Wolk

Ze liep voor me uit door de gangen van de school. Er is zelden een korte route en als er in de gymzaal euritmie-lessen zijn, mag je al helemaal niet meer rechtdoor op je doel af - koffie in het keukentje - maar moet je noodgedwongen een hele omweg maken via de bovenste verdieping. Vele lussen heb ik gelopen. De school is oud. Charmant, maar krakend, heet in de zomer en koud in de winter, onhandige smalle gangen, linoleumvloeren die te sterk ruiken als ze gesopt worden. Je komt ook te vaak mensen tegen onderweg naar boven of beneden. 

Ze zei niks. Liep gewoon verder. En mijn rekenles aan de kinderen van klas 2 van daarnet, waarover ik zo direct feedback zou gaan krijgen, mijn falen eigenlijk, begon als een steeds dikkere wolk om ons heen te hangen, samen met haar zwijgen.

Ze opende de deur en liet mij als eerste naar binnen stappen. Sloot de deur, zacht, nadrukkelijk. Draaide zich om. Keek me aan. En zei: “Tja.”

Ik zakte in mijn stoel. Langzaam liep zij naar de tafel en ging ook zitten.

“Tja Anne. Wat zal ik zeggen.” Dat was geen vraag.

“Ik zie jou ontzettend ploeteren voor de klas. En eigenlijk gaat het niet veel beter dan aan het begin van deze periode. Je vooruitgang is er wel, maar te weinig, te klein. Het kost je immens veel energie. Ik zie hoe je worstelt om je lessen te geven, ik vind dat echt een probleem.”

Ik boog mijn hoofd. Het was waar. En ineens, nu het zo tussen ons in lag, gezegd was, viel mijn hele motivatie om dit vol te houden, de afgelopen twee jaren, als een loodzware zandzak in een put. Ik vroeg me af of ik die nog eruit zou kunnen tillen. Ik kon niet eens meer achterhalen hoe ik die zak überhaupt zo vol had gekregen.

“Wat zou je willen, als je met deze studie zou stoppen?” vroeg Anna.

“Schrijversvakschool.” zei ik prompt. Ze zette grote ogen op.

“Daar zat geen seconde tussen.” zei ze. Ik knikte.

Tijdens de voorjaarsvakantie die volgde op dit gesprek wachtte ik op de terugkeer van mijn motivatie. Ik wilde mezelf niet meer forceren tot iets dat niet echt vanuit mijn hart ontstond. Er kwam niets terug, er ging alleen meer vanaf. Aan het eind van de vakantie, na de eerste dag op school, nam ik een besluit. Ik ging stoppen. 15 juni was mijn laatste schooldag op de Vrije School Pabo in Leiden.

“Zou je niet eens kijken op de site van de Schrijversvakschool? Hoe het zit met toelating en zo?” We lagen met koffie in bed, het was nog vroeg, en het was 20 juni. Mopperend opende ik mijn laptop. Ik was verdomme net gestopt met studeren, wilde ik wel meteen door met een andere studie? Weer zo hard werken? Ik bezocht de site. Daar zag ik dat de laatste dag om werk in te leveren om toegelaten te worden tot de school, die dag was, 20 juni, VANDAAG! Shit, en toen wilde ik wel ineens. Verbeten en koortsachtig gebruikte ik de rest van de dag om teksten die ik eerder had geschreven uit te zoeken, een motivatiebrief te schrijven, mijn cv bij te werken, en thuis printte ik alles in drievoud uit. Daarna sprong ik opnieuw op de fiets en bracht de grote envelop naar de Herengracht. De brievenbus was nogal open, als ik had gewild had ik alle concurrentie eruit kunnen trekken maar dat deed ik toch maar niet. Licht ontstemd racete ik weer naar huis. Op hoop van zegen dan maar.

10 juli kreeg ik bericht. En nu zit ik op de Schrijversvakschool. Elke zaterdag les in een monumentaal pand aan de Herengracht, wat een traktatie. Door de week bakken met huiswerk, maar vooralsnog vind ik dat alleen maar geweldig.

Eindelijk doe ik wat ik echt wil doen.