Integreren
Dus daar sta ik dan. In dienst. Niet omdat ik het wil. Niet omdat het bij me past. Maar omdat de rekeningen niet wachten en mijn lijf niet meer meewerkt. Dat is de waarheid. De rauwe, ongemakkelijke, niet-in-mijn-verhaal-passende waarheid. En ik ben er nog steeds niet aan gewend. Sterker nog: ik word er elke dag een beetje ongelukkiger van. Maar wat moet ik? Mijn energie is schaars, mijn centen zijn op, en de kanker heeft me geleerd dat ik niet meer onbeperkt kan leunen op die oude, eigenwijze ik. Die vrouw die altijd haar eigen plan trok. Die vrouw is er nog wel, maar zij heeft geen benen meer om op te staan. Dus zit ik hier. Achter een pc. Met collega's die vriendelijk zijn en het goed bedoelen. En ik doe alsof. Alsof ik hier hoor. Alsof ik dit wil. Alsof ik niet elke dag denk: waar ben ik aan begonnen? Iedereen zegt dat ik verstandig ben. En ik weet dat ze gelijk hebben. Maar hun gelijk voelt niet als troost. Het voelt als een gevangenis. Ze zien de rekensom, maar ze voelen de beklemming niet. Ze zien de veiligheid, maar ze voelen de leegte niet. Ze zeggen: "Je bent zo sterk dat je dit kunt." En ik denk: ik doe dit omdat ik geen keus heb. Dat is geen kracht. Dat is overleven. En juist nu, met de klok die doortikt en de energie die schaars is, zit ik met de grootste vraag van allemaal: moet ik mijn hart volgen, of moet ik mijn schoorsteen laten branden? Vroeger was dat geen vraag. Vroeger volgde ik altijd mijn hart. Dat was mijn handelsmerk. Mijn identiteit. Mijn trots. Maar mijn hart is veranderd. Of misschien ben ik veranderd. Want wat wil ik eigenlijk? Ik weet het niet meer. Soms denk ik: ik wil weg. Ik wil terug naar dat oude gevoel van vrijheid. Ik wil mijn eigen baas zijn. Ik wil de risico's nemen die ik altijd nam. Ik wil niet vastzitten in een systeem dat niet van mij is. En de volgende dag denk ik: ik kan niet meer weg. Ik heb geen energie. Ik heb geen geld. Ik heb geen plan. Ik ben bang. Ik ben zo ontzettend bang dat ik het niet meer red als ik val. En die twee stemmen vechten. Elke dag. Elk uur. Soms elk moment. Wat doe ik? Welke beslissing neem ik? Ik voel me minder daadkrachtig dan ooit. Alsof ik opnieuw moet leren beslissen. Alsof ik een beginner ben in mijn eigen leven. 2,5 jaar niet gewerkt, en nu start ik weer, en ik vind zooooo veel dingen moeilijk. Dingen die vroeger vanzelf gingen. Het wennen aan de pc. Het wennen aan collega's. De hiërarchie. De vergaderingen. De kleine sociale dansjes. Het is alsof ik een nieuwe taal leer, maar ik heb geen woordenboek en mijn gehoor is beschadigd. Er komt een nieuwe wereld bij. En ik ben nog steeds in drijfzand. En ondertussen tik ik de klok. Die klok die mij eraan herinnert dat ik geen tijd meer heb om te doen alsof. Dat ik geen tijd meer heb om te blijven plakken in een leven dat niet voelt als het mijne. Dat ik geen tijd meer heb om te wachten tot het beter voelt. Maar wat is dan het alternatief? Ik kan geen risico's meer nemen. Dat heb ik van de kanker geleerd. Mijn lijf is geen springplank meer, het is kwetsbaar glas. En mijn portemonnee is leeg. Ik kan niet meer doen wat ik vroeger deed: stoppen, iets nieuws beginnen, en zien waar het schip strandt. Dat schip is al gestrand. Ik ben al aan wal. En nu sta ik op een vreemd strand, met een baas en een vast contract, en ik voel me een vluchteling in mijn eigen leven. Maar de vraag blijft: wat doe ik? Blijf ik hier? Zoek ik iets anders? Kan ik iets anders? Durf ik iets anders? En eerlijk? Ik weet het niet. Soms denk ik dat ik moet blijven. Dat dit de verstandige keuze is. Dat ik moet leren accepteren dat mijn leven anders is geworden. Dat ik niet meer die ondernemer ben, maar iemand die gewoon zijn werk doet en zijn rekeningen betaalt. Dat ik moet stoppen met vechten tegen wat is. En de volgende dag denk ik: als ik blijf, sterf ik van binnen. Dan word ik een schim van wie ik was. Dan kies ik voor veiligheid, maar verlies ik mezelf. Wat is erger? De financiële afgrond of de innerlijke leegte? En dan die kleine stem, diep van binnen, die zegt: misschien is er een derde weg. Misschien is vrijheid niet het doen wat je wilt. Misschien is vrijheid het erkennen van de afgrond. Misschien is vrijheid de moed om te zeggen: ik weet het niet. En dat te omarmen. Misschien hoef ik nu geen beslissing te nemen. Misschien is dit gewoon wat er is. Een tussenfase. Een overgang. Een periode waarin ik niet weet wie ik ben, en dat oké is. Misschien is de grootste daadkracht wel het uithouden van de onzekerheid. Het blijven staan in dat drijfzand, zonder te weten waar ik heen ga.