De Kale waarheid

Er zijn van die onderwerpen waar je beter wat voorzichtig rond trippelt, zoals een kat op een vers geboende vloer. Kaalheid, bijvoorbeeld. Voor sommige mannen is haaruitval een trauma. Want ja, jarenlang smeren we ons haar in met shampoos die ruiken naar Himalayawinden en gebruiken we verstevigende conditioners die beloven dat je kapsel zelfs een tornado overleeft. 

Maar laten we elkaar geen haar voor de ogen draaien: kaal is het nieuwe cool. Althans, als je tenminste nog rechtop loopt en geen naveltruitje draagt. De krant zegt het, en wat in de krant staat, is heilig. Tegenwoordig moet je niet alleen een blinkende bol hebben, maar ook oksels als een pas geboend aanrecht, een borstkas glad als een baby bil en een rug waarop zelfs geen verdwaald donsveertje durft te landen. Alles glanst, behalve ons zelfvertrouwen.

Vroeger, ja vroeger, toen was haar nog heilig. Een man was pas een man als hij eruitzag alsof hij een eclectische kruising was tussen Elvis Presley en een wandelende klimop. Vetkuiven, bakkebaarden, borstmatten waar Tarzan jaloers op zou zijn. Weet je nog, die tijd waarin je overhemd expres op de derde knoop open bleef, zodat iedereen kon meegenieten van je behaarde borstkas en dat subtiele vleugje Old Spice?  En plekken waar moeder natuur wat zuiniger was, werden  bijgestaan met valse bosjes haar – kleine pluimpjes mannelijkheid die strategisch werden opgeplakt. Ach, wat waren we toen toch haarig gelukkig.

En nu? Nu staan we daar. Glimmend, geschoren, geplukt als een kippetje op kerstavond. We hebben ons overgeleverd aan het scheermes en de mode, die zegt dat mannelijkheid proper en glad moet zijn, als een pas verzegeld potje dagcrĆØme. De ruigheid is eruit. De wildernis is platgebrand.

Maar weet je, het is genoeg geweest. Geen gejammer meer over verloren lokken of mislukte haartransplantaties. Wie kaal is, die moet dat vieren. Net als Zweef, die met zijn kale kop en zijn glinsterende zonnepaneel van een schedel op de eerstvolgende kamanido gaat stralen als een vuurtoren in de mist.

Dus heren, gooi uw shampoo bij het huisvuil, geef je hoofd een flinke polish, en richt het trots naar de hemel. Je haar is misschien vertrokken, maar je waardigheid hoeft dat niet te doen. En als de wind je hoofd streelt zoals vroeger je haren, dan weet je: ik ben nog altijd man genoeg. 

Zelfs zonder camouflage.

10 reacties

Nou had ik nog ergens een fotootje dat mevrouw Zweef mijn bolletje staat te polijsten met een grote Makita polijsttol, maar die kan ik even niet meer vinden.

En de foto opnieuw maken, dat gaat mij iets te ver, daar zich nieuwe haartjes op mijn bolletje ontwikkelen, geheel tegen de verwachting in. 

Was mijn actie om het restant van het haar te verwijderen prematuur...? 

Laatst bewerkt: 14/04/2025 - 09:14

Oh willy wat een blog is dit ,zal ik je es wat zeggen ,toen ik verkering met Ed kreeg had die prachtig lang haar tot op zijn schouders mooi vond ik ,maar dat ie weinig borsthaar had daar was ik pas echt gelukkig mee ,evenals het feit dat ie geen baard of snor had nu was dit alles in 1977 dus lang haar mocht .

De jaren gingen voorbij en het haar werd korter tot ie er genoeg van had en het milimeter haar werd en dat vond ik m toch goed staan en als ie heerlijk glad geschoren was gelukkiger kon je mij niet maken ,conclusie ik houd van mannen met super kort gemilimeterd haar maar ook kaal vind ik prima het heeft iets vind ik voor mij teken van echte mannelijkheid ,dus toen Ed met zijn kale kop naar beneden kwam door de chemo viel het uit en was ie het zat glunderde ik ,Ik heb nog nooit zo op en top een vent gevonden en ik was super trots op hem ,ik zei oh nou moet ik echt uitkijken dat ze je niet stelen hihiih 

liefs hes xxx

Laatst bewerkt: 15/04/2025 - 11:16