Deel III Mijn lichaam wist het al. Thema: Wat er na nog allemaal komt

Deel III Mijn lichaam wist het al
15-02-2026 –  Pseudoniem: W.K. – Thema: Wat er na nog allemaal komt

Nu werd het tijd om te beginnen.
Niet met begrijpen. Niet met accepteren.
Maar gewoon…….. doen wat er moest gebeuren.

Twintig bestralingen.
Eerst chemo via het infuus en daarna chemo in tabletvorm — twee keer per dag 1250 milligram, dus 2500 milligram per dag. En daarnaast de scans: CT-scan, PET-scan en de bestralingsscans.

De behandeling zelf vond ik zwaar, maar de scans waren voor mij misschien nog wel het moeilijkst. Ik ben namelijk ontzettend claustrofobisch. Niet een beetje spannend — echt paniek. Alleen al het idee dat ik in zo’n apparaat moet liggen maakt me benauwd, je hoofd gaat malen en dan ineens weet je dat je er niet uit kunt, zeker niet uit zo een Pet-scan. Toch ga je. Elke keer weer. Omdat er geen keuze is als je beter wilt worden.

CT-scan
Dit was de derde CT-scan in mijn leven.
Halverwege klim ik er weer uit. Mijn lichaam weigert gewoon. Ik wil weg. Paniek. Lucht. Ruimte. Na een rustgevend middel, een half uur later en met mijn partner naast me — in een loodschort — probeer ik het opnieuw. Niet omdat het ineens makkelijk is, maar omdat het moet.

PET-scan
De PET-scan was nog zwaarder.
Eerst een uur alleen in een kamer liggen met radioactieve vloeistof in je lichaam, zonder te mogen bewegen. Dat uur duurt eindeloos als je hoofd alleen maar paniek aanmaakt. Daarna de scan. Een verpleegkundige ziet mijn angst en vraagt of het helpt als ze erbij blijft. Als een kind zo blij dat er iemand is die bij mij wil blijven. Ze begint verhaaltjes te vertellen — dezelfde als aan haar kinderen. En daar lig ik dan. Volwassen. Ziek. Bang. Zo klein als een kind, maar het helpt.
Ik ben haar nog steeds dankbaar dat ze mij niet alleen patiënt liet zijn, maar ook gewoon mens.

Bestralingsscan
Ik vertel mijn radiotherapeut over mijn angsten.
Ik mag in een open scan bestraald worden. Dat voelde als een enorme opluchting. Soms zit verlichting in iets heel kleins. Je zal het alleen wel uit moeten spreken, een ander kan het niet ruiken.

Ik maak thuis een schema op mijn laptop, print het uit en hang het op in de keuken.
Alle data, aantallen, begin en eind overzichtelijk op papier. Foto’s van mijn partner en kleinkinderen erop geplakt. Elke dag zet ik een smiley in een vakje — een lach of een traan. Niet omdat ik controle heb, maar omdat ik anders het overzicht verlies. Mijn hoofd moet kunnen volgen wat mijn lichaam allemaal ondergaat.

Mijn laatste bestraling en chemokuur waren op 23 december 2025. Op papier klaar.
Maar mijn lichaam had dat bericht nog niet ontvangen. Ik was bang dat ik in een gat zou vallen zodra het zou stoppen. Dat je ineens losgelaten wordt. Gelukkig bleef er controle: wekelijkse telefonische afspraken en bloedonderzoeken.

Toch begon daarna de zwaarste periode.
De pijn kwam opzetten. Het bloeden bleef — bij elke keer plassen. Blaaskrampen, misselijkheid (gelukkig met medicatie te onderdrukken), neusbloedingen, slecht en weinig slapen en geen energie meer. ’s Nachts ieder uur uit bed moeten om te plassen.
Ik bleef mezelf geruststellen: dit hoort erbij, dit is herstel, dit gaat voorbij. Beter dit voelen, want dan weet je dat er iets in je lichaam gebeurt, dan dat je niets voelt. Maar de dagen werden zwaarder in plaats van lichter.

En ergens voelde mijn lichaam het alweer….…
voordat iemand het uitsprak.

Wordt vervolgd in deel IV