De dag dat mijn moeder overleed
Triggerwarning: sterven.
Binnen twee minuten sta ik in de woonkamer van mijn ouders. Via de achterdeur naar binnen, waar ik mijn oudste zus huilend aantref op het veldbedje van m’n vader, en mijn vader ontredderd middenin de woonkamer met zijn armen wijd naar mij uitgespreid. En achter hem staat het bed van mama, tegen de grote woonkamerramen aan. Maar mama is er niet meer. Ik voel het gelijk. De aanwezigheid die ik tot dat moment altijd nog heb gevoeld, is in een keer weggewaaid. Ik wil het raam dichtdoen omdat ik bang ben dat er iets van haar verloren gaat, maar het huis ruikt muf en poeperig en ik weet eigenlijk ergens ook wel dat dat onzin is. Maar toch wil ik het raam dicht. Ik wil haar bewaren, mijn mama. Na mij los te hebben gemaakt van mijn vader, loop ik naar het bedje toe. Daar ligt ze, of lag ze. Haar lijfje. Toegetakeld, uitgemergeld, ziek en .. ontspannen. Heel erg dood. Voor het eerst zie ik dat dood niet hetzelfde is als slapen. Ik ga naast haar zitten op het leren poefje en steek mijn handen onder de dekens. Ik voel aan haar voeten, haar keiharde nagels, haar ruwe hielen, haar benige schenen, haar knokige knieën, haar dunne dijbenen, haar buik met grote littekens, haar schouders, haar sleutelbenen, haar droge ellenbogen en haar handen. Ik haal een hand onder de dekens vandaan, ze is warm. Ik wist niet wat ik kon verwachten, ik dacht dat ik het eng zou vinden, of dat ze koud zou zijn. Maar de dekens houden haar temperatuur vast, en het is het lijfje van mijn mama, zo vertrouwd. Ik streel haar hand, probeer elk detail in mij op te nemen. Ik knijp in haar nagels zoals ze bij mij ook altijd deed. Dan leg ik mijn voorhoofd naast haar op het bed en leg haar hand op mijn achterhoofd.
Ik laat me heel bewust voor de laatste keer troosten door mijn moeder.