een verhaal
met ruimte voor vermoeidheid, nare dromen, frustratie en het missen van hoe het vroeger was.
Yazma
Soms weet ik even niet meer hoe verder
Ik heb darmkanker gehad.
Alleen die zin opschrijven voelt soms al vreemd. Alsof het over iemand anders gaat. Alsof ik naar een verhaal kijk dat niet helemaal van mij is. Maar het is wel mijn verhaal. Ik heb het meegemaakt. Ik weet hoe het voelt om ineens geconfronteerd te worden met iets waar je nooit rekening mee had gehouden. Iets waarvan je hoopt dat het jou nooit zal overkomen.
Voor mijn gevoel is er een leven vóór alles gebeurde en een leven erna.
Vroeger dacht ik eigenlijk niet zoveel na over mijn lichaam. Als ik moe was, dan ging ik slapen. Als ik ergens naartoe wilde, dan ging ik gewoon. Als ik iets wilde doen, dan deed ik het. Je stond er niet bij stil dat je lichaam je misschien op een dag in de steek kon laten. Je dacht niet bij iedere vermoeidheid na over wat het betekende. Je leefde gewoon.
En nu is dat anders.
Sinds ik darmkanker heb gehad, voelt mijn lichaam soms niet meer als het lichaam dat ik vroeger kende. Ik kan nog steeds dezelfde persoon zijn vanbinnen, maar lichamelijk merk ik dat dingen veranderd zijn. Soms ben ik ontzettend moe. Niet gewoon een beetje moe omdat ik een lange dag heb gehad, maar echt moe. Zo moe dat zelfs dingen die vroeger vanzelfsprekend waren ineens veel moeite kunnen kosten.
En daar baal ik soms ontzettend van.
Ik wil soms gewoon weer kunnen doen wat ik vroeger deed.
Ik wil niet steeds hoeven nadenken over hoeveel energie iets kost. Ik wil niet hoeven afwegen of ik iets vandaag wel kan doen, omdat ik misschien morgen helemaal kapot ben. Ik wil niet eerst moeten nadenken voordat ik iets afspreek. Ik wil gewoon kunnen leven zonder telkens rekening te moeten houden met mijn energie.
Soms kijk ik terug naar hoe ik vroeger was en denk ik: waarom kan dat nu niet meer?
Dat is misschien wel één van de moeilijkste dingen.
Niet alleen de ziekte zelf, maar ook het gevoel dat er iets van je oude leven is veranderd. Je kunt beter zijn, je kunt de ziekte achter je hebben gelaten, maar dat betekent niet automatisch dat alles weer precies wordt zoals vroeger.
Mensen kunnen soms denken: je hebt het toch gehad? Je bent er toch doorheen?
En ja, dat klopt.
Ik heb het gehad.
Ik ben erdoorheen gekomen.
Maar soms voelt het alsof mensen vergeten dat iets niet zomaar ophoudt omdat de behandeling voorbij is. Het zit niet alleen in je lichaam. Het kan ook in je hoofd blijven zitten. In je gevoelens. In de manier waarop je naar je toekomst kijkt. In hoe je naar je eigen lichaam kijkt.
Soms ben ik bang dat ik nooit meer helemaal word zoals ik vroeger was.
En soms maakt me dat verdrietig.
Niet omdat ik ondankbaar ben dat ik er nog ben. Integendeel. Ik ben ontzettend blij dat ik er nog ben. Maar tegelijkertijd mag ik toch ook verdrietig zijn om wat er veranderd is?
Volgens mij kunnen die twee dingen naast elkaar bestaan.
Ik kan blij zijn dat ik leef én balen dat ik minder kan dan vroeger.
Ik kan dankbaar zijn én moe zijn.
Ik kan sterk zijn én soms compleet instorten.
Ik kan lachen met mensen en later op de avond ineens denken: hoe moet ik dit allemaal verder?
Want soms weet ik het gewoon even niet.
Soms heb ik momenten waarop ik echt niet meer weet hoe ik verder moet. Niet per se omdat ik het leven niet meer wil, maar omdat ik gewoon even geen idee heb hoe ik alles een plek moet geven.
Er zijn dagen waarop ik wakker word en meteen al moe ben.
Dan denk ik: hoe ga ik vandaag doorkomen?
En soms heb ik nog niet eens iets gedaan.
Dat vind ik misschien nog wel het meest frustrerende. Je kunt je eigen vermoeidheid niet altijd uitleggen. Van buiten kan iemand er misschien gewoon normaal uitzien. Je kunt lachen, praten, boodschappen doen, een grapje maken. Niemand ziet altijd hoeveel energie dat van je kost.
Soms ziet iemand alleen dat ik iets doe.
Maar diegene ziet niet altijd wat het mij daarna kost.
En dan komt de avond.
Ik lig in bed en hoop dat ik eindelijk rust krijg. Ik wil gewoon slapen. Even nergens aan denken. Even geen zorgen, geen vermoeidheid, geen herinneringen.
Maar soms lukt dat niet.
