Deel 18. Ventileren kun je leren.
02-08 t/m 20-08-2026
Ventileren kun je leren.
Er is veel gebeurd de laatste weken. Zowel fysiek als mentaal, het was me weer een rollercoaster. Vol spanning maar ook met mooie emoties. Op zes augustus was het zover, de operatie. Ik val maar meteen met de deur in huis want het is mij zo ontzettend meegevallen. Het moment dat ik ‘afscheid’ van mijn man moest nemen bij de holding, was erg emotioneel. Dat voelde zo definitief, toen stond ik er weer helemaal alleen voor.
Op de holding (waar je word opgenomen en voorbereid voor de operatie) waren ze heel erg lief. Het is bijzonder om te zien hoe soepel alles verloopt onder al het personeel. Ieder zijn taak, een geoliede machine. Ik heb de laatste tranen weggepinkt en mijzelf herpakt. Mijn doel was om zo rustig mogelijk de narcose in te gaan omdat je dan ook rustig ontwaakt. Vanuit het bed kon ik recht op de klok kijken en ik zag elke seconde wegtikken, dat ging niet helpen. Toch nog even een laatste appje sturen ter afleiding. Een laatste foto verzenden, een laatste teken van leven. Het idee dat ik een tijdje onder zijl zou zijn, leek mij voor de mensen die wachten op het telefoontje, zenuwslopend.
Daarna kwamen de anesthesiemedewerkers mij ophalen, toen ging het snel. Het infuus prikken verliep moeizaam. Thanks to mijn chemo aderen. Na vier prikken op mijn hand, was het de anesthesist eindelijk gelukt. Ik hoorde al iemand zeggen; linker of rechtervoet? Zal toch niet waar zijn. Maar links of rechtsom, het infuus moet er in. Ik ben dan ook opgelucht wanneer het gelukt is. Rechts zie ik het bloed op de grond druppen, ik maak de boel al vies zonder dat er een mes aan te pas is gekomen. Het voelt helemaal niet spannend meer. Ik voel dat ze het kapje opzetten ik adem rustig, diep in en uit. Naast mij praat te arts nog over hoe mooi Bretagne is, dat is dan ook de gedachte waarmee ik in slaap wil vallen. Opeens word ik duizelig, ik zie de lamp en het plafond bewegen. Alsof ik in een draaikolk mee word gezogen naar een mooie wereld.
Drie en half uur zijn de artsen bezig geweest. Ze hebben mijn tepels en al het mogelijke borstweefsel verwijderd. Via dezelfde wond is er ook een poortwachtersklier verwijderd aan de rechterkant. Dit is ontzettend secuur gedaan en hierdoor heb ik geen extra wond en hechtingen in mijn oksel. Dat scheelt enorm in de bewegelijkheid van mijn rechterarm. Hoe ik wakker ben geworden op de OK, weet ik niks meer van. Inmiddels was ik al op de recovery en voelde dat ik nog aan het dromen was en wilde eigenlijk liever nog even blijven slapen. Van te voren had ik ergens gelezen dat als je wakker word na een operatie als deze, dat het voelt alsof er een olifant op je borstkas zit. Dit kan ik bevestigen. Wat een zwaar, strak en benauwend gevoel was dat. Ik kom lastig uit mijn woorden omdat ik erg slaapdronken ben. De verpleging denkt dat ik pijn heb maar het was meer paniek. Om mij heen hoor ik iets over morfine, dat moet ik niet hebben denk ik. Het eerst wat ik roep is; STOP. Pas daarna lukt het me om te praten. Ik krijg toch 2cc morfine en iets tegen de misselijkheid. Dit doet snel zijn werk en ik voel me best snel weer oké. Twee lekkere peren ijsjes gehad, en na een klein uurtje mag ik naar de afdeling.
Onderweg naar de afdeling ruik ik eten en koffie. HEERLIJK. Ik krijg er echt trek van. We moeten wachten op de lift. Iemand is het er niet mee eens dat ik voorrang krijg en lijkt bijna verbaasd dat we met de lift moeten. Waarop ik zeg; ‘Ik kan nog geen traplopen helaas’. Dit werd niet gewaardeerd maar ik heb weer gelachen. Humor is onaangetast gebleven 😉 en lachen is gratis meneer.
De eerste uren zijn een rare gewaarwording. Het is een mengeling van ongemak, intense spierpijn, druk en een gevoel van hulpeloosheid. Wat kan ik wel en hoe moet ik bewegen? Pijn kan ik het niet noemen. Ik had nog steeds enorme trek en toen er twee sneetjes brood met boter voor werden gezet, at ik ze veel te gulzig op. Ik kreeg de hik, wat een hel. Tranen van ellende. Het bewegen ging ook alles behalve soepel, dat moest beter kunnen gaan volgens de verpleegkundige. Dus toen toch besloten om een oxycodon te nemen. Dat nam al heel snel de scherpe randjes weg en daarna is het met het uur beter gegaan. Verbazingwekkend.
