Van tand tot Moc
Sinds ik denosumab neem, wordt er van mij verwacht dat ik braaf en regelmatig op tandcontrole ga. Dat staat zo ongeveer tussen āvoldoende poetsenā en ābel ons onmiddellijk bij twijfelā in de bijsluiter, en ik heb geleerd dat je bij dat soort zinnen beter niet te eigenwijs doet.
Dus goed. Vandaag was het zover. Eerste controle.
Dat bleek ergens in Wijnegem te zijn, vlak bij het shoppingcenter, in zoān immens tandheelkundig centrum waar je terechtkan voor alles wat rechtstreeks, zijdelings of bij wijze van afgeleide met tanden te maken heeft. Geen praktijk. Een ecosysteem. Een plek waar kiezen, kaken, tandvlees en vermoedelijk ook morele steun netjes onder ƩƩn dak georganiseerd zijn.
In de wachtzaal hing een groot beeldscherm. Natuurlijk hing daar een groot beeldscherm. En daarop: een gedetailleerde opsomming van alles waarvoor je daar terechtkon. Niet gewoon ātandzorgā. Neen. Specialismen. Technieken. Behandelingen. Afkortingen. Zoveel moeilijke woorden dat je spontaan begint te twijfelen of je mond wel eenvoudig genoeg is om hier zomaar binnen te mogen zitten.
Nou, en dat gaf dus weer inspiratie
--------
Vroeger ā en ik zeg dit met het gezag van iemand die nog weet hoe een tandartsstoel kraakte bij het achterovergaan ā zei een tandarts gewoon:
āMr willy, je hebt een gaatje.ā
Dat was geen diagnose, dat was een vaststelling. Zoals: het regent. Of: de soep is heet. En dus werd dat gaatje, met een boor die geen empathie kende en geen PowerPoint nodig had, weggewerkt. Klaar. Volgende.
De tandarts was toen een allrounder. Een man van vullen, trekken, geruststellen en tussendoor de vraag of de kinderen het goed deden op school. EƩn mond. EƩn probleem. EƩn oplossing.
Vandaag begint het anders. Vandaag hƩƩft niemand nog een gaatje. Vandaag heeft men een indicatie. En bij een indicatie hoort overleg. Multidisciplinair overleg. Een MOC. Voor ƩƩn tand. EƩn.
Het begint met beeldvorming. Uiteraard. Eerst een orthopantomogram ā OPG ā een rƶntgenfoto waarop niet alleen je tanden verschijnen, maar ook je kaak, je sinussen, een stuk schedelbasis en vermoedelijk je jeugdtraumaās. Een machine draait traag rond je hoofd, alsof je een licht verdachte reiziger bent op Zaventem, terwijl je met je kin in een plastic houdertje hangt en plechtig belooft niet te ademen, te denken of te bestaan. En als dat niet volstaat, volgt een CBCT. Cone Beam Computed Tomography. Een driedimensionale scan waarbij je kaak digitaal wordt uitgepakt tot op de fractie van een millimeter. Je staat stil, het toestel zoemt, en je mond krijgt plots een upgrade naar HD.
Daarna wordt er gekeken. Niet door ƩƩn iemand. Door een team.
De tandarts denkt restauratief.
De parodontoloog bekijkt het steunweefsel, want een tand zonder basis is zoals een huis zonder fundering.
De endodontoloog duikt naar binnen, naar zenuwen en kanaaltjes die zich gedragen als ongekarteerde steegjes.
En ergens staat de MKA-chirurg al discreet warm te draaien, voor het geval deze tand zijn maatschappelijke bijdrage heeft geleverd.
Heb je geluk, dan volgt alleen een ontzenuwing. Dat klinkt mild, maar betekent dat iemand met een microscoop en de concentratie van een kernfysicus langdurig in je mond verdwijnt. Millimeterwerk. Absolute stilte. Je durft zelfs niet te slikken.
Is de tand verloren, dan komt de implantoloog. Maar sinds denosumab hangt daar altijd een schaduw bij: peri-implantitis. Het woord wordt nooit luid uitgesproken, maar het zit wel mee aan tafel. Zelfs titanium blijkt grenzen te hebben, en dat maakt iedereen hier opvallend voorzichtig.
En dan, alsof dat nog maar het eerste bedrijf was, komt de esthetiek.
Wat vroeger āblokjes zettenā heette, bestaat als uitdrukking niet meer. Te kort. Te duidelijk. Te weinig traject.
Vandaag zegt men:
āWe starten een orthodontisch behandeltraject met vaste multibracket-apparatuur, gevolgd door een retentiefase.ā
En jij knikt. Omdat knikken hier de enig juiste lichaamstaal is.
Die multibracket-behandeling zijn gewoon de klassieke blokjes met een draad, maar dan met een Latijns sausje. Vooral āmultiā is belangrijk: dat klinkt meteen groot, complex en dus terecht duur. Soms spreekt men liever van een orthodontisch behandeltraject met vaste apparatuur. Dat zegt men wanneer men tijd heeft, en jij nog niet weet wat het gaat kosten.
Dan wordt het verfijnd. Labiale multibracket-therapie: blokjes aan de buitenkant, zichtbaar en eerlijk, in centra waar men ook āCBCTā zegt zonder te knipperen. Of linguale orthodontie: blokjes aan de binnenkant, onzichtbaar voor de buitenwereld maar onmiskenbaar aanwezig voor je tong en je geduld. Je spreekt tijdelijk een taal die zelfs jij niet herkent.
