‘Raak me aan’ – Philip Troost

Basisbehoefte

Aanraken is een basisbehoefte. Philip Troost schrijft zelfs in ‘Raak me aan’ dat wie denkt of voelt daar geen behoefte aan te hebben, zich vergist. Het gaat in het boek over fysieke aanraking, een hand of een knuffel bijvoorbeeld, niet over seksueel contact.

Oxytocine

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat bij aanraking de stof oxytocine vrijkomt. Het heeft effect op onze hormonen en op hoe we ons voelen en het remt pijnprikkels. Geen fysiek contact maakt ons ziek.

Bij gewenste en goed afgestemde aanraking, stijgt je oxytocinegehalte onmiddelijk! Al bij een handdruk of schouderklopje is dat het geval, maar veel meer nog naarmate de aanraking langer in intenser wordt, zoals bij een knuffel of stevig vasthouden (pag. 86)

Oxytocine wordt daarom ook wel knuffelhormoon of verbindingshormoon genoemd.

Het is een ‘normaal’ wat aan ons is gegeven door de wetten van de natuur, de orde van de schepping volgens het boek. Ik zou het vertalen met ‘God heeft ons zo gemaakt’.

Want aanraking die klopt, binnen een integere ontmoeting tussen twee mensen, laat je op een heel diepe laat weten dat je er bent, en welkom zoals je bent. Anders dan die ander en tegelijk niet alleen. Er is geen krachtiger manier om in de diepte van je angst, je onzekerheid en je kwetsbaarheid gerustgesteld te worden over dat je er bent en wie je bent, dan een liefdevolle en fijngevoelige aanraking van een ander (pag. 17)

God en de ander nodig

De oude kerkvader Augustinus bad het al: “Zo hebt u ons geschapen, gericht op u: ons hart kent geen rust totdat het rust vindt in u” (pag. 22)

We hebben de ander nodig om ons geborgen te voelen, geliefd, veilig, niet alleen (pag. 12)

In ieder mens schuilt ergens in de diepte de nood aan bevestiging, erkenning en aanvaarding volgens Troost, ook als het prima met ons lijkt te gaan. Vastgehouden worden is niet alleen goed voor kleine kinderen, maar ook voor volwassenen. In het tot rust komen bij de ander, kunnen we ook tot de rust komen waarvoor Augustinus bad, bij God.

Hechting

Over hechting en hechtingsproblemen wordt veel geschreven. Er bestaan volgens Troost geen volmaakte ouders en bij iedereen is wel iets misgegaan in het hechtingsproces. We hoeven hier niet altijd aan een trauma te denken. Hij beschrijft de dynamiek van hechting:

Ik heb de ander nodig om gerust te worden over mij, en tegelijk moet ik los van die ander voor zover deze afhankelijkheid mijn eigenheid en autonomie tegenhoudt. Er zal dus een voortdurende spanning of dynamiek zijn tussen aan de ene kant mijn behoefte aan geruststelling bij de ander en aan de andere kant mijn verlangen om zelfstandig te zijn (pag. 26)

Het is normaal dat we ons willen hechten aan de ander, maar ook weer los willen zijn van de ander.

Fysieke aanraking is de eerste en diepste hechting, voor en na je geboorte en in je eerste levensjaren. Dit contact blijft belangrijk.

Wanneer je in je kwetsbaarheid wordt aangeraakt door een ander die (op dat moment) groter en steviger is dan jij, komt er ergens vanbinnen iets tot rust in je (pag. 31).

Veiligheid

Dit boek roept vast bij veel mensen de vraag op of fysieke aanraking wel kan in deze tijd, in de kerk, pastoraat of in therapie. Daar gaat het over in hoofdstuk 3. Natuurlijk zijn er risico’s: cliënten die geen goed beheer over hun grenzen hebben, professionals die geen beheer over hun grenzen hebben, professionals die teveel betrokken raken op cliënten en het interpreteren van een fysieke aanraking.

Erkennen dat we per definitie onveilig zijn voor elkaar, omdat we mens zijn is volgens Troost misschien wel de eerste stap naar meer veiligheid in de onderlinge omgang. En hij weigert het mooie en goede van fysieke nabijheid aan de kant te laten schuiven door de angst voor de risico’s.

Aanraken en corona

Alle aandacht gaat nu naar onze fysieke gezondheid. Zo weinig mogelijk slachtoffers van corona. Maar welk geestelijk of mentaal lijden zijn we bereid te betalen om lichamelijk gezond te blijven vraagt Troost zich af.

En ja, wie denkt een virus beheersbaar te kunnen houden, verliest daardoor zomaar het totaalplaatje uit het oog en raakt kwijt wat het leven nu juist zo mooi maakt: de menselijkheid. In het gevoel voor verhoudingen ben je steeds aan het afwegen en kiezen. Waar heb ik wel invloed op en waarop niet? En als ik erken dat iets te groot is voor mij om het te kunnen beheersen, komt er ruimte voor de vraag door welke waarden ik me wil laten leiden, oog in in oog met de risico’s die er zijn (pag. 93)

Persoonlijk

Ik heb heel lang gedacht dat ik geen behoefte had aan aanraking en/of een knuffel van anderen. Het besef dat ik hier wel behoefte aan had begon toen ik een knuffel kreeg van een vrouwelijke coach waar ik een paar gesprekken mee had en later van een paar vriendinnen. Toen ik ziek was in 2015, tijdens de behandelingen had ik er ook veel meer behoefte aan. De psycholoog bij Rijndam waar ik na de behandelingen kwam vertelde dat door kanker je emoties veranderen.

De laatste jaren is het bijna normaal voor me geworden, mede door de kring waarop ik zit, waar we de theorie van het Lifemodel gebruiken. Nu geef ik soms een knuffel aan anderen als ik merk dat zij het nodig hebben en zij het fijn vinden.

Meer lezen:

https://www.groeiblog.com/raak-me-aan-philip-troost/

1 reactie