De narcose werkte steeds verder uit en na een powernapje kon ik al zelf omhoog komen uit bed. Probeer dat maar eens zonder je handen te gebruiken. Gelukkig zitten er nog goede buikspieren onder mijn gekweekte vetlaagje. Ik lag samen met twee lieve dames op een zaaltje. Einde van de middag krijg ik een lekkere warme maaltijd, aardappelpuree, stukje vlees en bonen! Die zijn normaal geen favoriet maar ik had er nu echt zin in. Dit deed me zichtbaar goed. Ik wist dat ik sowieso een nachtje moest blijven en dat was helemaal prima. Elke drie uur werd ik gewekt voor de controles. Bloeddruk, temperatuur, zuurstofgehalte en wondcontrole. Er zat een groot wit verband om mijn borstkas. Geen druppel bloed ingekomen en geen zwelling zichtbaar, dus geen tekenen van nabloeding. Wat een opluchting. Ik voelde mij heel dankbaar voor de goede zorgen en dat het mij zo goed verging, zonder complicaties. Wel ben ik erg nieuwsgierig naar hoe het slagveld er bij ligt. In mijn hoofde voelde ik wel dat het geen grote wonden zouden zijn, dat kon ik mij gewoon niet voorstellen met hoe rustig het aanvoelde.
Het was een gebroken nachtje, door de controles. Tussendoor heb ik wel wat goede uurtjes gemaakt. Ik word dan ook best fit wakker. Blij dat de nacht om is en dat ik er goed doorgekomen ben. Bijzonder om eens te ervaren wat er ’s nachts allemaal gebeurd in een ziekenhuis, stil is het nooit. Even een ontbijtje erin, beetje lopen en opfrissen. Gaat verrassend goed! Ik begin steeds meer hoop te krijgen dat het bij één nachtje ziekenhuis gaat blijven.
Rond een uur of tien komt de chirurg langs. Of ik het wil zien. JA! Van te voren had ik bedacht dit moment samen met mijn man te hebben maar ik ben er helemaal oké mee om zelf die spiegel vast te houden. Mijn gevoel werd bevestigd, het zag er alles behalve eng uit. Ik had mijzelf voorbereid met veel ergere plaatjes, ik kon namelijk niks anders vinden. Ook ben ik blij dat het weefsel nu weg is, de tumor. Ik heb een boudoir fotoshoot gedaan en heb een beeldje laten maken van de meiden, net zoals vrouwen doen tijdens een zwangerschap. En dit heeft mij in het proces van acceptatie zó goed geholpen. Ik had al afscheid genomen. Het zou wel fijn zijn dat er ergens meer beeldmateriaal te vinden is van operaties als deze. Alleen het ‘Alle mooie borsten boek’ is zeer realistisch, maar daar zie je alleen de genezen fase. Ik spreek nu voor mezelf maar ik heb beeld nodig om mij ergens op voor te kunnen bereiden, kan me voorstellen dat meer vrouwen dit zo ervaren. Dus mocht je in hetzelfde schuitje zitten of je aan het voorbereiden bent op de operatie en wat beeldmateriaal zou willen, laat het mij weten.
Na dat ook de plastische chirurg een controle heeft gedaan, krijg ik groen licht om naar huis te gaan. De arts had van te voren al aangegeven dat als het volgens het boekje gaat, je maar één nacht hoeft te blijven maar ik dacht; eerst zien en dan geloven. Als ik mij niet goed had kunnen redden of veel pijn had gehad, dan was naar huis gaan niet verantwoord. Ik snap heel goed dat het voor mensen heftig en snel klinkt, dat had ik van te voren ook.
De autorit naar huis had ik ook erger verwacht. We hebben een vrij hoge auto dus dit helpt zeker mee. We hadden allerlei kussens meegenomen maar ik heb er geen gebruik van gemaakt. Het is zeker fijn om voorbereid te zijn en het achter de hand te hebben maar persoonlijk zou ik niet van alles aanschaffen. De kans is groot dat je het amper of niet gaat gebruiken. Een beetje boerenverstand. Eenmaal thuis ben ik wel toe aan een dutje, alle gebeurtenissen en spanning vallen van mij af zodra ik in slaap val. Ik heb na een tip van een lotgenootje een ziekenhuisbed thuis laten bezorgen. Tip van de eeuw! Je kan het instellen in een fijne houding en het omhoog komen zonder handen, gaat ook een stuk aangenamer. Ook zag ik het niet zitten meteen boven te moeten slapen want ik had twee prachtige drain potten als souvenir. Theo & Thea hebben we ze genoemd. Mijn handige man heeft twee houdertjes gemaakt aan de zijkanten van mijn bed, zodat de potjes niet om kunnen vallen. Als ik wakker word, komt er nog een lieve vriendin langs. Fijn haar te zien, het doet me goed. De eerste nacht thuis kom ik goed door. Wel neem ik elke zes uur naproxen en paracetamol. Ik was een beetje sceptisch van te voren of dit wel voldoende zou zijn, maar het is zo goed te handelen. Pijn is het nog steeds niet te noemen, ongemakkelijk en strak. Dit houd de dagen daarop volgend aan maar aan het einde van de week heb ik het in de nacht al niet meer nodig. Het gaat merkbaar beter en ik besluit er dan maar helemaal mee te stoppen, goed teken.
