Vlinders
Het was vorige dinsdag, denk ik. Of donderdag. Nou ik weet het niet meer precies, want de dagen lopen tegenwoordig in mekaar over zoals nat wasgoed op een te klein droogrek.
Maar het was een loopdag. Zo’n dag waarop ik mezelf het ritme laat bepalen van wat nog lukt. Niet voor het uithoudingsvermogen. Niet om sneller te worden. Gewoon joggen, buiten, weg van schermen, pillendoosjes en medische verslagen. Het heeft een tijd geduurd voor ik het zo kon zien — maar sindsdien is het lopen veranderd: minder meten, meer voelen.
En dus jogde ik, traag maar gestaag, in mijn oude looptrui met die lichtblauwe streep. De straat uit, achter de kerk,, onder de platanen, en dan een bocht naar rechts, waar de school begint.
Op het plein stonden ze met tientallen, die jonge lichamen vol toekomst, elkaar achternazittend, roepend, lachend, hangend aan smartphones alsof ze al afspraken maakten voor hun latere burn-out. Ik kwam dichterbij. En toen zag ik hen.
Daar, in de hoek: een koppeltje. Zij zat op zijn schoot, of hij op haar schoot, of zij op haar schoot. Het verschil is tegenwoordig niet meer duidelijk. Hun voorhoofden tegen elkaar, hun ogen gesloten. Eén lange, stille kus. Geen gênante tongenshow, geen opdringerigheid. Gewoon... zacht. Alsof ze het zelf niet goed begrepen, maar wel wisten dat het iets groots was.
Ik weet niet waarom het me zo raakte. Misschien omdat het zo stil gebeurde, midden in al dat lawaai. Misschien omdat het me ergens raakte waar ik al lang niet meer kom.
Ik vertraagde. Niet expres, mijn benen deden het vanzelf. Alsof mijn lijf wist: dit moment verdient een tragere blik.
En toen herinnerde ik me die allereerste keer, mijn allereerste keer. Goh, hoe oud waren we toen , 14, 15?
Zwijgend naast mekaar lopen, alles vergeten wat je had willen zeggen, wat je honderd keer gerepeteerd had, het hele scenario was weg, en het duurde nog zes maanden eer je voor de eerste keer haar hand durfde aanraken – want haar hand was verschrikkelijk bloot – en bij die eerste beroering voelde je die spreekwoordelijke vlinders in je buik, het kriebelde.
Maar ze trok haar hand niet terug, en dat gaf je een weelderig en overrompelend gevoelen. Het was iets heel nieuws, en ’s avonds schreef je er een gedicht over. Alleen voor hààr! Want je wilde wel dat heel de wereld het wist, maar die wereld zou het toch niet begrijpen. Dit had nog niemand ooit zo gevoeld, daar was je zeker van.
Veel later las je er een boekje over, over liefde en lijfelijkheid, en tot je teleurstelling bleek het allemaal heel normaal te zijn, eigen aan de soort – de “zoogdieren” dan nog.
Maar het was toch mooi, dat eerste ontwakend gevoelen, waarvan je overtuigd was dat het uniek, onherroepelijk en onherhaalbaar zou zijn.
En nu liep ik daar, bijna zestig jaar later, met versleten gewrichten en een hoofd vol herinneringen, en ik keek naar die twee, daar op hun plekje tegen de muur. En ik wist: dit is hún moment. Hun eerste aanraking.
Ik jogde door.
Mijn sporthorloge gaf geen verhoogde hartslag. Geen dopaminepiek, zoals ze dat tegenwoordig noemen.
Maar ik voelde wel iets anders — iets stiller.
Een zacht geluk, ergens tussen mijn ribben, waar vroeger de vlinders zaten.
Nou, misschien zitten ze daar nog steeds.
Zachtjes. Stil. Te wachten tot ze weer eens mogen kriebelen.
Misschien straks mevr willy maar eens een extra dikke knuffel geven.
15 reacties
Super verhaal Willy,,,de liefde ❤️ precies zoals jij het schrijft
Ach, die ouderwetse romantiek. Zou dat nog bestaan ?
