weet exact waar je PSA zich op de curve bevindt.
Je kent de namen van je pillen, hun bijwerkingen, de terugbetalingsvoorwaarden, de wachttijden per ziekenhuis, en je weet wanneer je nuchter moet zijn, wanneer je moet opstarten of juist afbouwen, wanneer je moet slikken met water en wanneer je beter niets slikt dan je ergernis.

En eerlijk is eerlijk: over toekomstige behandelingen weet je intussen meer dan sommige van je artsen, wat niet per se geruststelt, maar wel aangeeft dat je de boel enigszins onder controle hebt. Voor zover zoiets überhaupt mogelijk tenminste.

Toch overvalt het je soms, op momenten waarop het stil is in huis, of juist oorverdovend luid in je hoofd, dat je ondanks al die controle vooral verdwaald bent. Niet fysiek, maar existentieel, als iemand die wel weet waar hij naartoe moet, maar niet meer begrijpt waarom hij daarheen wil.

Je kunt dan wel een modelpatiënt zijn, met keurige lijsten, perfect getimede bloedafnames en zorgvuldig afgewogen pillenschema’s, maar uiteindelijk sta je er toch alleen voor.
Als er iets niet klopt, moet je het zelf opmerken.
Als een behandeling niet aanslaat, moet jij het initiatief nemen.
En als er bijwerkingen opduiken, moet jij zes keer uitleggen dat je niet overdrijft.

En pas dan, met wat geluk, komt er iets in beweging: een bedenking, een doorverwijzing, een onderzoekje, een vermoeden dat eindelijk ernstig genomen wordt. Maar je mag het touw niet loslaten, nooit, zelfs niet als je handen ervan beginnen te bloeden.

Het is een voltijdse baan geworden, een job waarvoor niemand gesolliciteerd heeft, die geen loon oplevert, geen collega’s, geen erkenning. Enkel de constante verantwoordelijkheid om niet te verslappen.

Neem nu die eeuwige mentale uitputting. Dat gevoel van dofheid nog voor de dag begonnen is. Die kop die suddert zoals een pan die op het vuur is blijven staan zonder dat iemand zich afvraagt of er nog iets in zit. Dat hart dat midden in de nacht opschrikt als een hond bij het minste geluid. En telkens weer word je wakker met een lichaam dat denkt dat het moet vluchten, terwijl er nergens nog een nooduitgang is.

En dan zeggen ze, met die vriendelijke, professionele glimlach: “Dat hoort erbij, meneer. Da’s normaal.”

Tot je, eerder toevallig, bij een cardioloog terechtkomt die zegt: “U heeft hartproblemen, meneer. Dáár komt die vermoeidheid vandaan. Heeft niks met uw kanker te maken.”
En dan bij een longarts: “U heeft slaapapneu, meneer. Dát verklaart de uitputting. Heeft niks met kanker te maken.”
En vervolgens bij een neuroloog: “Uw cortisol is onmeetbaar laag, meneer. U leeft al maanden op adrenaline en leegte. Geen wonder dat u zich voelt als een uitgezakte pudding.”

En dan knik ik. Niet omdat het me verbaast, maar omdat ik het allang wist. Omdat mijn lichaam het me al maanden had ingefluisterd. Alleen had niemand geluisterd.

Want weet je: de kanker zelf is al lang niet meer het probleem. Daar lig ik niet meer wakker van. Ik weet dat ik er ooit aan zal sterven, maar nu nog niet.

Waar ik wél wakker van lig, is die voortdurende strijd om serieus genomen te worden.

Je moet als patiënt tegenwoordig niet alleen ziek zijn, maar ook alert, beleefd, rationeel, bescheiden en correct.
Je moet kunnen timen, doseren, relativeren. Je moet op alles voorbereid zijn, maar tegelijk ook rustig blijven. Alsof je een soort superheld moet zijn met een ziekenhuisbadge.

En als dat even niet meer lukt ,als je hoofd volloopt, je lontje kort is, je blik dof, dan zeggen ze: “Dat hoort erbij, meneer. Dat is de behandeling.”

Maar intussen weet je wel beter. Alleen maakt dat het niet lichter. Integendeel.