Elf dagen. Zolang moest ik wachten voordat ik een afspraak had voor de uitslag van het weefsel. Gek genoeg was dit niet de meest spannende periode. Of het komt omdat ik afgeleid was door het herstellen, of misschien toch omdat ik een heel goed onderbuik gevoel erover had. Online kun je het al inzien maar ik heb er bewust voor gekozen om dit niet te gaan doen. Dat geeft onnodige onrust, weet ik uit eerdere ervaring. De context mist. Het houd me dus niet echt bezig, pas als we aankomen in het ziekenhuis en binnen worden geroepen, voel ik spanning. We zien twee hele serieuze blikken en even denk ik, zou het dan toch niet goed zijn en word dit een slecht nieuws gesprek? Al snel verschijnt er een glimlach op het gezicht van de chirurg. ‘Ik val maar met de deur in huis; geen uitzaaiingen en je bent schoon.’ WAT EEN ONTLADING. Ik begin een beetje te ratelen uit enthousiasme maar er komen geen tranen. De snijvlakken schoon, omliggende weefsels, en ook geen enkel teken van uitzaaiingen in de poortwachtersklieren. Beste nieuws van de afgelopen maanden! De wondgenezing vinden ze bijzonder fraai, compliment voor de artsen, heel dankbaar voor.
Na thuiskomst ga ik toch nog even de brief doorlezen waarin de uitslag beschreven word. Ik weet door de tijd heen inmiddels van veel dokterstaal de Jip & Janneke versie maar sommige moet ik opzoeken. RCB II staat er. Dat staat voor Residual Cancer Burden. Oftwel; een manier voor pathologen om de hoeveelheid rest tumor nadat je chemotherapie heb gehad te meten. In mijn geval zat er nog veertien millimeter tumorweefsel in mijn borst. Het was eenentwintig dus de chemo heeft zeker invloed gehad. Maar door die afmeting val ik wel in categorie II, een matige hoeveelheid. Dat houd in dat er nog steeds een kans is dat er hele kleine deeltjes in mijn lijf zweven die niet gevoelig waren voor de chemo. Dit noemen ze ook wel slapende cellen. Deze slapende cellen kunnen jaren geen problemen geven maar zelf na 20 jaar alsnóg weer uitgroeien tot een tumor. Mijn variant bestaat voor 90% uit oestrogeen en voor 80% progesteron receptoren. Met andere woorden; de vrouwelijke hormonen zijn de voedingsbronnen voor het type tumor dat ik had. Komende vijf jaar heb ik daarom nog de anti hormoontherapie. Lucrin houd mijn eierstokken in slaap zodat er geen aanmaak is en de tamoxifen zorgt er voor dat de lage hoeveelheid hormonen die je nog wel in je lichaam hebt, niet kunnen hechten aan cellen.
En ik wil helemaal niet pessimistisch doen. Want ik ben ontzettend dankbaar dat ik schoon ben. Maar niet alles is daarmee opeens opgelost. Mijn gevoel blijft hetzelfde. Het verraderlijke is dat je geen pijn gehad hebt, geen andere symptomen en daardoor blijft het mentaal soms moeilijk om te beseffen dat je ziek bent geweest. Niemand heeft garanties maar deze uitslag bevestigd dat je nooit veilig zult zijn, ondanks alles wat je hebt moeten doorstaan.
De anti hormoontherapie is mijn vangnet komende jaren. Wie had ook gedacht dat ik nog blij zou gaan zijn met deze medicijnen. Eerder wilde ik zo snel mogelijk stoppen en nu wil ik eigenlijk liever niet meer zonder. Dat ik daardoor in de overgang blijf, neem ik inmiddels voor lief. De opvliegers blijven en af en toe verneem ik wat gewrichtspijn in mijn knieën. Slapen gaat soms heel goed en soms heb ik een fase waarin het weer erbarmelijk gaat. Ondanks alles laat mijn lichaam zien hoe sterk het is. Ik herstel heel goed, mijn haar blijft maar groeien. Net zoals mijn wimpers, wenkbrauwen en nagels. Het lijkt zelfs voller dan voorheen, trots! Op dag zes na de operatie ben ik naar de kapper gegaan om mijn asblonde coupe om te toveren naar een blond koppie. Stap voor stap word ik steeds meer mijzelf, misschien een nieuwe versie maar ik ben er content mee. Het was een lang blog deze keer maar het was heerlijk om het van mij af te kunnen schrijven. Ventileren kun je leren.
Liefs.