Vecht voor jezelf

Ik ben het zat om zacht te doen.   Zat om te fluisteren dat het wel gaat.   Het gaat níét. Maar ik ga door.

Dit gevecht brandt door mijn botten heen,   maar ik brand harder terug.

Ik laat me niet breken door cellen die ontsporen,   niet door angst, niet door pijn,   niet door de stilte die na elke klap blijft hangen.

Ik vecht omdat dit mijn lijf is.   Mijn leven. Mijn naam. Mijn plek op aarde.

En als kanker denkt dat het mij klein krijgt,   dan kent het mijn woede niet.   Mijn vuur niet.   Mijn weigering om op te geven niet.

Ik sta op — elke keer weer —   met tanden op elkaar en vuisten in mijn ziel.

Want ik vecht voor mezelf.   En wie voor zichzelf vecht,   is gevaarlijker dan welke ziekte dan ook.