Lieve dokters
Lieve dokters en verpleegkundigen. Ze waren essentieel voor mij om te accepteren dat ik ziek was. Dat duurde wel even. In het ziekenhuis bij mij in de buurt kwam ik op de laatste dag van 2025 nietsvermoedend voor de uitslag na eerder onderzoek van mijn borst. De verpleegkundig specialist had zich nog maar net voorgesteld of ze stak van wal. ‘U hebt borstkanker!’ Ik dacht: ‘Hé, wat krijgen we nu? Ik heb toch net in mijn dossier het woord beligne gelezen. En dat betekent toch goedaardig?’ Dus dat zei ik. ‘Nou, ik weet niet waar u dat hebt gelezen maar dat klopt niet’ antwoordde ze. Dat was het moment waarop ik dacht: ‘Waar ben ik in beland en wat is dit voor een mens?’ Zo gevoelloos kwam ze over. Vervolgens stortte ze een verhaal over me heen over wat ik allemaal moest ondergaan. Operatie, bestraling, hormoontherapie en o ja, misschien ook nog chemotherapie. Ik schoot meteen in de dwarsigheid. ‘Een operatie, oké, dat kan ik begrijpen als er twee kleine tumoren zitten, maar ik wil zeker geen bestraling en de rest ook niet’. Ze keek verwonderd op en somde alle voordelen van al die nabehandelingen op. Ik vroeg me af of ze me had gehoord. Ik had toch gezegd dat ik dat allemaal niet wilde? Dus ik herhaalde het nog maar eens. ‘U hoeft niets te doen wat u niet wilt’ zei ze. En: ‘Ik ga even met de chirurg overleggen’. Ik dacht ‘nou je doet maar’ maar zei: ‘oké’. De chirurg kwam even later samen met haar binnen. ‘Ik begrijp dat u wel wilt worden geopereerd maar verder niets?’ zei hij vragend met een uitdrukkingsloos gezicht. ‘Dat klopt’ antwoordde ik. Of ik boos klonk of gewoon vriendelijk kan ik me niet meer herinneren. De chirurg - een man die blijkbaar aan een paar woorden genoeg had - zei: ‘Dat is goed. Ik zal u opereren als u dat wilt.’ Aangezien ik het idee had geen alternatief te hebben, knikte ik en zei ‘oké, dan doen we dat.’ Hij stond op, zei gedag en was weer weg. Ik was weer alleen met de verpleegkundig specialist. Ze ging weer zitten, vroeg of ik nog vragen had - die ik niet had - en zei: ‘Dan gaan we de operatie voor u inplannen. Mocht u nog vragen hebben, dan mag u altijd bellen.’ Ik dacht enigszins sarcastisch ‘nou, wat fijn dat ik mag bellen’ maar zei ‘dat is goed’.
Wat ik daarna heb gedaan kan ik me niet meer herinneren. Ik hield me vooral bezig met de vraag ‘what the fuck is er net gebeurd?’ En ik probeerde me het gesprek te herinneren.
Eén week later vertelde ik het mijn volwassen dochters. Ze vroegen waarom ik niet eerder had verteld dat ik was onderzocht. En waarom ik had besloten om alleen naar dat gesprek in het ziekenhuis te gaan. Ik had daar niet echt antwoord op. Behalve dat ik gewend was om alleen naar een dokter te gaan. Wist ik veel dat het blijkbaar gebruikelijk was om iemand mee te nemen. Ik was immers nooit ziek geweest. Ze vroegen of we nog eens met zijn drieën een gesprek met de verpleegkundig specialist konden hebben en of ik dat wilde regelen. Dat wilde ik wel. Zo kwamen we met zijn drieën in het ziekenhuis. De verpleegkundig specialist legde mijn dochters uit wat er aan de hand was. En vervolgens hield ze weer een soort college over wat er allemaal eigenlijk moest gebeuren aan nabehandelingen. En dat ik uiteraard zelf besliste over wat ik wel en niet wilde. Mijn dochters hadden veel vragen aan haar en kregen duidelijke antwoorden. Ik volgde het gesprek al snel niet meer en voelde me machteloos en boos worden. Ik vertelde hen dat en vroeg ‘kunnen we al weg?’ De verpleegkundig specialist leek niet te weten wat ze met me aan moest maar werd nu wel wat vriendelijker. Omdat ik zo boos en dwars was, kwam een van ons op het idee van een second opinion. Ik geloof dat ik dat zelf was maar dat doet er niet toe. We vonden het alle vier een goed plan. De verpleegkundig specialist zou het dossier opsturen. De al geplande operatie zegde ik voorlopig even af. Toen ik na een dag of tien bij het gespecialiseerde kankerinstituut mocht komen, vroeg ik me onderweg af hoe het daar zou zijn. Bij binnenkomst wist ik het meteen. Iedere medewerker was gericht om het voor elke patiënt zo comfortabel en gemakkelijk mogelijk te maken. Allemaal superlieve mensen! Ik voelde me welkom en begrepen. Een deel van het onderzoek deden ze over. Alles heel efficiënt geregeld. Na een paar uur was de uitslag er al en die verschilde niet erg van het eerste ziekenhuis bij mij in de buurt. Alleen werden nu alle opties opengehouden en zouden we stap voor stap samen bekijken wat er nodig was, wat mijn vragen waren en wat ik dan het beste zou kunnen kiezen. En zo ging het vanaf die dag. Slechts een keer - toen de uitslag na de operatie tegenviel - viel er niet zoveel te kiezen. Ik moest die dag al aan de hormoonpillen. Wat ik ook meteen accepteerde. Daarna ging ik akkoord met een tweede operatie en met bestralingen. Niet omdat ik daar zin in had, maar omdat ik daar zelf voor koos. Dat kon ik omdat alle artsen en verpleegkundig specialisten mij op een rustige manier informeerden, met me meedachten en al mijn vragen heel duidelijk konden beantwoorden. Elke arts die ik zag was lief en meelevend. Ik zag hoe vermoeid sommigen waren, maar ze bleven lief en geduldig. Wat tot gevolg had dat ik me bij al hun adviezen kon neerleggen omdat ik het gevoel had dat ik hen kon vertrouwen. En dat is waar het mij om ging, weet ik nu. Dat ik vertrouwen zou krijgen in de mensen die mij beter wilden maken, in mijn lichaam gingen snijden en mijn borst met schadelijke stoffen gingen bestralen. Het is hen gelukt. Ik ben hen zeer dankbaar.