74. Aan jou

Aan jou

Ik zie dat je wegloopt als ik aan kom lopen.    

Ik zie dat je er gauw vandoor wilt gaan als je me tegen komt. 

Ik merk dat je het praatje zo kort mogelijk houd en met een excuus weg wilt komen. 

Ik voel je ongemak als je met me praat. 

Ik zie dat je je geen houding weet te geven. 

Ik zie het. 

Ik voel het. 

Ik merk het. 

Kanker nam me veel af, maar mijn brein doet het nog goed. Het spijt me dat jij dat ongemak zo voelt. Begrijpen doe ik het niet. Het voelt voor mij alsof ik niet goed genoeg meer ben. Alsof ik niet meer je gelijke ben. Dat ik niet meer ben dan wat er overbleef na de kanker. Dat wat jij ziet, dat dat alles is dat ik nu ben. 

De medelijdende blikken na de operatie vond ik storend, maar daar zou ik nu bijna naar terug verlangen. Want medelijden is nog altijd beter dat het gevoel dat je er niet meer mag zijn. Dat je er niet meer bij hoort. Dat je er niet meer toe doet. 

Ik kan hoe ik eruit zie en de manier waarop ik nu praat nooit meer veranderen. Maar jij kan de manier waarop je naar me kijkt wel veranderen. Dus dat is wat ik van je vraag. Kijk verder dan wat je ziet en hoort. Want ik zit hier van binnen nog steeds, dezelfde persoon als ik altijd was. Ik ben grappig, soms een beetje cynisch en ik heb vooral een groot hart. Als jij verder kunt kijken is dat wat je zult zien. 

Het is ongelooflijk dat je hier na kanker mee te maken krijgt. Ik blijf me er daarom tegen verzetten. Want kanker neemt je al genoeg af. Je eigenwaarde zou daar niet bovenop moeten komen. Na twee jaar heb ik nog dagelijks te maken met blikken, opmerkingen, grapjes en mensen die zich geen houding weten te geven. Mijn man kan er boos om worden, mijn dochter intens verdrietig. Een shop dagje met mijn dochter laatst in Gouda leverde naast gezelligheid ook verdriet op. Want in iedere winkel waar we iets afrekenen kan de verkoper een opmerking niet laten. Een verkoper die een afstandsbediening pakte en zei; ‘Zo zal ik je volume even hoger zetten’ was de druppel. Voor mij, maar vooral voor haar. Want ik heb inmiddels wel een olifanten huid. Zij daarentegen nog niet. Ze is tenslotte nog maar elf jaar. 

De opmerkingen zijn er ieder dag weer en dit went. Ik heb ze inmiddels allemaal wel voorbij horen komen. Er zit weinig variatie in en eerlijk gezegd, ook weinig grappigs. De grove grappen van de mensen om me heen kan ik goed hebben. Sterker nog, die worden echt wel gemaakt, ook door mezelf. Maar dat is wel door de mensen die niet met een boog om me heen lopen als ze me tegenkomen. Deze mensen accepteren me zoals ik ben. Het is hetzelfde als ik een grap zou maken over hun terugtrekkende haarlijn. Wat ik hiermee wil zeggen? Ik kan een hoop hebben en je mag en kan veel tegen me zeggen. Maar als je iemand niet kent, maak je geen opmerking of een grap over diens handicap. En mocht je me kennen loop je niet met een boog om me heen, omdat mijn handicap je ongemakkelijk maakt. Dan vraag ik me namelijk af wat ik waard ben. 

Na twee jaar is me de rust gegund dat de wereld een plek voor me heeft zoals ik nu ben en altijd zal zijn. Het doet me pijn dat niet iedereen daar hetzelfde over denkt. Gelukkig is het merendeel van de mensen anders. En leg ik mijn dochter uit dat er altijd mensen zullen zijn die er iets naars over zeggen of die me liever uit de weg gaan. Ik vind het belangrijk dat dit onderwerp besproken blijft. Als je een dagje met mij mee zou lopen realiseer je je pas hoe vaak ik hiermee te maken heb en hoe weinig het dus geaccepteerd wordt als je anders praat en er anders uit ziet. En dat zou niet moeten zijn. Want wat maakt jou beter dan mij? 

Die vraag kan me lang bezig houden en een antwoord zal er nooit komen. Ik moet hiermee leren omgaan, als dat al kan na twee jaar. Mijn man moet zijn boosheid temperen en mijn dochter moet leren omgaan met haar verdriet hierover. En toch hoop ik dat ik mensen kan bereiken. Doe het anders. Ik ben nog steeds wie ik altijd was. Niets heeft dat kunnen veranderen. Ja ik klink anders. Ja er zit een pleister en een knop. Maar meer is het niet. Ik ben gewoon An. Of Loes. Net wat je wilt. Ik hoop dat jij dit kunt zien. Voor mij, maar vooral voor onze dochter. Dus loop niet om me heen, loop niet weg en maak die opmerking niet. Stel in plaats daarvan een vraag. Dan maken we samen onze wereld een klein stukje mooier. 
 


 

2 reacties

Wat beschrijf je het weer indringend, ik krijg een brok in mijn keel er van. Vooral voor je dochter, wat doen mensen haar aan! Je zou ze toch door elkaar willen rammelen, het begrip en empathie er met geweld in stampen. Ik weet best dat dat niet werkt hè. De meeste mensen hebben (nog) niet genoeg meegemaakt en denken niet verder dan hun neus lang is. Gelukkig heeft je dochter een kanjer van een moeder, en heb jij mensen om je heen die je echt kennen en waarderen. De rest? Laat ze er in zakken! 

Miranda

Laatst bewerkt: 26/08/2026 - 21:39

Heftig om te lezen dat er mensen zijn die je zo behandelen. Die je hebben gekend voordat je kanker kreeg  en niet zien of niet willen zien dat je van binnen niet veranderd bent. Het verdriet dat het jou doet is voelbaar in je blog. Ook het verdriet van je dochter dat je niet kan wegnemen. 

Het is zo makkelijk gezegd dat je moet kijken naar wie er nog wel voor je zijn. De afwijzing van mensen die met een boog om je heen lopen blijft pijn doen.

Ik geef je een dikke knuffel.

Liefs, Monique 

Laatst bewerkt: 27/08/2026 - 11:15