Operatie bij anuskanker

Opslaan

Bij anuskanker zijn er 3 operaties mogelijk:

  • een ‘kleine’ operatie waarbij alleen de tumor met wat huid daaromheen wordt verwijderd. De arts kan deze behandeling voorstellen bij een kleine tumor zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren. Bestraling is dan meestal niet nodig.
  • een uitgebreide operatie waarbij de chirurg ook de kringspier, een deel van de endeldarm en lymfeklieren verwijdert. Deze operatie heet een Abdominoperineale Resectie (APR). Je krijgt deze operatie als de tumor na behandeling met chemoradiatie niet volledig verdwenen is of na verloop van tijd terugkomt. Ook kan het de wens van de patiënt zijn om deze operatie te ondergaan in plaats van de behandeling met chemoradiatie.
  • aanleg van een stoma voorafgaand aan of na afloop van de behandeling. Dit gebeurt zeker bij een APR. Je kunt ook een stoma krijgen als de kringspier aanwezig blijft. Dit gebeurt:
      - om het te bestralen gebied te ontlasten
      - bij incontinentie voor of na de behandeling

Welke operatie je krijgt, hangt af van je situatie.

Abdominoperineale resectie (APR)

Bij een APR verwijdert de arts het onderste deel van de endeldarm, de anus en een deel van de huid rondom de anus. Soms is het ook nodig om lymfeklieren te verwijderen uit de liezen of langs de bloedvaten in het bekken. Dit is alleen nodig als vóór de operatie is vastgesteld dat zich in deze lymfeklieren uitzaaiingen bevinden.

De arts haalt behalve de tumor dus ook gezond weefsel weg. Door ruim te opereren, vergroot hij de kans dat hij alle kankercellen verwijdert. Dat is namelijk met het blote oog niet te zien.

Als de chirurg veel huid rondom de anus moet verwijderen, kan hij of zij de wond vaak niet eenvoudig  hechten. Er zou dan te veel spanning ontstaan, waardoor de wond niet goed geneest. Daarom hecht de chirurg een spier van de buik of de billen in de wond. De chirurg doet dit vaak samen met een plastisch chirurg.

Deze zeer gespecialiseerde operatie wordt slechts in een aantal ziekenhuizen in Nederland uitgevoerd.

Na verwijdering van de anus, wordt een stoma aangelegd. Bij een stoma wordt het uiteinde van de darm naar buiten gebracht en in de huid van de buik gehecht. Omdat een stoma geen sluitspier heeft, is er geen controle over de ontlasting. Daarom wordt er over het stoma een zakje geplakt om de ontlasting op te vangen.

Voor een APR blijf je meestal 1 tot 2 weken in het ziekenhuis. Bij complicaties kan een langere opname nodig zijn.

Complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan, zoals een nabloeding of een infectie van de wond. Andere mogelijke complicaties bij een APR zijn:

  • longontsteking
  • trombose: een bloedpropje in de bloedvaten
  • de maag en darmen werken tijdelijk niet. Hierdoor kun je niet eten en ben je soms misselijk. Dit gaat na een tijdje vanzelf over. Als dat nodig is, krijg je tijdelijk voedingsstoffen via een infuus in een bloedvat.

Gevolgen van de operatie

De operatie kan ook tijdelijke of blijvende gevolgen hebben, zoals:

  • plasklachten: de arts kan niet altijd voorkomen dat hij of zij bij de operatie zenuwen beschadigt. Daardoor is er een klein risico dat je na de operatie niet zelf kunt plassen. Dit is meestal tijdelijk. Mogelijk heb je daarom na de operatie een slangetje in de blaas om urine af te voeren. Dit heet een blaaskatheter.
  • vaker plassen: meestal komt dat doordat de blaascapaciteit is verminderd. Sommige mensen kunnen na de operatie hun blaas niet meer helemaal goed leeg plassen. Zij moeten daardoor vaker naar het toilet.
  • mannen kunnen last krijgen van erectiestoornissen: de zenuwen die de erectie aansturen, zitten in de buurt van de endeldarm. Als deze tijdens de operatie beschadigen, kun je te maken krijgen met erectiestoornissen.
  • vrouwen kunnen last krijgen van een droge vagina.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2017

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Dewit, L.G.H. (radiotherapeut), Geukes, M. (verpleegkundig specialist), Drs. Jansen, R.L.H. (medisch oncoloog), Dr. Neelis, K.J. (radiotherapeut), Ormeling. A. (overige deskundige), Dr. Vleggaar. F.P. (MDL-arts), Prof. dr. Wilt. J.H.W., de (chirurg-oncoloog)