Soms krijg ik van die kutdromen.
Dromen waar ik liever niet over nadenk. Dromen waardoor ik wakker word en even niet weet waar ik ben. Soms zit er in zo'n droom iets van vroeger, iets van de periode waarin ik ziek was, of gewoon een gevoel van angst dat moeilijk uit te leggen is.
En het rotte is dat een droom soms nog uren in je hoofd kan blijven zitten nadat je wakker bent geworden.
Je weet rationeel dat het maar een droom was.
Je weet dat je weer wakker bent.
Maar je gevoel heeft die boodschap soms nog niet helemaal begrepen.
Dan lig je daar midden in de nacht.
Klaarwakker.
Moe.
En toch kun je niet gewoon weer rustig verder slapen.
Je denkt na.
Over vroeger.
Over nu.
Over wat er allemaal is gebeurd.
Over wat er nog gaat gebeuren.
Over dingen die je nooit had verwacht mee te maken.
En soms denk ik dan aan de persoon die ik vroeger was.
Die persoon die misschien makkelijker door het leven ging.
Die gewoon plannen maakte zonder zich af te vragen of het lichamelijk allemaal wel zou lukken.
Die niet steeds hoefde te luisteren naar zijn lichaam.
Ik mis die versie van mezelf soms.
Niet omdat ik mezelf nu niet meer leuk vind.
Maar omdat ik soms verlang naar die vrijheid.
De vrijheid om gewoon iets te doen zonder bang te zijn dat mijn energie ineens op is.
De vrijheid om een dag te hebben zonder dat ik hem hoef te plannen rondom vermoeidheid.
De vrijheid om niet steeds te hoeven zeggen: "Vandaag lukt het even niet."
Want dat vind ik moeilijk.
Ik wil niet altijd degene zijn die moet afzeggen.
Ik wil niet altijd degene zijn die eerder naar huis moet.
Ik wil niet altijd degene zijn die moet rusten.
Ik wil soms gewoon mee kunnen doen.
Gewoon zoals vroeger.
Maar mijn lichaam bepaalt soms anders.
En daar kan ik boos om worden.
Echt boos.
Soms denk ik: waarom ik?
Waarom moest ik dit meemaken?
Waarom moest mijn lichaam ziek worden?
Waarom kan ik niet gewoon weer alles?
En ik weet dat er misschien geen eerlijk antwoord op die vragen bestaat.
Toch stel ik ze.
Want ik ben ook maar een mens.
Ik hoef niet altijd sterk te zijn.
Ik hoef niet altijd positief te zijn.
Ik hoef niet iedere dag te zeggen dat het goed gaat.
Soms gaat het gewoon even niet goed.
En dat mag.
Ik denk dat mensen soms verwachten dat je na iets heftigs weer gewoon verdergaat. Alsof je een knop om kunt zetten.
Maar zo werkt het niet.
Verdergaan betekent voor mij niet dat ik alles vergeet.
Verdergaan betekent ook niet dat ik ineens weer precies dezelfde persoon moet zijn als vroeger.
Misschien betekent verdergaan juist dat ik moet leren accepteren dat ik veranderd ben.
Dat vind ik moeilijk.
Want accepteren voelt soms alsof je opgeeft.
Alsof je zegt: dit is het dan.
Maar misschien is dat niet zo.
Misschien is accepteren juist zeggen: dit is waar ik nu sta, en vanaf hier probeer ik opnieuw te kijken wat er mogelijk is.
Ook als dat minder is dan vroeger.
Ook als het soms langzaam gaat.
Ook als ik een slechte dag heb.
Ook als ik soms helemaal klaar ben met mijn eigen vermoeidheid.
Ik probeer mezelf eraan te herinneren dat ik niet alleen maar ben wat ik niet meer kan.
Ik ben niet alleen mijn ziekte.
Ik ben niet alleen mijn vermoeidheid.
Ik ben niet alleen de nare dromen.
Ik ben niet alleen het verleden.
Ik ben nog steeds mezelf.
Alleen misschien een versie van mezelf die meer heeft meegemaakt dan ik ooit had gedacht.
En misschien heeft dat me veranderd.
Misschien ben ik gevoeliger geworden.
Misschien denk ik meer na over dingen.
Misschien waardeer ik kleine momenten meer.
Maar soms wil ik helemaal niet zo diep nadenken.
Soms wil ik gewoon een normale dag.
Een dag waarop ik wakker word en niet meteen nadenk over mijn energie.
Een dag waarop ik iets kan doen zonder daarna uren uitgeput te zijn.
Een nacht waarin ik gewoon slaap zonder kutdromen.
Een dag waarop ik niet terugdenk aan alles wat er gebeurd is.
Een dag waarop ik mezelf niet hoef uit te leggen.
Gewoon een normale dag.
Misschien klinkt dat voor sommige mensen heel klein.
Voor mij kan het soms enorm veel betekenen.
En toch probeer ik hoop te houden.
Niet de hele tijd.
Dat zou niet eerlijk zijn.
