Deel II Mijn lichaam wist het al

Deel II Mijn lichaam wist het al
19-01-2026 – Pseudoniem: W.K. – Thema: het ziekenhuis

Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen werd ik direct naar de spoedeisende hulp gebracht. Gelukkig mocht mijn vriend (mijn partner) bij me blijven. Dat alleen al gaf een klein beetje rust. Daar, op de SEH, voelde ik me voor het eerst even veilig.

Er kwamen allerlei mensen binnenlopen. Alles ging snel. Ik kreeg een infuus, mijn bloeddruk werd gemeten en mijn temperatuur opgenomen. Het voelde alsof mijn lichaam ineens niet meer van mij was, maar van de zorg om mij heen. Tegelijkertijd werd er een katheter ingebracht. Al snel bleek waarom ik niet meer kon plassen en waar die enorme pijn vandaan kwam: er zaten bloedproppen in mijn blaas. Daardoor kon ik niet meer plassen.

Er werd handmatig gebruikgemaakt van blaasspoelen bij hematurie en bloedstolsels. Een spuitje vloeistof (zout water) werd via een extra slangetje van de katheter in de blaas gespoten, om de blaas schoon te maken van bloedklontjes (stolsels). Met andere woorden: er werd met een spuit vloeistof (zout water) in de blaas gespoten en direct weer vacuüm uitgezogen, via een slangetje van de katheter, om de blaas te reinigen van bloedklontjes. Dat was ontzettend pijnlijk.

Mijn vriend stond erbij en keek machteloos toe. Ik zag zijn onrust, zijn onvermogen om iets voor me te kunnen doen. Bij mij rolden de tranen over mijn wangen. Ik probeerde me groot te houden, maar dat lukte niet meer.

Toen ze dachten dat alle bloedproppen verwijderd waren en een nieuwe katheterzak hadden aangesloten, werd ik na lange tijd naar de afdeling gebracht. Daar kreeg ik te horen dat ik moest blijven.

Ik heb vijf dagen een katheter gehad, met tussendoor die verschrikkelijke handmatige spoelingen, tot aan mijn operatie (TURT). Ik had de pech dat de katheter telkens weer verstopt raakte, omdat er steeds opnieuw bloedstolsels in mijn blaas zaten, waardoor de urine niet door de slang van de katheter kon. Opnieuw werd er handmatig gespoeld en weer en weer.

Op de vijfde dag van mijn opname werd door de uroloog een cystoscopie uitgevoerd. Daarbij werd geconstateerd dat er een tumor in de blaas zat. Diezelfde avond belde de uroloog mij laat op mijn mobiel in het ziekenhuis en vertelde dat zij de volgende dag een TURT-operatie zou uitvoeren. Mijn hart sloeg in mijn keel; zo bang was ik voor een operatie. De volgende dag werd er gestart met alle voorbereidingen die voor een operatie nodig zijn. Omstreeks half vijf werd ik geopereerd en kwam terug op zaal, opnieuw met een katheter.

De verpleegkundigen waren lief. Echt lief. Ze kwamen steeds weer kijken hoe het met me ging. Misschien omdat ze wisten van mijn angsten, had ik het gevoel dat ze extra aandacht voor me hadden. Dat voelde veilig. Ik was bang, maar mijn partner was gelukkig zo vaak mogelijk bij me. Dat maakte het draaglijker.

Na de operatie werd het weggenomen weefsel opgestuurd naar de patholoog-anatoom. Eén dag na de operatie mocht ik naar huis. Ongeveer tien dagen later werd ons op de poli door de uroloog verteld dat het een spierinvasieve blaaskanker betrof. Daarnaast werden twee opties besproken:

Optie 1: het verwijderen van mijn blaas.
Optie 2: een chemokuur en bestraling.

Al die termen waren nieuw voor mij. Het verwijderen van de blaas zou een operatie zijn van ongeveer tien uur, vertelde ze. Gezien mijn longproblemen zou dat te lang duren. Mijn longen zouden dat waarschijnlijk niet aankunnen.
Ze legde uit wat het allemaal inhield. En ik ben nog nooit zo geschrokken.

Mijn blaas verwijderen…
Een stoma…
Een nieuwe blaas maken van de darm…?

Ik begreep er niets van. Een nieuwe blaas, maar tóch een stoma? Het duizelde mij. De uroloog adviseerde dat optie 2 voor mij het beste was. Wij hebben het advies van de uroloog opgevolgd.

Wordt vervolgd in deel III