Behandeling en bijwerkingen

Chemotherapie bij AML

Opslaan

De meest patiënten met AML krijgen een intensieve behandeling met chemotherapie.

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door uw lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken.

De behandeling is gericht op het bereiken van een complete remissie: er zijn geen leukemiecellen meer in het bloed of beenmerg te zien. Het beenmerg kan daarna weer voldoende normale bloedcellen aanmaken.

Veel gebruikte medicijnen zijn:
  • cytarabine
  • daunorubicine of idarubicine
  • itoxantrone
  • etoposide

Fasen chemotherapie bij AML

De totale behandeling met chemotherapie bij AML bestaat uit 2 periodes:

  • de eerste periode is bedoeld om de leukemiecellen te doden: inductiefase
  • de tweede periode is bedoeld om het bereikte resultaat te versterken: consolidatiefase

Het hangt van de vorm van acute leukemie af wanneer een volgende fase in de behandeling begint.

Inductiefase

Het doel van deze fase is de leukemiecellen te doden. Lukt dit, dan zijn er geen leukemiecellen meer te zien in het bloed en beenmerg. De normale bloedcellen herstellen zich weer volledig. Dit heet een complete remissie. Voor deze chemokuur is een aantal weken opname in het ziekenhuis nodig. U krijgt de medicijnen via een infuus. Meestal zit dit infuus in een groot bloedvat onder het sleutelbeen.

Consolidatiefase

De inductiefase zorgt bij een groot aantal patiënten voor een complete remissie. Maar dit betekent niet dat er dan geen leukemiecellen meer zijn. Daarom krijgt u na het bereiken van een remissie nog een aantal chemokuren. Dit heet de consolidatiebehandeling. Het doel van deze behandeling is om alle achtergebleven leukemiecellen te doden. En zo de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen. Ook deze medicijnen krijgt u via een infuus.

Kans op complete remissie

De meeste AML-patiënten reageren in het begin goed op behandeling met chemotherapie.

  • Van de volwassen patiënten jonger dan 60 jaar bereikt 80% een complete remissie na de eerste kuren.
  • Bij patiënten van 60 jaar en ouder bereikt 60% een complete remissie na de eerste kuren.
  • Patiënten in de (zeer) hoog risico groep reageren veel minder goed op de behandeling. Dat geldt zowel voor jongere als oudere patiënten.

Stamceltransplantatie

Aan het eind van de behandeling met chemotherapie blijft er nog steeds een grote kans bestaan dat de leukemie 1 tot 2 jaar na de behandeling weer terugkomt. Bij sommige patiënten is er daarom nog een behandeling met chemotherapie gevolgd door een stamceltransplantatie nodig. Of u voor zo’n behandeling in aanmerking komt, hangt af van de risicogroep waarin u zit.

Terugkeer AML

Bij ongeveer de helft van de patiënten die een complete remissie hebben bereikt, komt de ziekte na 1 tot 4 jaar toch weer terug. Die kans wordt wel kleiner na 2 jaar. Komt de ziekte terug, dan kunnen patiënten opnieuw behandeld worden. Oudere patiënten hebben een grotere kans op terugkeer van ziekte dan jongere patiënten.

Met een zogenoemde minimale restziekte (MRD)-bepaling is te voorspellen wat de kans op terugkeer van de ziekte is. De uitslag is bepalend voor de rest van de behandeling.

Chemotherapie voor het zenuwstelsel bij AML

Acute myeloïde leukemie verspreidt zich heel soms naar de hersenen. Rond de hersenen en het ruggenmerg zitten de hersenvliezen. Tussen de hersenvliezen zit hersenvocht. Hersenen en ruggenmerg vormen het centrale zenuwstelsel. Heeft de AML zich verspreid naar de hersenen, dan behandelt de arts dit met aparte chemotherapie voor het zenuwstelsel.

De gewone chemotherapie kan het zenuwstelsel namelijk niet goed bereiken. Ook eventueel daar aanwezige leukemiecellen niet. De arts dient daarom rechtstreeks in het ruggenmerg medicijnen toe. Dit doet hij via een ruggenprik. Voor een ruggenprik verdooft de arts uw huid. Daarna prikt hij met een naald tussen de wervels door in de ruimte met hersenvocht.

Ruggenprikken kunnen erg pijnlijk zijn. Gaan deze prikken erg moeizaam, dan brengt de arts soms een klein kunststof kastje aan onder de huid van het hoofd. Dit heet een Ommaya-reservoir. Via dat reservoir kan de arts de medicijnen dan makkelijker toedienen.