Maar soms wel.
Ik probeer mezelf te vertellen dat een slechte dag niet betekent dat alle dagen slecht zullen zijn.
Dat moe zijn niet betekent dat ik voor altijd zo moe zal blijven.
Dat een nare droom niet betekent dat er iets slechts gaat gebeuren.
Dat ik niet precies hoef te weten hoe ik de rest van mijn leven moet aanpakken.
Misschien hoef ik alleen maar te kijken naar vandaag.
Soms zelfs alleen maar naar het volgende uur.
En als dat te veel is, naar de volgende tien minuten.
Gewoon stap voor stap.
Ik heb al iets meegemaakt waarvan ik vroeger waarschijnlijk had gedacht: als mij dat ooit overkomt, weet ik niet hoe ik ermee om moet gaan.
En toch ben ik hier.
Ik heb het overleefd.
Ik ben nog steeds hier.
En misschien vergeet ik dat soms.
Misschien kijk ik te vaak naar wat ik verloren ben en te weinig naar wat ik nog heb.
Maar ik wil mezelf ook niet dwingen om altijd positief te zijn.
Ik wil eerlijk kunnen zeggen dat het soms kut is.
Dat ik soms verdrietig ben.
Dat ik soms boos ben.
Dat ik soms jaloers ben op mensen die gewoon alles kunnen doen zonder erbij na te denken.
Dat ik soms mijn oude leven mis.
Dat ik soms in bed lig en denk: hoe moet ik morgen weer verder?
En toch komt die morgen meestal.
Ik word wakker.
Misschien moe.
Misschien met een hoofd vol gedachten.
Misschien na een slechte nacht.
Maar ik word wakker.
En dan probeer ik het opnieuw.
Niet omdat het altijd makkelijk is.
Niet omdat ik altijd sterk ben.
Maar omdat ik blijkbaar nog steeds ergens de kracht heb om door te gaan.
Soms is die kracht groot.
Soms is het maar een heel klein beetje.
Maar zelfs een klein beetje kracht is genoeg om één stap te zetten.
Ik hoef niet meteen tien stappen te zetten.
Ik hoef niet terug te worden wie ik vroeger was.
Misschien moet ik ontdekken wie ik nu ben.
Een mens die kanker heeft gehad.
Een mens die moe kan zijn.
Een mens die soms nachten heeft waarin de dromen te echt voelen.
Een mens die soms verdriet heeft om wat niet meer lukt.
Maar ook een mens die nog steeds kan lachen.
Nog steeds liefde kan voelen.
Nog steeds mooie momenten kan meemaken.
Nog steeds herinneringen kan maken.
En vooral: een mens die er nog is.
Misschien wordt het nooit meer helemaal zoals vroeger.
En eerlijk gezegd doet dat pijn.
Maar misschien hoeft mijn leven ook niet precies hetzelfde te worden om weer mooi te kunnen zijn.
Misschien komen er nieuwe dingen.
Nieuwe dagen.
Nieuwe herinneringen.
Nieuwe momenten waarop ik ineens merk dat ik toch weer iets kan waarvan ik dacht dat het niet meer zou lukken.
En misschien zijn die momenten juist extra bijzonder omdat ik weet hoe het voelt om iets kwijt te raken.
Ik weet niet precies hoe de toekomst eruitziet.
Soms vind ik dat eng.
Soms wil ik antwoorden.
Ik wil weten wanneer ik me weer beter voel.
Wanneer ik weer meer energie heb.
Wanneer die nare dromen minder worden.
Wanneer ik weer het gevoel krijg dat mijn lichaam echt van mij is.
Maar ik heb niet op alles een antwoord.
En misschien hoef ik dat vandaag ook niet te hebben.
Vandaag mag ik moe zijn.
Vandaag mag ik balen.
Vandaag mag ik verdrietig zijn om wat ik niet meer kan.
Vandaag mag ik zeggen dat het soms gewoon fucking moeilijk is.
En morgen probeer ik het opnieuw.
Niet perfect.
Niet altijd sterk.
Maar wel opnieuw.
Want ik ben meer dan wat mij is overkomen.
En misschien moet ik mezelf daar wat vaker aan herinneren.
Ik heb darmkanker gehad.
Dat is een deel van mijn verhaal.
Maar het is niet mijn hele verhaal.
Mijn verhaal gaat verder.
Ook op de dagen waarop ik niet weet hoe.
Ook op de dagen waarop ik alleen maar in bed wil liggen.
Ook op de nachten waarin mijn dromen me wakker houden.
Ook wanneer ik mezelf vergelijk met vroeger.
Mijn verhaal gaat verder.
Rustig.
Stap voor stap.
Dag voor dag.
En misschien is dat voorlopig genoeg.
Als je wilt, kan ik dit ook nog veel emotioneler en persoonlijker maken, alsof je het zelf op Instagram/Facebook zet of aan familie en vrienden vertelt.
1 reactie
Het nieuwe normaal ....met al zijn voor- en nadelen 🤭