Over Oud worden

Volgende maand word ik drieƫnzeventig.

En voor iemand denkt: daar heb je hem weer met zijn verjaardag — geen paniek. Het officiĆ«le drieĆ«nzeventigblog staat al keurig in mijn concepten te wachten en zal pas op de daarvoor bestemde dag worden losgelaten. 
Beschouw dit dus niet als een vervroegde verjaardagsrede. Ik kwam gewoon ergens een tekst tegen over ouder worden en bleef hangen bij de merkwaardige vaststelling dat drieƫnzeventig voor jonge mensen ongeveer dezelfde gevoelswaarde heeft als de uitvinding van het wiel.
Voor mijn kleinkinderen ben ik oud. Echt oud. Ik heb nog geprobeerd uit te leggen dat ik niet persoonlijk aanwezig was bij de bouw van de piramides, maar helemaal overtuigd leken ze niet.

Zelf vind ik drieƫnzeventig een merkwaardige leeftijd. Toen ik twintig was, vond ik iemand van vijftig al behoorlijk versleten. Zestig was oud en zeventig was een leeftijd waarop mensen pantoffels droegen, naar het weerbericht keken en vooral niet meer aan nieuwe dingen begonnen.

Nu ik er zelf bijna ben, blijkt dat allemaal nogal mee te vallen. Ik draag inderdaad pantoffels. En ik kijk naar het weerbericht.

Maar verder voel ik mij vanbinnen niet zo verschrikkelijk anders dan vroeger. Dat is misschien wel het vreemdste aan ouder worden. Je lichaam houdt de boekhouding nauwkeurig bij, maar ergens in je hoofd loopt een mannetje rond dat daar niets van wil weten.
Dat mannetje is geen drieĆ«nzeventig. Dat is gewoon Willy. Alleen heeft Willy tegenwoordig wat meer tijd nodig om uit een lage zetel te komen en maakt hij daarbij geluiden die vroeger uitsluitend door oude meubels werden geproduceerd.

Natuurlijk zie ik het ook in de spiegel. De rimpels zijn niet meer te ontkennen. Sommige zijn trouwens behoorlijk diep geworden. Als ik nog een paar jaar doorga, kan een geoloog waarschijnlijk aan mijn voorhoofd aflezen wanneer de laatste ijstijd eindigde.
Maar erg vind ik ze niet. Want er is ook iets eigenaardigs gebeurd met mijn kijk op leeftijd. Vroeger telde je de jaren die je al had gehad. Tegenwoordig besef ik steeds vaker dat een verjaardag vooral betekent dat je er weer eentje hebt gekregen.

Niet iedereen krijgt die.
Ik hoef maar terug te denken aan mensen met wie ik ooit op school zat. Jongens en meisjes die naast mij in de klas zaten, dezelfde stomme grappen maakten, verliefd werden, plannen hadden en waarschijnlijk net als ik dachten dat oud worden iets was wat later vanzelf zou gebeuren.
Sommigen zijn er niet meer. En vreemd genoeg zijn zij in mijn herinnering niet ouder geworden. Ze blijven vijfentwintig, veertig of zestig. Alsof iemand midden in hun film op pauze heeft gedrukt terwijl die van mij gewoon verderliep.

Dat maakt drieĆ«nzeventig plots een stuk minder angstaanjagend. Ik ga nu niet beweren dat ouder worden ƩƩn groot feest is. Dat zou zelfs voor mijn doen een flinke portie onzin zijn. Er vallen haren uit op plaatsen waar je ze graag had gehouden en ze verschijnen vervolgens op plekken waar niemand ze heeft uitgenodigd. Je knieĆ«n ontwikkelen een eigen mening, kleine lettertjes worden ieder jaar kleiner en wanneer je eindelijk de kamer binnenloopt, weet je soms niet meer waarom je daar eigenlijk moest zijn.

Maar daar staat iets tegenover. Ik hoef niet meer zo nodig overal gelijk in te krijgen. Ik weet inmiddels dat de meeste problemen uiteindelijk verdwijnen, al is het soms alleen maar omdat er andere problemen  voor in de plaats komen. Ik weet beter wie belangrijk is en wie vooral veel lawaai maakte. En ik heb geleerd dat een gewone vrijdagavond met Mevr Willy soms meer waard is dan alle grootse plannen die je vroeger voor later had.

Misschien zijn die rimpels dus inderdaad geen slijtage. Misschien zijn het gewoon de kreukels in een landkaart van een behoorlijk lange reis. Hier een verkeerde afslag. Daar een omweg. Een paar stukken waar ik achteraf bekeken beter niet naartoe was gereden. Maar ook plaatsen waar ik zonder die omweg nooit terecht was gekomen.

En de kaart is gelukkig nog niet af.

Dus nee, drieĆ«nzeventig klinkt mij niet meer oud in de oren. Het klinkt vooral als een getal dat niet iedereen haalt.

En als ik volgende maand die kaarsjes uitblaas — voor zover drieĆ«nzeventig kaarsjes nog verantwoord zijn zonder vooraf de brandweer te verwittigen — zal ik waarschijnlijk niet wensen dat ik weer jong was.

Ik ben daar tenslotte al geweest.

Ik wil vooral nog wat verder.

9 reacties

Had het er toevallig nog over met een vriendin: we voelen ons totaal niet ouder worden, enkel het lijf doet raar!

Helaas zie ik bij sommigen het omgekeerde gebeuren als wat ik bij jou lees: ze worden zuurder, willen altijd gelijk hebben en hebben overal negatieve commentaar op. Dan liever iemand die oud wordt met humor, flexibiliteit en zelfrelativering!

Laatst bewerkt: 18/08/2026 - 09:34

Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. 

Gisteren stond ik voor de spiegel. Zoals vaak lachte ik naar mezelf bij het ochtendritueel. Het viel me op dat er wel heel veel rimpels verschenen. Trok toen een boos en daarna een verdrietig gezicht. Daarbij had ik veel minder rimpels. Bedacht me toen dat de meest gebruikte spieren de diepste rimpels veroorzaakten en ik ben er trots op.

Liefs, Monique 

Laatst bewerkt: 18/08/2026 - 09:45

He, en lachrimpels maken mooier oud dan zure rimpels!!! Zag ooit met een jaar of 35 het mooiste meisje uit de klas toen we 16 waren..... ze was nog steeds prachtig met maatje 34 en een bos weelderige krullen.... maar het leven had haar niet blij gemaakt.... haar mondhoeken pruilden naar beneden omdat ze (denk ik) bang was voor de lachrimpels en het ouder worden. Ook het instand houden van haar schoonheid die elke dag afnam kostte haar veel energie.... wat over bleef was een zure vrouw. 

dan maar liever wat minder mooi met heel veel lachrimpels, want als we oud zijn krijgt schoonheid een andere betekenis en blijken die rimpels inderdaad prachtig te zijnā¤ļøā¤ļø

Laatst bewerkt: 19/08/2026 - 10:19