DE GOEDE OUDE TIJD , DEEL 2 : BIJ MIJN GROOTOUDERS
De herinneringen aan mijn grootouders zijn doordrenkt van die typische vakanties en de vele bezoekjes die we brachten, altijd een klein avontuur op zich. Wij hadden geen auto, dat was toen nog een luxe van een ander kaliber, dus gingen we met het openbaar vervoer. En niet zomaar een bus of trein, nee, wij namen de boerentram. Zoān ouderwetse, rammelende karavaan op rails, gespeend van elke vorm van comfort.
Ik zie het nog voor me, die keiharde houten banken waar je je rug bijna op brak, en dat eeuwige lawaai dat door merg en been ging. De trambestuurder had het maar gemakkelijk, als je erover nadacht. Sturen hoefde hij niet, de sporen deden dat werk wel voor hem. Maar als de tram ergens moest afslaan, ja, dan werd het spannend. Dan stapte hij uit, met zoān reusachtige sleutel in de hand, en moest hij eigenhandig de wissels verleggen. Het was altijd gedoe, en soms vergat hij het ook gewoon. Dan hobbelden we vrolijk door, de verkeerde kant op, en dan kon het hele circus opnieuw beginnen.
Het gas geven? Dat deed hij met een grote hendel, die hij voortdurend heen en weer draaide, een heel ritueel op zich. Het leek wel of hij een knoppenkast bespeelde die alleen maar krijste en jammerde, een jengelend geluid dat de tram vergezelde terwijl hij steeds harder over de rails ratelde. Een herrie van jewelste, alsof de hele wereld meedeinde in dat ongelijke ritme.
In de jaren ā60 kwam daar langzaam verandering in. De ouderwetse trams werden vervangen door modernere, stillere types. Een hele verademing, als je dat helse geratel gewend was. Maar toch, ergens, diep vanbinnen, blijft die herinnering aan de boerentram. Het ongemak, het gestommel, de charme van een tijd die, hoe primitief ook, iets had wat je nu zelden nog vindt.
---------------
Tot mijn tiende woonde ik in de stad, altijd in een appartementje, twee of drie hoog, zonder tuin, zonder binnenkoer. Geen plek om te spelen, en op straat ravotten was al helemaal onmogelijk. Autoās raasden voorbij en de stoepen waren veel te smal. Voor kleine willy was dat geen vrolijke wereld.
Maar mijn grootouders, die hadden het goed. Ze woonden op het landgoed van een barones, een domein dat zo uit een sprookjesboek leek te komen. Hoe groot het precies was, kon ik als jongen niet zeggen, maar het had alles wat een stadskind zich maar kon dromen: bossen zo ver je kon kijken, achteraan twee uitgestrekte weiden en vooraan een immense tuin. Er was een grote wei die leek door te lopen tot de horizon. In het midden stond de villa van de barones, een reusachtig huis, en vlak daarnaast, veel bescheidener, het boerehuisje van mijn grootouders.
Mijn grootvader werkte als hovenier, zijn handen altijd diep in de aarde van die eindeloze tuinen. En ik, ik had het geluk daar elk schoolverlof door te brengen: Pasen, kerst, de hele grote vakantie. Het was alsof ik uit een grauwe stad werd weggeplukt en in een paradijs werd neergezet. Dat domein werd mijn speelterrein, mijn avontuur. Spelen, ravotten, de wereld ontdekken. Maar ook helpen, ja, dat vooral. Bij grootvader, bij grootmoe, en zelfs bij Lena, de meid van de barones.
Het boerenleven, dat was werk met een glimlach, tenminste voor een vakantiekind dat alleen het lichte werk kreeg toebedeeld. Eieren rapen, fruit plukken, groenten kuisen. En dan was er het erwtjes doppen. Wat een klus! Het moest meteen na het plukken gebeuren, want anders verloor je de goeie smaak. Grootmoe en ik werkten dagen aan een stuk: ik dopte, zij steriliseerde. En die ouderwetse boontjessnijder, een log ding met een draaimolen, was ook een vaste taak van mij. Hele dagen door bonen snijden, alsof de zomer geen einde kende.
