Ziekte van Waldenström

Tmc over deze informatie
De ziekte van Waldenström is een zeldzame vorm van lymfeklierkanker. Het is ook een bijzondere vorm van lymfeklierkanker omdat de kankercellen vooral in het beenmerg zitten en niet in het bloed en omdat er ook plasmacellen bij betrokken zijn. Deze maken een abnormaal afweereiwit aan dat in het bloed terecht komt, een zogenaamd M-proteïne.

De ziekte is genoemd naar de Zweedse internist Jan Waldenström die de ziekte voor het eerst beschreef in 1944. De internationale naam is lymfoplasmacytair lymfoom.

De ziekte van Waldenström onwikkelt zich bij de meeste patiënten langzaam en geeft daardoor pas laat klachten. Genezing is niet mogelijk. De ziekte is wel goed te behandelen.

Beenmerg en bloedcellen

Alle bloedcellen worden in het beenmerg gemaakt. Beenmerg zit in het binnenste van onze botten. Het is een sponsachtig, rood weefsel. Als het opgezogen wordt uit het bot lijkt het op bloed.

Beenmerg zit vooral in:

  • de wervels
  • de schedel
  • het borstbeen
  • de ribben
  • het bekken

In het beenmerg zitten stamcellen. Deze stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Dit heet ook wel rijpen. Stamcellen rijpen uit tot:
  • Witte bloedcellen: helpen om infecties tegen te gaan. Ook ruimen ze beschadigde en afgestorven weefselcellen op. Zo helpen ze bij de genezing van wondjes. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen.
    Een andere naam voor witte bloedcellen is leukocyten.
  • Rode bloedcellen: zorgen voor het vervoer van ingeademde zuurstof naar weefsels en organen.
    Een andere naam voor rode bloedcellen is erytrocyten.
  • Bloedplaatjes: helpen bij de bloedstolling. Zodat bij verwondingen het bloedverlies wordt beperkt.
    Een andere naam voor bloedplaatjes is trombocyten.


De verschillende soorten cellen zijn allemaal belangrijk.

De bloedcellen en bloedplaatjes gaan vanuit het beenmerg het bloed in. Per dag gaan er ongeveer evenveel cellen het bloed in als dat er in het bloed afsterven. Hierdoor is er steeds een evenwicht.

Plasmacellen

Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen. Deze spelen allemaal een rol in de afweer. Eén soort witte bloedcel heet lymfocyt. Bepaalde lymfocyten kunnen in de lymfeklieren uitrijpen tot plasmacellen. Een plasmacel nestelt zich na uitrijping in het beenmerg. Maar plasmacellen kunnen ook voorkomen buiten het beenmerg: bijvoorbeeld in de darmen, de luchtwegen en de lymfklieren.

Plasmacellen maken onze antistoffen. Antistoffen beschermen het lichaam tegen infecties met virussen en bacteriën. Elke plasmacel kan maar 1 soort antistof maken. Antistoffen zijn eiwitten. Een ander woord voor eiwit is proteïne.

Ongecontroleerde groei van witte bloedcellen

Bij de ziekte van Waldenström groeit een bepaald soort witte bloedcellen ongecontroleerd. Het gaat om rijpe B-lymfocyten. Deze cellen komen in het beenmerg en in de lymfeklieren voor. Ze spelen een belangrijke rol in het afweersysteem.

Productie van M-proteïne

De kwaadaardige B-lymfocyten rijpen ook uit naar plasmacellen. Deze plasmacellen produceren allemaal 1 soort antistof: een M-proteïne van het type IgM, ook wel paraproteïne genoemd. Daardoor ontstaat er een abnormale hoeveelheid van dit eiwit in het bloed. Dit kan diverse klachten veroorzaken.

Tekort aan gezonde plasmacellen en andere bloedcellen

De kankercellen hopen zich op in het beenmerg. Daardoor krijgen normale beenmergcellen niet genoeg ruimte om zich goed te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de normale plasmacellen in het beenmerg. Hierdoor zijn de bijbehorende normale antistoffen in het bloed vaak verlaagd. Dit kan tot een verminderde afweer leiden.

Ook kunnen er niet genoeg andere soorten bloedcellen worden aangemaakt. Dit kan leiden tot de volgende problemen:
  • een tekort aan rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede
  • afname van de gezonde witte bloedcellen verhoogt de kans op infecties. Want witte bloedcellen zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem.
  • door een tekort aan bloedplaatjes stolt het bloed minder goed. Daardoor kunt u bijvoorbeeld sneller blauwe plekken krijgen of spontane neus- of tandvleesbloedingen

De kankercellen kunnen zich ook ophopen in de lever of in de milt.

Hoe vaak komt de ziekte van Waldenström voor?

Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 250 mensen de ziekte van Waldenström. Mannen vaker dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd bij diagnose ligt rond de 60 jaar. Een heel klein deel van de patiënten is jonger dan 45 jaar.

Risicofactoren

Er zijn geen factoren bekend die het risico op de ziekte van Waldenström verhogen of verlagen.