De Goede (?) Oude Tijd
“Vroeger was alles beter.”
Ze zeggen het zo graag, en weet je, soms geloof ik het zelf ook. Want ik herinner me de zomers bij opa en opa, waar de soep altijd rook alsof ze door engelen was geroerd en ik op blote voeten door het gras liep dat hoger leek dan ikzelf. Of de dagen dat ik met Pa Willy ging vissen, gewoon met een bamboehengel en wat brood als aas, ergens aan de vesten, waar nu de Ring rond Antwerpen ligt. En de straat waar we speelden was van ons, want auto’s waren er nauwelijks. Een bal, een paar kinderen en een stoepsteen — meer had je niet nodig voor een wereld vol avontuur.
Met de auto naar zee rijden was een belevenis. Eerst langs de garage voor een groot onderhoud, want zo’n rit van honderd kilometer was een onderneming die voorbereiding vroeg, alsof je de Tour de France ging rijden. En als je geluk had, stopte je onderweg voor een ijsje dat smolt nog voor je eraan begon.
Dat waren mooie dingen, die ik nog altijd koester.
Maar wat je niet meer weet, is wat “vroeger” ook betekende: dat het toilet buiten op het achtererf stond. Afvegen deed je met krantenpapier. Je zat boven een gat op een houten plank, waar in de winter je billen aan vastvroren. Het enige voordeel was dat je toen nog geen smartphone had die in de pot kon vallen.
En de rest van het leven? Ach ja… één telefoon voor heel het gezin, met een draaischijf waar je een tenniselleboog van kreeg. Televisie die ophield om elf uur met het volkslied, zodat je wist dat je verplicht naar bed moest. In de winter kolen sleuren alsof je voor de Charbonnages werkte, en hopen dat de kachel bleef branden. En als hij uitging, had je twee keuzes: kou lijden of een kind naar buiten sturen met de emmer. Democratie bestond toen niet in huis.
Voor een kankerlijer was er vroeger al helemaal niks goeds. Dokters die tijdens het onderzoek een sigaret opstaken en je met een halve blik bekeken. Diagnose gesteld in twee seconden: “Ge hebt kanker, meneer. Kop op, we kunnen er toch niks aan doen.” En als je geluk had, kreeg je een glaasje cognac en de raad om uw testament nog eens na te lezen. Pijnbestrijding was een nat washandje en een paternoster. En als je op zaal belandde, dan was dat in een kille ziekenzaal vol ijzeren bedden, waar de geur van Lysol en angst zich vermengde.
Dus nee, die zogenaamde goede oude tijd was vooral oud. Hij was zogezegd goed omdat wij jong waren. Met knieën die niet kraakten, een geheugen dat nog niet in gatenkaas veranderd was, en een lijf dat geen vijftien pillen per dag nodig had om overeind te blijven.
Maar we laten ons vangen aan de nostalgie. Want ja, natuurlijk denk ik soms met heimwee terug. Niet omdat het leven toen beter was, maar omdat ik zelf nog een beetje beter was.
Want als ik eerlijk ben: het enige dat écht beter was vroeger, was dat mijn prostaat nog netjes op zijn plaats zat en zich nog niet geroepen voelde om mijn leven om te toveren tot een sabotageactie.
6 reacties
Hmmm, ik weet niet hoor. Vroeger was een mooie tijd, zonder verantwoordelijkheden en met inderdaad een lijf dat nog meewilde. Maar ik zou die smartphone per direct inleveren als ik direct terug zou kunnen spelen in de tuin van de grootouders. De chauffage terug vervangen door de kolenkachel als daarmee mijn opgegroeide en uitgezwermde neven en nichten terugkwamen. En zoveel meer. Ik neig toch naar: vroeger was alles beter ;).
Wat mooi hoe je ons meeneemt in die herinneringen. Het doet me denken aan mijn eigen jeugd en hoe alles toen zoveel makkelijker leek.
Ik kom uit een tijd waarin er wel een toilet in huis was en de kolenkachel al was vervangen door een gaskachel, maar dubbel glas en centrale verwarming bestonden nog niet. Toch kijk ik er met warmte op terug.
Maar een “goede tijd” is eigenlijk heel relatief, het hangt er maar vanaf wie je het vraagt. Wat voor mij een rijke, mooie jeugd was, betekende voor mijn ouders dat elk dubbeltje moest worden omgedraaid. Waar ik trots was op de zelfgemaakte kleren van mijn moeder, wist zij dat een lap stof goedkoper was dan iets kopen bij de C&A
En voor mijn tante, die op haar 41e kanker kreeg, was die zogenaamde goede oude tijd niets dan ellende. In de tijd van nu had ze waarschijnlijk nog geleefd. Het zou eerder zijn ontdekt, en er zou vooral openlijker met haar zijn gesproken. Niet alsof ze als patiënt geen recht had te weten wat er met haar lichaam gebeurde.
Zoals je zegt. Je herinnert je eigenlijk alleen de leuke dingen. Jeugdsentiment zeg maar. En al de rest vergeet je gewoon.
Zelfs ik met mijn 34 jaar neig naar de "goede, oude tijd", maar dan meer de "zorgeloze, oude tijd". De tijd waarin ik me niet druk hoefde te maken om gezondheid, de boodschappen en financiën. De tijd waarin ik continu pretlichtjes in mijn ogen had en met de vele vrienden (die nu afgehaakt zijn) op stap ging.
vrienden die afgehaakt zijn vanwege je ziekte, of gewoon ja, tijden veranderen
Ik neig ook naar "vroeger was alles beter". Toen er nog geen smartphone bestond, toen er nog meer warmte was onder de mensen en de contacten mondeling verliepen in plaats van met de smartphone.
Ik ben nog een kind van de jaren '70, toen er weliswaar de oliecrisis was waarvan wij de diepgang toch niet kenden.
Maar toeb ook mijn twee oma's nog leefden, mijn ouders voor mij konden zorgen en mijn nonkels en tantes nog jonge, sterke mensen waren.
En nu wordt er door kanker maar vooral door steunpilaren die wegvallen, flink gezaagd in de fundamenten.
We zullen maar zeggen dat pesten nu beter wordt aangepakt maar dat voor het minste de messen worden getrokken.
Marc.👍👍