Een klein blokje in mijn agenda
Binnenkort staat er weer een scan in mijn agenda. Het is maar een afspraak tussen andere afspraken. Een datum, een tijd en de naam van het ziekenhuis. Toch voelt dat ene blokje zwaarder dan de rest.
Ik krijg inmiddels al drie jaar regelmatig scans. Je zou kunnen denken dat het went. Ik weet waar ik moet zijn, hoe zo’n ziekenhuisdag verloopt en dat wachten er een belangrijk onderdeel van is. Maar aan de spanning wen ik niet. Deze scan voelt bovendien anders. Het is de eerste na de uitslag die alles veranderde. Bij de vorige scan werden de uitzaaiingen van mijn borstkanker gevonden. Nu moet blijken wat er sinds de start van mijn behandeling in mijn lichaam is gebeurd.
De afspraak is nog weken weg, maar mijn hoofd is al begonnen. Ieder pijntje krijgt ineens extra aandacht. Een pijnlijke rug kan komen doordat ik verkeerd heb gezeten. Een gevoelig gewricht kan een bijwerking zijn. Vermoeidheid kan bij de behandeling horen of gewoon bij een drukke dag. Maar ergens verschijnt steeds dezelfde vraag: betekent dit iets? Voor mijn diagnose kon pijn gewoon pijn zijn. Nu lijkt ieder pijntje iets te kunnen betekenen. Mijn hoofd kiest daarbij zelden voor de geruststellendste uitleg.
De ziekenhuisdag zelf vind ik ook niet prettig. Ik wil niet in een ziekenhuis zitten. Ik wil niet in een oncologische wachtkamer plaatsnemen en opnieuw voelen dat ik daar nu bij hoor. Dat ligt niet aan de andere mensen die er zitten. Zij willen daar net zo min zijn als ik. Het is vooral wat de plek mij vertelt over mijn eigen leven.
Soms ontstaat er in de wachtkamer een gesprek. Tijdens mijn laatste ziekenhuisbezoek raakte ik aan de praat met iemand naast me. Zoals dat vaker gaat, kwam op een gegeven moment de vraag: ‘Wat heb jij?’ Dat is in een oncologische wachtkamer geen luchtig praatje. Soms vind ik het lastig om te bepalen wat ik vertel. Als iemand een behandeling krijgt met kans op genezing, wil ik niet degene zijn die vertelt dat mijn borstkanker na tien jaar is teruggekomen en nu is uitgezaaid. Ik wil niet het verhaal worden waarvoor iemand anders juist bang is. Het zou gemakkelijker zijn als ik kon zeggen dat alles uiteindelijk goed is gekomen.
In de wachtkamer kijk ik ook naar de mensen om mij heen. Sommige mensen zijn zichtbaar veel zieker dan ik. Soms blijkt tijdens een gesprek dat hun behandeling zwaar is, maar nog wel gericht op genezing. Ik kan er aan de buitenkant betrekkelijk gezond uitzien en toch weten dat ik niet meer beter word. Dat blijft een vreemde tegenstelling. Aan iemands uiterlijk kun je niet aflezen wat de toekomst brengt. Toch probeer ik onbewust betekenis te geven aan wat ik zie. Waarschijnlijk omdat ik zo graag grip wil krijgen op wat er gebeurt.
Na de scan volgt het wachten op de uitslag. Er staat een telefonisch gesprek gepland waarin de arts de beelden met mij bespreekt. Het verstandigste zou zijn om daarop te wachten. De arts kan medische termen uitleggen, verbanden leggen en vertellen wat een uitslag werkelijk betekent. Dat neem ik me iedere keer voor. Vervolgens kijk ik toch in mijn dossier zodra het verslag beschikbaar is. Dan probeer ik te begrijpen wat er precies staat. Ik zoek medische termen op en probeer uit te vinden welke woorden geruststellend zijn en over welke woorden ik me zorgen moet maken.
Na drie jaar gaat dat steeds beter. Ik ken inmiddels termen waarvan ik nooit de ambitie had om ze te leren. Het is een cursus waar ik nooit voor heb gekozen. Soms stelt het verslag me gerust. Soms roept één formulering juist nieuwe vragen op. Dan weet ik net genoeg om ongerust te worden, maar te weinig om te begrijpen of dat terecht is. Toch lukt het me niet om niet te kijken. Misschien is de onzekerheid moeilijker dan de medische taal. Zolang de uitslag ergens in mijn dossier staat, voelt wachten alsof ik vrijwillig een gesloten envelop op tafel laat liggen.
Bij veel dingen in het leven kun je relativeren. Een afspraak kan tegenvallen. Een plan kan mislukken. Je kunt opnieuw beginnen of een andere weg kiezen. Bij deze uitslagen ligt dat anders. Uiteindelijk gaat het om iets waar je niet omheen kunt: wat deze uitslag betekent voor de tijd die je nog hebt.
Dat betekent niet dat ik voortdurend bang zal zijn. Er zullen ook gewone dagen zijn. Ik zal wandelen, fotograferen, boodschappen doen en me bezighouden met dingen die niets met kanker te maken hebben. Maar de afspraak staat er wel: een klein blokje in mijn agenda waar mijn ogen steeds naartoe gaan. Wanneer de scan achter de rug is, zal ik mezelf opnieuw voornemen om rustig op het geplande telefoontje te wachten. En waarschijnlijk open ik toch mijn dossier.
1 reactie
Mooi verwoord wat een scandatum met je doet. Ik heb 10 dagen geleden in mijn verslag gelezen dat er weer kwaadaardigheid in mijn borst groeit, terwijl de lever uitzaaiingen gelijk gebleven zijn. Woensdag hoor ik welke consequenties dat heeft. Het lukte dit keer aardig om er nuchter onder te blijven, maar nu de woensdag dichterbij komt......