Soms droom ik van een team dat zélf belt. Niet om je te informeren naar bloedwaarden of scans, maar gewoon om te vragen:
Meneer willy, hoe gaat het met uw hoofd? En met uw hart?

Maar ja. Zo’n team bestaat blijkbaar niet.

Dus bel ik zelf maar weer.
Opnieuw.
Zoals altijd.
En ik doe dat vriendelijk, zoals het hoort.

Want niemand wil een zeurpiet aan de lijn.

 

17 reacties

Wij zijn gewoon patiënten van deze tijd Willy. Mondig en alert die laten merken dat we ons lichaam goed kennen. Wellicht soms té beleefd als onze onderbuik zegt: dit klopt niet en dat gevoel niet serieus genomen wordt. Als je dan achteraf gelijk blijkt te hebben, vooral niet zeggen: ik zei het toch.

Ik heb weleens medeleven met minder mondige patiënten die zich in dit kankercircus bewegen.

Liefs, Monique 

Laatst bewerkt: 29/05/2025 - 07:06

Tsja Willy, zoals ik wel vaker heb geschreven, zelf zou ik het niet beter verwoorden zoals  jij nu hebt neer gekalkt.

Ik word gek van die mallemolen in mijn hoofd en ook gek van al die artsen die je maar willen volpompen met chemische tyfuszooi en ondertussen proberen ze met zalvende woorden je enigszins "gerust" te stellen...

NOT 👊🤔😭

Laatst bewerkt: 29/05/2025 - 07:15

Wat heb je dat weer mooi omschreven. Mooi is niet helemaal het juiste woord. Raak zou beter passen. En dan…dan is er een team dat uit zichzelf wil bellen hoe het met je gaat…en dan…dan wijs je het af….dan wil je dat niet…dat komt dan toch te dichtbij…van een vreemde……Helaas is dat wat hier gebeurt. Helaas? Ik weet het niet. Misschien maar beter zo….misschien moet ik het maar weer elke dag gaan vragen. En dat was ook niet goed. Dat kwam eigenlijk ook te dicht bij, elke dag. 

https://youtu.be/Jq3F4YUORj8?si=if3TmqwMsEkylK18

Laatst bewerkt: 29/05/2025 - 07:29

Ik zou er bijna depressief van worden,  maar Cornelis heeft geleefd alsof alles er vanaf hing. Hij overleed relatief jong . In het Zweeds schreef hij prachtige ballades. Die zijn allemaal zo raak! De boodschap is eigenlijk altijd: blijf maar in het hier en nu en geniet van wat er wèl is.  Dat doe ik dan maar, zorgen maken over de dag van morgen levert niks op…

Liefs! 

Laatst bewerkt: 30/05/2025 - 07:40

Amai Willy, net hiermee zit ik al tijden te worstelen. Zo goed weten dat er ergens iets niet klopt en zo een hekel aan dat hautaine glimlachje als ze zeggen "hoort erbij" of erger nog, je de indruk geven dat je overdrijft, kleinzerig bent, overgevoelig... En dan moet je inderdaad vriendelijk en rationeel blijven, want anders bevestig je hun "overdrijven". En bescheiden ook, want geen enkele arts houdt ervan als een patiënt de wijsneus uithangt.

Een voltijdse job, maar dan eentje die verdomd veel van je zelfbeheersing vraagt. En dat zelf initiatief nemen, ik word er onnozel van. 

Zo erg merci om woorden te geven aan die dingen! Herkenbaarheid doet deugd.

Laatst bewerkt: 29/05/2025 - 11:16

Willy, de meester in het tot in detail beschrijven van gebeurtenissen, dromen en gedachten. Over pillen gesproken, 's morgens doe ik het met melk tegen de botafbraak, 's middags met water en 's avonds met een groot glas Sauvignon blanc ter ontspanning. Denk niet dat deze methode medisch verantwoord is. Je hebt gelijk, dat onderhandelen met de medische wereld kost veel energie. Nieuw is de vraag trouwens: Wat had u zelf gedacht. Betekent dat dat je serieus genomen wordt?

Laatst bewerkt: 29/05/2025 - 13:28