En terwijl men dit alles rustig uiteenzet ā fases, schemaās, vooruitzichten ā knik jij opnieuw. Terwijl je eigenlijk maar ƩƩn vraag hebt: of je nog een appel kunt bijten.
Daarna zijn er de valse tanden. Al heet dat dus ook allang zo niet meer. Vandaag spreekt men over prothetische tandheelkunde, of prothetiek: het vakgebied dat ervoor zorgt dat het lijkt alsof er niets verdwenen is.
Heb je nog enkele eigen tanden, dan is er de partiƫle prothese. Uitneembaar. Met haakjes. Een compromis waarbij techniek en schaamte elkaar beleefd groeten.
Is er niets meer te redden, dan volgt de volledige prothese. Wat vroeger een vals gebit heette, heet nu een totale rehabilitatie. Dat klinkt mooier, tot je beseft dat je tanden ās nachts in een glas naast je bed slapen.
Wie dat glas te confronterend vindt, kan kiezen voor een overkappingsprothese op implantaten. Een klikgebit. Niet vast, niet los. Lego voor volwassenen, maar dan in je mond.
En omdat niemand graag ook maar ƩƩn seconde tandeloos is, bestaat er de immediate prothese: je tanden zijn sneller vervangen dan je het nieuws kan verwerken.
Als alles bovendien verkeerd staat, komt men uit bij occlusale rehabilitatie. Een totale reset van je beet, uitgevoerd op een articulator ā een mechanisch toestel waarop je kaken een eigen leven leiden, los van jou, terwijl een tandtechnieker beslist hoe jij de komende jaren zal kauwen.
Begrijp me niet verkeerd. Het is allemaal beter. Preciezer. Verstandiger.
Maar soms denk ik met lichte weemoed terug aan die ene zin, uitgesproken zonder overleg, zonder scans en zonder trajecten:
āJe hebt een gaatje. Dat fixen we wel snel even.ā
En dan boorde hij.
En dat was dat.
8 reacties
Fijn dat ik nog een dorpse tandarts en mondhygiƫniste heb, die mij omzichtig benaderen. Niet wroeten in het tandvlees of onder kiezen, voorzichtig spoelen.
Ik verdenk ze van de gedachte dat ze mij niet meer willen doen lijden dan strikt noodzakelijk. "Meneer zijn tanden en kiezen overleven hem wel".
En in de kist mondje dicht.
Pioew, wat een ingewikkelde toestanden zeg. Ook blij met mijn eigen tandarts die veel zelf doet. Al vindt hij het wel plezant om altijd foto's te trekken (ik bedoel een rx van de kaak dus he).
Foto's van het gebit, en de kaak, ik vergelijk het, met, naar het ziekenhuis gaan, en voorzorgshalve een rƶntgenfoto van je benen maken, om te kijken of je het niet gebroken hebt.
Ik heb een tijdje voor de Rƶntgentechnische dienst gewerkt, dan krijg je verplicht een korte introductie over de gevaren, en gevolgen van straling, zowel rƶntgen als isotopen.
Sindsdien sla ik de jaarlijkse rƶntgenfoto over.
Mijn vorige tandarts, was als de dood voor de tandarts, omdat ze altijd alles uit de kast haalden, om aan te tonen hoe goed ze waren.
Hij zei, met dit gebit kun je oud worden, en daar bijt ik me in vast.
Wat me stoort is dat al de opdeling in allerlei verschillende disciplines, ook steeds meer prijskaartjes met zich meebrengt, hoe zou het toch komen, dat de zorg zo langzamerhand onbetaalbaar wordt.
Jammer dat mijn tandarts met pensioen is. Een kleine dertig jaar was ze mijn vaste tandarts maar ja, er komt een tijd van komen en een tijd van gaan.
Zij werkte ook nog alleen, in haar eigen praktijk. En ze kende haar beroep, ze was bekwaam en heel goed.
Nu zijn we hier allebei aangewezen op een praktijk met meerdere tandartsen. Mijn vrouwtje moet nu vrijdag voor de eerste keer op afspraak gaan. Benieuwd wat het zal worden.
Ja, dat dokterslatijn of doktersgrieks...voor de eenvoudige ziel is dat ondergaan.
Marc.šš
Alleen al bij het woord tandarts breekt bij mij het zweet uit,hebben vroeger nog een school tandarts gehad een beul was dat. Dus als ik uw blogje lees ,bibber ik weer als een klein school jochie.
Ik vond dat een fijne tijd, die bus met schooltandarts en mijn klasgenootjes te zien beven gedurende de periode dat de bus er stond. Klas voor klas werd genadeloos afgeboord en afgevuld.
Ik niet. Mijn vader was ondernemer en particulier verzekerd. Ik had mijn eigen beul, want aan verdoving deed hij niet. Of mijn vader niet. Want dat kostte extra.
Nou, dan had je dit blog eens moeten lezenš¤£
https://www.kanker.nl/ervaringen-van-anderen/blogs/gewoon-leven-met-proā¦
als wij vroeger in de tandartsstoel zaten, die achterover ging dan zag je dat ene tegeltje op het plafond: 'Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest'
Daar lag je dan met je mond open, de tandarts praatte en jij kon verder niets antwoorden.
Gelukkig is die tekst nu weg en is een tekening zichtbaar...
Duidelijke uitleg in jouw blog waarbij de tandarts van vroeger moderner is geworden.