Roundup
Al maanden
is het rommelen.
Al bijna een jaar,
denk ik.
Er kriebelt wat.
Wel gedachten,
geen scherp beeld.
Geen vinger op zere plek.
Vandaar nu
even pas op de plaats.
Schrijven wat opkomt.
Voor mezelf.
Zaken op een rijtje.
Hopen op inzicht.
Of iets meer zicht.
En misschien een mogelijke uitweg.
Gaat het slecht? Nee.
Gaat het goed dan?
Ook niet.
Vaak wel, denk ik.
Neem ’s ochtends, het opstaan.
Barrière die er vroeger nooit was.
Lijf zegt: laat me liggen.
Beroerd. Moe. Lam.
Mijn hoofd weet inmiddels beter:
al voelt mijn lijf beroerd
en voelt niets daarin voor actie
ALS JE OPSTAAT TREKT HET BIJ!
Duidelijk beeld. Toch? Opstaan.
Maar wacht, bijkomstigheidje:
lamlendig-laat-me-lijf heeft hulp
van slaap die verbeten aanklampt.
Samen zijn die echt beresterk.
Dus al weet mijn hoofd beter
en roept-ie in hoofdletters,
het is vaak een titanenstrijd.
Rot aan de dag beginnen,
gebeurde het laatste jaar steeds vaker.
Lastig. Je die statistiek realiseren,
is een extra vermoeiend vooruitzicht.
Maar goed, we zijn opgestaan.
Dan is het vaak nog doorbijten.
Koffie doet soms wonderen.
Mijn vrijwel dagelijkse zeewaterbad vaak ook.
Dingen gaan doen helpt. Maar ...
... maar dan is er vaak onrust.
En moet ik mezelf afschalen:
wat moet er nou echt? Wat moet nu?
Ik kan niet meer te werken.
Hoeft ook niet meer; veel ruimte,
maar ook een sterke wil
en zin in veel. Dat wringt.
Oh, en wat daarnaast speelt:
Neuropathie. Heb ik het zelden over,
maar mijn voeten doen altijd ‘pijn’.
Vingers, lippen en tandvlees vaak.
Die last neemt ook toe.
Schoenen voelen te strak
Voeten tintelen vaker. En intenser.
Bij kou crasht de aansturing.
Ja, en nog iets:
ik heb ook steeds minder energie
of noem het weerstand,
Ausdauer
Dat betreft (vooral) mijn hoofd.
Ik las net terug; tijdens mijn re-integratie
ging het bij de bedrijfsarts over hetzelfde*:
geheugen, druk/drukte, nieuwe dingen, spanning, ...
Nou, ga er maar vanuit
dat het nu veel erger is,
nauwer luistert,
gauwer misgaat.
Misgaat ja, ondanks
meer ervaring met doseren.
Middelen tussen wat ik wil en kan.
Kiezen waarvoor ik wel en geen tol wil betalen.
Mis, ondanks dat ik moe ben.
Vaak moe. Want het is altijd spannend
op het veld tussen mentaal en fysiek fit blijven
en mezelf ondermijnen.
Dat heeft van doen
met trots, eer, sterke wil,
lol in dingen doen en willen weten.
En met wat ooit kon, mijn referentie.
Dus moet ik steeds scherper kiezen.
Wat wil ik zeker doen en wat staat reserve?
Wat lees ik en wanneer en waar?
Naar wie e/o wat ga ik toe? En hoe lang?
De lijst is lang.
Wanneer trainen en wat?
Welk deel van het klusje vandaag? Wat morgen?
Dat werk.
En ook:
Wat is mijn plan B
als A strandt,
of niet van de grond komt?
Klinkt allemaal vrij bezig.
Aard. Beestje.
Voor ziek zijn, voor afbouwen,
voor slagbomen ben ik niet gemaakt.
Dat laatste redt me regelmatig
als slaaprest en lam-vermomd lijf
samenspannen tegen
wat mijn hoofd weet en opdraagt.
Dus neem ik me voor:
morgen volg ik onverbiddelijk
de ‘OPSTAAN HELPT’. (En zet ik
een tweede wekker. Op opsta-afstand)
P.S.
Denk vooral niet dat ik, om in het spoor te blijven, puur afhankelijk ben van exercities als deze. Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen.
Onveranderlijk is er super-eega F., die onder meer toeziet, met me spart en de handrem bedient.
Én zijn er mensen die, net als super-F., gevraagd en ongevraagd advies geven.
Maar af en toe moet je gewoon even bij jezelf naar binnen kijken.
* https://erikhuisman.wordpress.com/2022/08/18/mallemolen-297/