HAND IN HAND
Kees kijkt naar zijn hand.
Alsof het een vreemde is.
Willoos stuk vlees, bah.
Hoor ik hem bijna denken.
Er loopt wat kwijl langs zijn mond.
De woorden staan niet langer tot zijn beschikking.
Kees kijkt naar zijn vrouw.
Zijn spreekbuis naar de buitenwereld toe.
Al vergeet hij soms haar naam.
Is hij niet langer de man van voorheen.
‘Een groot kind,’ viel ze onlangs tegen hem uit.
Schrok er zelf van.
Haar smalle hand past precies in de palm van zijn hand.
Wederom kijkt Kees naar zijn hand.
Alsof het een oude bekende is.