Bijwerkingen en gevolgen van chemotherapie bij AML

Chemotherapie doodt de abnormale cellen in het beenmerg. Maar het heeft ook invloed op gezonde cellen van het beenmerg. Hierdoor kan het beenmerg onvoldoende nieuwe gezonde bloedcellen aanmaken. Door het tekort aan rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen heeft u een groot risico op bloedingen en infecties. Deze periode duurt ongeveer 3-4 weken en wordt ‘de dip’ genoemd. Tijdens deze periode moet u in het ziekenhuis blijven. Daarna zijn er meestal weer voldoende gezonde bloedcellen in het beenmerg uitgegroeid.

Transfusies

Om bloedingen te voorkomen zult u via het infuus bloedplaatjes krijgen. Om bloedarmoede te voorkomen zijn ook transfusies met rode bloedcellen nodig.

Infecties

Het is niet mogelijk om transfusies met witte bloedcellen te geven. Om infecties te voorkomen, geeft de arts daarom antibiotica. Toch ontstaan nog vrij vaak infecties. Om deze te bestrijden, geeft de arts sterkere antibiotica. Meestal via een infuus.

Strenge regels

Ook gelden strenge regels om infecties te voorkomen. Zowel voor u, uw bezoek als het verplegend personeel. Soms zult u apart van andere patiënten verpleegd worden. 

U kunt al een infectie hebben in uw mond die tijdens de behandeling een probleem zou kunnen geven. Voordat de behandeling kan starten, bekijkt een tandarts of kaakchirurg daarom uw gebit. Soms moet hij een tand of kies trekken.

Door het grote risico op infecties zijn soms hygiënische voedingsrichtlijnen nodig. Dit betekent vooral dat u bepaalde dingen niet moet eten, zoals ongepelde noten, onbewerkt vlees, beschadigd fruit en rauwmelkse kaas. En dat het belangrijk is om hygiënische voedingsmaatregelen te nemen. Bijvoorbeeld eten niet buiten de koelkast bewaren en altijd handen wassen voor de bereiding van eten. Uw arts kan u meer informatie hierover geven.

Algemene bijwerkingen chemotherapie

Chemotherapie heeft niet alleen invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het lichaam. Daardoor kunt u bijwerkingen krijgen, zoals: 

  • haaruitval
  • misselijkheid en braken
  • diarree
  • vermoeidheid
  • pijnlijke slijmvliezen van mond en keel
  • huidreacties

Door misselijkheid en pijnlijke slijmvliezen kan eten moeilijk zijn. Terwijl goed eten juist belangrijk is voor uw herstel. Samenwerking met een diëtist is dan nodig. De diëtist kan samen met u bekijken welk voedsel voor u het handigste en het best is. 

Lukt het echt niet om zelf genoeg te eten? Dan kan voeding via een infuus een mogelijkheid zijn. Meestal zit dit infuus in een groot bloedvat onder het sleutelbeen. Hierbij is een grote kans op lijninfecties, dus dit wordt niet zomaar gedaan.

Of en hoeveel last u krijgt van de bijwerkingen hangt onder andere af van: 

  • de soorten medicijnen
  • hoeveel medicijnen u krijgt

Bent u klaar met de chemokuur en bent u uit de dip (het tekort aan bloedcellen en bloedplaatjes)? Dan worden de bijwerkingen langzaam minder. Maar u kunt na de behandeling nog lang moe blijven.

Conditie

De behandeling is niet alleen lichamelijk zwaar. Ook geestelijk krijgt u veel te verwerken. Dit geldt niet alleen voor u, maar ook voor uw naasten.

Tijdens de behandeling kunt u zich moe en aangeslagen voelen. Het is wel belangrijk dat uw conditie zo goed mogelijk blijft. Probeer in beweging te blijven.

Ook een goede geestelijke conditie is belangrijk. Contact met de wereld buiten het ziekenhuis is belangrijk. Bijvoorbeeld door contact te hebben met uw naasten, door te lezen, door internet of televisie.

Langetermijngevolgen van chemotherapie bij acute leukemie

U kunt ook op langere termijn te maken krijgen met de gevolgen van chemotherapie. Chemotherapie kan bepaalde organen of het zenuwstelsel beschadigen. Daardoor kunt u na de behandeling soms klachten houden zoals: 

  • een doof of verdoofd gevoel aan handen en voeten: dit heet neuropathie 
  • verminderde spierkracht
  • een minder goed geheugen

Andere mogelijke gevolgen van chemotherapie op de lange termijn: 

  • een iets groter risico op een tweede soort kanker na chemotherapie en stamceltransplantatie
  • onvruchtbaarheid
  • een vervroegde overgang voor de meeste vrouwen

Chemotherapie

Deze video legt uit hoe chemotherapie in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: oktober 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Westerweel, P.E. (hematoloog), Dr. Rhenen, A. van (hematoloog)