Moederdag
Een dag vol ontbijtje op bed, knutselwerkjes, bloemen en foto’s van lachende gezinnen.
Maar als je leeft met uitgezaaide kanker voelt die dag anders. Zwaarder. Scherper. Alsof er onder alles een vraag ligt die niemand hardop durft te stellen:
Is dit mijn laatste Moederdag?
Mensen proberen lief te zijn. Echt waar.
Ze zeggen dingen als:
“Je weet het nooit.”
“Niemand weet of hij morgen nog wakker wordt.”
“Misschien leef je nog heel lang.”
En toch maakt het me boos.
Niet omdat ik geen hoop wil voelen.
Niet omdat ik ondankbaar ben.
Maar omdat die woorden voorbijgaan aan de werkelijkheid waarin ik leef.
Want een oncoloog heeft mij verteld dat ik hieraan doodga.
Niet misschien. Niet ooit vaag in de verte.
Nee — uitgezaaide kanker betekent dat mijn ziekte niet meer te genezen is.
Dat is een waarheid waar ik elke ochtend mee wakker word.
Een waarheid die in elk controleonderzoek zit.
In elke scan.
In elke pijnscheut.
In elke keer dat ik naar mijn kind kijk en denk: hoeveel momenten krijg ik nog mee?
Dus wanneer iemand zegt:
“Ja maar iedereen kan morgen onder een bus komen,”
dan voelt dat alsof mijn angst wordt weggepoetst.
Alsof mijn situatie hetzelfde is als die van iedereen.
Maar dat is niet zo.
Natuurlijk kan iedereen morgen overlijden.
Alleen leeft niet iedereen met artsen die voorzichtig praten over “tijd rekken”, “behandeling aanslaan” en “kwaliteit van leven”.
Niet iedereen leeft tussen hoop en statistieken.
Niet iedereen voelt een klok tikken die ineens hoorbaar is geworden.
Ik denk dat mensen zulke dingen zeggen omdat ze machteloos zijn.
Omdat de waarheid te pijnlijk is.
Omdat ze mij gerust willen stellen terwijl er eigenlijk niets geruststellends bestaat.
Maar soms heb ik geen behoefte aan geruststelling.
Soms wil ik gewoon dat iemand zegt:
“Wat ongelooflijk moeilijk dat je hiermee moet leven.”
“Ik snap dat Moederdag dubbel voelt.”
“Ik snap dat je bang bent.”
Want dát helpt meer dan holle hoop.
En toch…
tussen die boosheid en dat verdriet zit ook iets anders.
Liefde.
Een bijna wanhopige liefde voor gewone momenten.
Voor kinderhanden om mijn nek.
Voor “mama, kijk eens!”
Voor nog één Moederdag.
Nog één foto.
Nog één keer samen aan tafel.
Misschien wordt dit mijn laatste Moederdag.
Misschien niet.
Dat weet inderdaad niemand.
Maar er is een verschil tussen een algemene levenswaarheid en leven met een ziekte waarvan je weet dat die je leven zal beëindigen. Dat verschil mag bestaan. Dat verschil verdient erkenning.
Ik hoef niet gered te worden van de waarheid.
Ik leef er al middenin.
En misschien is dat wel wat ik het meeste nodig heb op Moederdag:
geen goedbedoelde dooddoeners, maar iemand die naast me durft te zitten in de onzekerheid.
❤️