Dertien, en zo langzamerhand ook versleten.

Is 13 een ongeluksgetal?

Ik ben niet iemand die veel waarde hecht aan ‘ongeluks’- of ‘geluks’verschijnselen. Daar ben ik in wezen te nuchter en te praktisch voor. In ons buitengebied struikel je over zwart(witte) katten en moerasachtige modderpoelen, overal wordt gebouwd, dus ladders zijn niet te vermijden en kruisjes worden niet veel meer geslagen als je voorbij loopt aan een Mariakapelletje.

Maar het kriebelt. Ik ben nu exact 13 jaar mijn oogje kwijt en in het afgelopen half jaar achtervolgt pech met mijn gezondheid me in een moordend tempo. Allemaal van die niet-verwachte kleine probleempjes die opdoemen én stapelen.

Dan denk je weer wat op te knappen na een verkoudheidje, doemt er een griepje op. Tot een maand of drie geleden kon ik mijn insuline prima onder controle houden met zelfregulerend spuiten. Maar mijn glucosewaardes (ik heb diabetes gekregen na een behandeling met chemo) blijven niet meer zo stabiel als voorheen met alle gevolgen van dien. Mijn schildklier is ook al een tijd niet rustig te krijgen na een medicijnfoutje-met-gevolgen. Ik moet weer van voor af aan beginnen met inregelen. En hoe goed ik mijn weinige energie ook probeer te verdelen: mijn lijf is vermoeider dan ooit en werkt slecht mee.

Ik word natuurlijk ook ouder, mijn grijs haar is inmiddels spierwit geworden en mijn huid laat overal vlekken zien (medicijn gerelateerd). Er begint neuropathie in handen en voeten te ontstaan, mijn bewegingsapparaat heeft last van stijfheid dus sporten wordt ook moeilijker. Gelukkig is de ontwikkeling van staar in mijn overgebleven oogje gestopt door het vervroegd plaatsen van een nieuwe lens, wat voorkwam dat ik gedwongen werd om voor blinde te leren. Bij mijn diagnose was ik een energieke vijftigplusser, nu nader ik de zeventig en realiseer me donders goed dat dit meespeelt.

Tussen mijn oren ben ik ook soms de weg kwijt. Naast vergeetachtigheid doemt het spook van de chaos en de onzekerheid op. Multi-tasken wordt allengs moeilijker. Voorheen kon ik al die kleine klachten en gebeurtenissen relateren aan mijn kanker en waren ze redelijk te managen. Maar nu weet ik het niet meer zo zeker en de twijfel slaat toe.

Wat ligt nu waaraan? Zijn die akkefietjes nu gerelateerd aan de kanker, de diabetes, de schildklierschommelingen of mijn ouderdom? Natuurlijk vraag ik het mijn artsen en die doen hun best de klachten aan te pakken op hun eigen specialisme, maar ik zit met al die dingen in één lijf en één hoofd en begin hier de regie over te verliezen.

Heb ik het één onder controle, dan begint het andere te ontwrichten. De puzzel om alle stukjes aan elkaar te passen en één compleet plaatje te houden wordt ingewikkelder. Er ontstaan hiaten en ophopingen op plekken waar ik ze niet wil hebben. De zorgvuldig opgebouwde structuur die ik broodnodig heb om een gelukkig en kwalitatief goed leven te leiden, brokkelt een beetje af. En dat baart me zorgen.

Ik weet het, ik ben een gelukspieper dat ik al zo lang met kanker in mijn lijf een redelijk ‘normaal’ leven kon leiden. Alle -experimentele- behandelingen zijn bij mij succesvol geweest en hebben me jaren extra opgeleverd dan ‘begroot’.  Ik word als voorbeeld aangehaald en menige lotgenoot is jaloers op die gekregen extra tijd. Ik ben gelukkig én dankbaar daarvoor.

Maar nu ben ik uitbehandeld. Mijn kankercellen groeien weliswaar langzaam en gestaag door maar van de eerste gezwellen begin ik nu een beetje ongemak te krijgen. Er zit er een in mijn oksel en een BH met beugel dragen wordt zo langzamerhand behoorlijk lastig. Dus dat moet ik aan gaan passen. Mijn lever is opgezet, dus mijn taille-omvang geeft meer centimeters aan. Ik ben niet superslank en klein. Als ik voor een passpiegel in de winkel sta merk ik op dat mijn figuur behoorlijk aan het veranderen is. Samen met een onmisbare wandelstok om vallen te voorkomen geeft dat duidelijk een beeld van een oud, versleten mens.  Tel daarbij op dat ik niet de snelste ben en ik voldoe geenszins meer aan het perfecte plaatje. En dat komt toch wel even binnen. Ik realiseer me dat ik aan het begin sta van een niet te stoppen aftakeling naar mijn levenseinde.

Dan is 13 dus een ongeluksgetal voor mij,  het is het ommekeer-jaar geworden. Ik ben vastbesloten om in ieder geval te blijven proberen in leven te blijven, ook al is het met vallen en opstaan, trials, en lichamelijke achteruitgang.  Mijn gelieven verdienen het dat ik daarvoor ga. Maar tegelijkertijd ga ik mezelf én hen ook voorbereiden op mijn afscheid dat nu toch wel dichterbij aan het komen is. En kom ik een kapelletje tegen … dan steek ik tóch maar een kaarsje aan.

 

Jac

 

 

1 reactie