HERSENKRONKEL
In het restaurant van het ziekenhuis zit een zwaarlijvige man in een rolstoel. Hij groet mij in het voorbijgaan en neemt zijn New York Yankee pet voor mij af. Over zijn kale schedel loopt een litteken. Ik probeer niet te staren.
Hij zet zijn pet snel weer op.
Naast hem zit een donkerharige, pracht van een dame.
Ze houdt zijn hand vast, snijdt zijn vlees.
Hij laat het zich smaken. Haar ogen stralen.
Ik voel met haar mee, niet zozeer met hem.
Hij heeft geen weet van haar liefde. Zij snijdt zijn vlees en hij eet.