Bijwerkingen van immunotherapie

Opslaan

Een behandeling met immunotherapie kan bijwerkingen geven. Dat komt omdat door immunotherapie het immuunsysteem actief wordt.

Het verschil met andere behandelingen is dat immunotherapie zich zoveel mogelijk alleen op de kankercellen richt. Andere behandelingen tasten ook de gezonde cellen meer aan.

Als ook de immuuncellen in organen zoals in de darmen, de lever of de huid, actief worden, geeft dat klachten doordat er een soort ontstekingsreactie ontstaat.

Hoeveel klachten er ontstaan, ligt aan de soort behandeling en verschilt per persoon. Soms zijn er geen of weinig bijwerkingen, soms is er een plaatselijke bijwerking of zijn er bijwerkingen door het hele lichaam.  

Welke bijwerkingen geeft mijn behandeling?

Uw arts of verpleegkundig specialist kunnen het best vertellen welke bijwerkingen de behandeling kan geven. Of je deze klachten ook daadwerkelijk krijgt, en hoe ernstig ze zijn weet hij of zij vooraf niet. Pas tijdens de behandeling blijkt hoe het lichaam op de immunotherapie reageert.  

Wanneer moet ik de bijwerkingen melden?

Meestal is het goed om zodra je last krijgt de bijwerkingen te bespreken met de arts. Hij of zij kan dan inschatten of de behandeling aangepast moet worden of dat er medicijnen tegen de bijwerkingen nodig zijn. 

Je hoort van de arts met wie je het best contact kunt opnemen als je last van bijwerkingen hebt, ook buiten kantoortijden. Meestal is dat de behandelend arts of de verpleegkundig specialist.  

De meest voorkomende bijwerkingen van bijvoorbeeld checkpointremmers zijn:

  • huiduitslag
  • vermoeidheid
  • een grieperig gevoel
  • diarree door een darmontsteking
  • leverontsteking
  • hormoonstoornissen

Bekijk de specifieke bijwerkingen per kankersoort en medicijn op bijwerkingenbijkanker.nl.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: november 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.