Sprookjes
Je kent die mooie verhalen wel.
Over een prinses in een toren, een vuurspuwende draak, een prins met een kapsel dat nooit verkeerd lag en een paard dat zelfs na drie dagen galopperen nog fris keek. De draak werd verslagen, de prinses gered, het volk juichte, en niemand vroeg zich af wie nadien de belastingen betaalde, of die prins misschien chronisch rugpijn had van dat harnas, of de prinses ās nachts lag te piekeren over de volgende draak.
Wij slikten dat als zoete koek, met kruimels op onze trui en een gerust hart, want de wereld voelde daardoor overzichtelijk. Het kwaad was herkenbaar, het goede werd beloond en alles eindigde netjes met āze leefden nog lang en gelukkigā.
Dat was toen geen domheid. Dat was gewoon hoe het leven werd aangeleerd: er zit een lijn in, een bedoeling, en als je je best doet, komt het uiteindelijk wel goed.
En dan groei je op, je laat de torens en draken zogezegd achter je, maar dat sprookjes denken verdwijnt niet echt. Het verandert alleen van decor. De prins wordt een job, het kasteel een huisje met een tuintje, het paard een auto op de oprit en de eindzin wordt iets als: als we dit allemaal juist aanpakken, komt het uiteindelijk wel goed.
Je werkt, je spaart, je plant vakanties, koopt misschien een camper, maakt lijstjes voor later. Niet omdat iemand dat expliciet een sprookje noemt, maar omdat diep vanbinnen nog altijd die verwachting leeft dat het verhaal ergens naartoe gaat. Naar rust. Naar een soort afgerond geluk. Een happy end, maar dan in volwassen verpakking.
En dan komt kanker.
Gewoon een woord. In een consultatiekamer. Rustig uitgesproken.
En plots kraakt dat hele onzichtbare sprookjeskader waar je al die jaren op geleefd hebt.
Het leven blijkt zich ineens niets meer aan te trekken van verhaallogica. Het is geen mooi opgebouwd verhaal meer, maar een reeks onderbrekingen. Scans. Wachtperiodes. Cijfers. Vermoeidheid die zich niet laat wegredeneren. Een lichaam dat niet meer meewerkt volgens het schema dat je in je hoofd had opgesteld.
Ergens, tussen een cappuccino, een blog, een wandeling die trager gaat dan vroeger, en een volgende afspraak die alweer in de agenda staat, komt dat ongemakkelijke inzicht boven drijven: wij hebben altijd in sprookjes geloofd omdat ze geruststellen. Omdat ze afronden. Omdat ze doen alsof alles netjes ergens naartoe gaat.
En toch blijft er, koppig genoeg, een stukje kind in je hoofd dat blijft hopen op die ene zin: het is voorbij, je bent genezen, ga en leef nog lang en gelukkig.
Maar de werkelijkheid doet dat niet. Zeker kanker niet.
Er zijn geen feeƫn die dit wegtoveren. Geen prins die het oplost. Geen slotzin die alles verklaart.
Alleen een mens die verder leeft, dag na dag, met afspraken, cijfers en een lichaam dat zijn eigen verhaal schrijft, los van wat je zelf had gepland.
En stilaan begint het te dagen dat het sprookje niet gewoon verdwenen is, maar misschien nooit echt bestaan heeft ā behalve in ons hoofd, als een soort zachte bescherming tegen een werkelijkheid die veel minder netjes geschreven is.
En eerlijk gezegd⦠dat besef schuurt.
Het besef dat leven gaat gewoon verder gaat.
Zonder slotzin.
Zonder ālang en gelukkigā
6 reacties
Ja, sprookjes......
Weer een mooi filosofisch blogbericht, valt geen speld tussen te krijgen. Je leeft tussen hoop en vrees. Ik weiger om me erbij neer te leggen en meer dan ooit tevoren wil ik dingen doen waar ik nog plezier uithaal zoals de aanschaf van een eigen sauna thuis en het verbouwen van onze garage waar we toch niets mee doen.
Ik ga ervan uit dat ik nog minimaal een aantal jaren heb en zo niet, jammer dan van die investering in de garage. Moet ik me er dan maar bij neerleggen dat ik mogelijk over 1 of 2 jaar er al niet meer ben? Dan maar niet doen?
Dacht het niet, maar............
Loslaten in je hoofd kun je het niet maar zolang ik me goed voel, nog kan fietsen, nog kan genieten van sport in het algemeen, het eten me goed smaakt, van de sauna kan genieten, ik nog plezier kan hebben, laat het lang duren!
Hoop, is er nog hóóóóóóóp...................
Yes, there is! Vanmiddag weer lekker fietsen buiten, net als gisteren in korte broek en korte mouwen shirt. Heerlijk!
Opzouten met die tyfus kanker.
Dit klopt wat je schrijft, het is zo waar. Na de diagnose en mededeling het komt niet meer goed. Je, mijn man, zal niet meer genezen komt dan binnen en daar moet je dan mee omgaan. Dat gaat best wel.
Het moeilijkste vindt ik de omgeving die nog wel in sprookjes geloven š«£
Wij leven gewoon verder en maken ons eigen sprookje alleen die slotzin die vergeten we dan maar š
Sprookjes, ze zijn mooi maar ik geloof er natuurlijk niet in. Mijn kankersprookje duurt nu ruim vijf jaar en dan begrijp je steeds minder waarom er mensen zijn die steeds meer geld willen en overal maar oorlogje gaan stoken. Waarvan de gewone mens, inclusief wij, steeds het slachtoffer zijn. Een oorlog kent geen winnaar.
Ik kijk nu naar de ontluikende bomen vanuit het keukenraam. En de stralende zon. Een sprookje.
En toch ween ik, als een klein kind, om redenen die jij ook kent.
Marc.šš
Ach, als je wat naar de geschiedenis van sprookjes kijkt, dan was het vroeger helemaal niet zo lovy-dovy als nu hoor. Neemt niet weg dat het fijner leven is in een sprookje waar de opbouw logisch is en je loon naar inzet krijgt. En ergens blijft dat geloof hardnekkig hangen... Ge weet maar nooit...
De slotzin is veranderd: leef vooral gelukkig!
Geniet van de mooie dingen en probeer de (kanker)draak niet te verslaan, maar deze te temmen voor zover mogelijk. Misschien lukt dat, eventjes, en kan je weer geluk vinden in de dingen die het leven gelukkig maken. Hoe lang of het mag duren...
En toch ondanks de kanker leef ik gelukkig.... waarschijnlijk niet zo lang... en dat is precies datgene wat schuurt.... ik wil nog zoveel heb nog veel te veel dromen en wensen...
Bedankt Willy voor dit prachtige stukje taalkunst waardoor ik met een glimlach op mijn gezicht deze dag zal afsluiten, want je woorden zijn weer betoverend mooi!