Het slachten, dat was een ander verhaal. Daar mocht ik ook altijd helpen. Anders dan Moon, een vriend die gruwelde van bloed, had ik er nooit problemen mee. Gelukkig maar, want verdoofd slachten, daar hadden ze toen nog nooit van gehoord. Kippen kregen simpelweg de kop afgehakt. En dan maar hopen dat ze echt dood waren, want anders⦠Nou ja, dan vlogen ze nog een halve marathon zonder hoofd, bloed spetterend in het rond. En de konijnen, die werden aan een strop opgehangen, spartelend tot grootva snel zijn werk deed.
Maar het meeste bijgebleven is toch het slachten van die twee varkens. De eerste kreeg een klap met een houten hamer, zo een waarmee je palen in de grond mept, en wist van niets. Maar dat tweede beest, dat had alles gezien. Het rende voor zijn leven, grootva erachteraan met zijn hamer in de hand. Toen zag ik voor het eerst hoe ouder mijn grootvader eigenlijk was. Hij kon dat beest maar niet te pakken krijgen, en ik zat te denken: wie zou nu als eerste het loodje leggen, dat varken of grootva, met zijn rood aangelopen gezicht?
Dwars door het domein liep een spoorweg, en elke ochtend denderde daar een lange goederentrein voorbij. Ik stond altijd te kijken, als een ritueel. Altijd die wagons met reusachtige rotsblokken, 75 stuks, nooit eentje meer, nooit eentje minder. Telkens weer, als een vast gegeven in een kindertijd vol vrijheid.
En nu, zestig jaar later, krijg ik nog steeds een warm gevoel als ik een trein hoor. Dan zie ik dat domein weer voor me, hoor ik het ritselen van de bladeren, het gelach van mijn grootouders, het gerammel van de boontjessnijder. Cognitieve associatie heet dat, denk ik. Was het niet Pavlov die daar ooit een hele studie aan wijdde?
8 reacties
Leuk verhaal Willy. Dat er uit jou geen seriemoordenaar is ontsproten mag een wonder heten.
Speciaal voor jou een treintje dat ik in Amerika heb gefilmd. Toettoeeeeeet
54 wagons .
Wel niet zo lang als die van mijn kinderjaren , maar 't was toch leuk om ze te tellen
Toettoeeeeeet
Hi Willy,
Als ik je blog lees ben ik weer op het erf. Het klinkt inderdaad zo bekend. allemaal. Die kippen die zonder kop rondrennen, en die konijnen die gestroopt van hun vel, ophingen. Blij dat ik dat niet meer hoef mee te maken. Al moet ik zeggen dat ik nu ook wel wat mensen ken, die als een kip zonder kop ronderennenš)
Maar gelukkig kwam bij ons wel een slager aan huis om samen met mijn vader te slachten. Dus die film waarbij mijn vader, of erger nog, ik met een hamer achter een varken of een ander dier aan renden is mij gelukkig bespaard gebleven. Denk dat ik anders levenslang nachtmerries had gehad
Maar mooi, hoe zo'n alledaagse dingen, zoveel later nog zo'n levendige herinneringen kunnen oproepen.
Liefs Gewoon Moon
Lieve willy
Wat geniet ik tochvan zulke blogs ,ik denk in beelden dus meen ik kleine willy op het landgoed bezjg te zien in goed gezeldschap van grootmoe en grootpa ,heerlijk zulke herrineringen daar kun je over beschikken wanneer je maar wilt ,en ik geniet in stilte even mee ,en ben ook even terug in mn jeugd dit stadse kind werd een ander kind als we naar mn grootouders waren ,en dat lees ik bij jou ook ,
Fijn weekend voor jou en de vrouw š»šš
Je kunt beeldend schrijven, Willy.
Dat is grappig Willy, in mijn jeugd kwamen die treinen met rotsblokken bij ons aan. Eerst werden ze in grote bergen gestort waar wij als kinderen op konden ravotten, niet geheel ongevaarlijk denk ik nu... we hoorden wel dat ze uit Belgiƫ kwamen. Ze werden gebruikt om de pieren te versterken.
En zo hebben we , 60 jaar later , toch ook weer iets bijgeleerd. Had me altijd afgevraagd wat ze ermee deden.
Wel sneu zo voor die beestjes, maar ja, zo ging dat vroeger vaker.
Heerlijke herinneringen Willy, koesteren!