‘De buitenwereld kijkt naar behandelingen. Dat snap ik, maar dit traject is meer dan dat’

Daan (1981) is docent en vader van twee jonge kinderen. Zijn vrouw zit midden in een intensief behandeltraject voor uitgezaaide triple-negatieve borstkanker. Ze kreeg chemotherapie en onlangs is een van haar borsten geamputeerd. Daan regelt, denkt vooruit en bewaakt het overzicht. Maar hij merkt dat zijn eigen emmertje nu bijna overloopt.
Tekst: redactie kanker.nl, februari 2026
Waaraan merk je dat het je nu even te veel dreigt te worden?
“Het is meer een sluipend besef. Ik functioneer nog, ik doe nog steeds alles wat nodig is, maar ik merk dat ik steeds minder voor mezelf doe. Dingen die me normaal energie geven, zijn nu langzaam verdwenen. Wandelen bijvoorbeeld, naar voetbalwedstrijden gaan of gewoon even alleen zijn. En dat terwijl iedereen om me heen al langer zei: ‘Pas op jezelf.’ Ik denk dat ik daar nooit heel goed in ben geweest en deze situatie versterkt dat. Maar goed, ik heb overleg gehad met mijn werkgever en morgen zit ik bij de bedrijfsarts om te kijken wat voor mij nodig is.”
Je bent degene die veel regelt en overziet.
“Ja. Dat zit in me. Ik kan goed plannen, inschatten en vooruitdenken. Mijn vrouw wil zelf liever niet precies weten hoe dingen zitten rond het onderwerp borstkanker. Dat laat ze graag aan mij over. Ik heb me helemaal vastgebeten in het onderwerp, wil heel veel informatie hebben. Ook om te weten welke vragen we kunnen stellen in het ziekenhuis.
Mijn vrouw vraagt juist weinig en wilde bijvoorbeeld ook niet weten welke bijwerkingen ze kon verwachten van de chemotherapie. De arts in het ziekenhuis vond dat ze er toch vier moest weten. De rest zit dan in mijn hoofd. Zij vindt het sowieso verschrikkelijk om in een ziekenhuis te zijn en daarom ga ik altijd mee, ze ervaart dat als heel steunend.
Ik luister, onthoud wat er gezegd wordt door artsen en verpleegkundigen en communiceer met familie en vrienden. Dat gaat me op zich goed af en ik krijg daar in principe geen stress van. Deze rol voelt ook heel logisch voor mij.”
Je vrouw heeft een levensbedreigende ziekte. Wat doet dat met jou?
“We zitten hier samen in. Al kan ik natuurlijk nooit voelen wat zij voelt. Ik zie wat het met haar doet, lichamelijk en mentaal, en dan is er voor mij eigenlijk geen twijfel: ik ben er. Soms door te praten, soms door gewoon naast haar te liggen en niets te zeggen.
Ik heb niet het gevoel dat onze relatie ongelijkwaardig is geworden sinds zij kanker heeft, maar de rollen zijn wel veranderd. Wat ik mooi vind, is dat mijn vrouw soms juist de dingen oppakt die niet met kanker te maken hebben. Ik wilde geen kerst vieren of een zomervakantie plannen, bijvoorbeeld. En dan zegt zij: dat gaan we juist wel doen. Net als uitgebreid aandacht geven aan het behalen van een zwemdiploma. Daar heeft ze groot gelijk in, want daar krijg je ook energie van en het zijn leuke dingen.
We hebben thuis ook een boekje op tafel liggen met voor elke dag een filosofische vraag. Dat doen we echt niet elke dag, maar wel geregeld. Dan gaat het tien minuten over die vraag en heb je een ander gesprek met elkaar. We gaan ook met z’n tweeën elke drie weken naar maatschappelijke begeleiding in het ziekenhuis, naar een medisch psycholoog. Voor onszelf en voor onze kinderen.”
Jullie zoons zijn 7 en 5. Hoe neem je hen hierin mee?
“In taal die past bij hun leeftijd. Dit hebben we ook besproken in het ziekenhuis, hoe we dit het best konden doen. Ze weten dat mama heel ziek is en dat het lang gaat duren. Vooral dat ‘lang’ is moeilijk voor kinderen. We praten er bewust over, maar niet constant. We proberen elke week een moment te hebben waarop het er mag zijn.
Tegelijkertijd zien we nu ook verandering van gedrag bij onze oudste. Die wil het er niet meer over hebben. Hij wordt boos of hij loopt weg. Hij wil niet meer over zichzelf praten: ‘Jullie mogen alleen nog maar vragen aan me stellen waar ik ‘ja’ of ‘nee’ op kan antwoorden’, stelde hij. Laatst zei hij ook: ‘Het zou lang duren, maar nou duurt het wel erg lang. Ik denk dat ze doodgaat.’ Dat is een extra zorglaag. De jongste is veel pragmatischer. Die zei afgelopen week: ‘Mama is ziek, maar nu heeft de dokter mama’s borst eraf gehakt en nu wordt ze weer beter’. En dan gaat hij weer spelen.”
Ervaar je steun van je omgeving?
“Ja, al verbaast het me dat we soms ook geweldige steun ontvangen van mensen van wie we dat niet verwachtten. En dat er ook mensen zijn van wie we misschien meer hadden verwacht. De oncoloog vroeg de vorige keer: ‘Zijn jullie al mensen verloren?’ Want dat gebeurt blijkbaar vaak in zo’n moeilijk en intensief traject.”
Snapt de buitenwereld waar jullie in zitten?
“De buitenwereld denkt vaak: oké, de chemo is geweest, er is een operatie geweest, haar borst is eraf, dus nu alleen nog even bestralen en dan ben je klaar, toch? Terwijl, wij weten dat we nog niet eens op de helft zijn. We wachten nog op de uitslag van de patholoog, die kijkt of het weefsel van de weggenomen borst schoon is. Dat is enorm spannend en als alles goed is, dan nog is de weg naar een herstel lang. Dat schuurt.
Mensen willen gewoon graag weten: is het positief of negatief? Komt het goed, ja of nee? Gewoon, lekker duidelijk. ` Er zijn ook de zorgen, de vermoeidheid, bijwerkingen en het vertrouwen kwijt zijn in je lichaam, bijvoorbeeld. Je wordt nooit meer wie je was.”
Wat voor effect hebben die reacties van buitenaf op jou?
“Het kost energie. Soms maak ik het ook groter in mijn hoofd dan nodig is, dat weet ik. Maar het maakt mijn taak gewoon zwaarder. Je bent al aan het balanceren en dan moet je ook nog omgaan met verwachtingen van anderen.”
Je zei eerder in dit gesprek ‘weg naar een herstel’. Wat bedoel je met ‘een herstel’?
“We zijn kritischer geworden op onze tijd en energie. Dat betekent niet dat we niet willen werken of leven, maar wel bewuster. Er zijn andere dingen belangrijker geworden. We maken nu eerder keuzes voor elkaar, als gezin, voor onszelf. Dat is confronterend, soms ook voor de omgeving. Maar het voelt wel eerlijk.”