Werkelijk prachtig lieve willy ,ontluikende liefde en die eerste voorzichtige kus ,zo mooi het ontroerd me en neemt me mee terug in de tijd
Liefs hes xxx
Ik weet het niet Willy,,,volgens mij niet meer zo als in onze tijd,,,, misschien nog een enkeling die hun levenlang bij elkaar blijven,,,,ik ontmoete mijn vrouw via de 27MC,,,haar stem intrigeerde mij zo ,,,en herkende haar stem uit duizenden,,onze dorpen hadden een afstand van een 4 km,,,,,,we gingen dammen via de 27MC met als codes van de dambrikken zoals A 1 naar B2 bijvoorbeeld dan hoor,,hoe dat de nummering is weet ik niet zo meer,,,,en we lieten onze basis bakken (27MC) ombouwen met tussen kanalen er in (Alpha kanalen) zo hadden we meer privacy soort van WhatsApp eigenlijk,we maakten een afspraak met elkaar bij een discotheek in het dorp waar ik woonde,,,die afspraak kwam pas na weken tot stand,,toen durfde ik,,, hahahaha ,,ik was daar met vrienden en zij kwam ook met vrienden,,,nou sindsdien zijn er nog steeds samen Willy alweer vanaf 1980.
We vertoeven nu in Griekenland en genieten nog zoveel mogelijk van elkaar en van het leven
🤗❤️
Mooi, jong. Dit jaar zijn wij 50 jaar gehuwd. En das toch een uitstervend ras
Prachtig Willy,,,,het is zeker een uitstervend ras,,,dat is zeker,
50 jaar 🎉🍻 Kling Willy
Wij hebben elkaar leren kennen op het werk, destijds, bij de Spoorwegen. Ook alweer bijna 38 jaar geleden. En dit jaar ook alweer 35 jaar gehuwd. Ook al een zeldzaamheid, als je het mij vraagt.
Die vlinders...soms kietelen ze nog wel maar het wordt sinds mijn behandelingen toch wel een echte zeldzaamheid...
Maar dat handje vasthouden, dat doen we nog wel wanneer we wandelen. Of het moest echt zo'n hete zomerdag zijn.
En de liefde, die beleef je nu dieper dan in je jonge jaren.
Marc.👍👍
Prachtig Marc,,,de jaren gaan snel,,,,ja hand en hand lopen hier ook nog beslist hoor,,,ja de liefde is anders dan vroeger,,,het groeit mee of wij groeien op 1 of ander manier mee we evalueren mee,,,😉
Mooi geschreven Willy. Ondanks het moeizaam joggen heb je toch een scherp oog voor je omgeving en ben je in staat om ons in mooie worden er deelgenoot van te maken. Dit jaar zouden mijn levensvriendin en ik 60 jaar gehuwd zijn. Helaas kwam daar 5 jaar geleden een abrupt einde aan wegens eierstokkanker die waarschijnlijk voortkwam uit een uitzaaiing van een destijds behandelde en ogenschijnlijk genezen borstkanker. Sindsdien is voor mij een harde realiteit: Kanker raak je nooit meer kwijt. Vaak wordt de conclusie getrokken: genezen. Eigenlijk betekent dit: we zien geen tumoren meer. Onze ontmoeting in 1960 was min of meer toevallig. Ik was een redelijk fanatiek zeiler in een oud bootje. Wij gingen met onze club met ongeveer 20 bootjes een meerdaagse zeiltocht maken. Als begeleiding was er een vrachtbootje dat ons op sleeptouw nam als er niet gezeild kon worden. De schipper had een dochter meegenomen die toen met een been in het gips zat. Dat was voor mij een reden deze jonge dame eens beter te bekijken en zo is het dus gek0men. Verloofd in 1963, getrouwd in 1965, 2 dochters (1967 en 1969) en zij overleden in 2020. Ook wij na 50 jaar nog hand in hand. Natuurlijk waren er ook wel eens troubles, de vlinders waren wat minder actief maar de vriendschap hechter. Zo snel gaan dus inderdaad de jaren. Spreekwoord is ook: De tijd gaat snel gebruik hem wel. En nu zitten we allemaal met een aandoening die niet meer genezen kan worden. Deze zekerheid is op een bepaalde manier dus ook weer geruststellend, we zijn niet aan het genezen maar wel strijdbaar om zo lang mogelijk van dit aardse bestaan te genieten. Dus Willy een verzoek aan jou om mevr0uw Willy namens mij een stevige knuffel te geven.
Met een hartelijke groet van Wim.
Doe ik.
Knuffel terug van Mevr willy
MrWilly,
Wat mooi dit te mogen lezen.
Ik prijs me tot de gelukkigen dat ik mijn ouders, reeds 54 jaar getrouwd, als voorbeeld mag hebben.
En die liefde tussen hen twee...is de kracht van alles én overwint alles.
Het sterkste ras! ;-)
Groetjes,
Julie
Ik herken het, maar wel van recent.
Geef Mevr. Willy maar een dikke knuffel, en haal dan de herinneringen op.
Liefs Peter
Ik loop weer een boel verhalen achter, dus denk dat ik het nu wel mag vragen: heeft mevr Willy die extra knuffel gekregen? Mooi dat je de vlindertjes nog koestert, ook als ze wat stiller en rustiger fladderen!
❤️