Lutetium. “U moet wel zelf het bord afwassen hoor”.

“U moet wel zelf het bord afwassen hoor.”

Dat riep ze terwijl ze het bord met twee boterhammen met kaas door het luikje naast de dichte deur naar binnen schoof. Het klonk als een opdracht. Of méér nog, als een terechtwijzing. Onnodig, want ik wist best wat er van me verwacht werd. Nee beste lezer, ik was niet vanwege een of andere demonstratie door de politie opgepakt. Ik was net opgenomen voor mijn zesde behandeling met lutetium. Daarmee worden mijn uitgezaaide prostaatkankercellen hopelijk een tijdje tot zwijgen gebracht. Ik doe mee aan een speciale studie waarbij een nieuwe variant wordt uitgeprobeerd.

Vanwege de radioactiviteit heeft het ziekenhuis daarvoor speciale isolatiekamers ingericht. Tijdens de behandeling mag je de kamer niet verlaten en mag de verpleging alleen binnen met speciale beschermingsmiddelen. Logisch en verstandig. De catering komt helemaal niet binnen, maar schuift eten en drinken door het luik. Na een bloedafname en controle wordt het spul 's ochtends via een infuus ingespoten door een arts. De hele opname duurt hier een dag en een nacht. Maar gek genoeg lijkt dat voor mij wel een week. Niet naar buiten kunnen valt me onverwacht zwaar.

Gelukkig komt er na de behandeling zo nu en dan nog iemand van de verpleging kijken. Maar overdag voel ik me altijd best oké, dus ook nu is er geen werk aan de winkel. De nacht duurt echter lang; het bed en ik zijn nog steeds geen vrienden. In plaats van op de tweede dag ben ik deze keer al midden in de nacht kotsmisselijk. Ook heb ik buikpijn. Ik besluit op de toiletpot af te wachten wat het eerst gaat komen. Ik had geen gelijk: het kwam allebei in één grote kramp. Maar dat luchtte wel op, zodat ik daarna nog twee uurtjes kon slapen. Niet langer, want ik moest om negen uur de kamer alweer uit voor de schoonmakers en daarna een lotgenoot. Het ontbijt heb ik netjes maar resoluut afgeslagen. Niks af te wassen dus.

De controle op restradioactiviteit was in orde. Wel deze week thuis afstand houden natuurlijk, apart slapen en een apart toilet gebruiken. Geen probleem, mijn gezin is net als ik al ervaren. Ik pak mijn tas en doe de dubbele deur open. Het zit er weer op. Ik mag de oncologische dagopname gelukkig weer verlaten. Ik zie lopend door de gangen heel wat lotgenoten die dat geluk niet hebben. Voor mij nog twee te gaan, tenminste als de controles goed gaan. Deb komt me halen, buiten ruikt het heerlijk fris.