Behandeling bij trofoblastziekten

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Bij trofoblastziekten zijn verschillende behandelingen mogelijk:

  • Curettage
  • HCG-controle
  • Baarmoeder verwijderen
  • Chemotherapie

Curettage

De behandeling van de complete en partiële molazwangerschap is hetzelfde. De behandeling bestaat uit een vacuümcurettage onder algehele narcose.

Bij een curettage wordt de baarmoedermond opgerekt. Daarna wordt met een zuigbuis de baarmoederholte leeggezogen. Deze behandeling vindt plaats op de operatiekamer.

Bij een molazwangerschap zuigt de arts vaak meer weefsel op dan bij een normale miskraam. Behalve bij invasieve mola, dan is de hoeveelheid opgezogen weefsel minder. Bij een molazwangerschap kan ook meer bloedverlies optreden dan bij een normale miskraam.

hCG-controle

Als er sprake is geweest van een molazwangerschap, moet wekelijks de hCG-concentratie in het bloed worden bepaald totdat dit genormaliseerd is. Na normalisatie van het hCG volgt maandelijkse hCG-controle gedurende een half jaar. 

Een nieuwe zwangerschap is volgens de huidige richtlijn toegestaan een half jaar na normalisatie van het zwangerschapshormoon. De kans op het terugkeren van de molazwangerschap nadat het zwangerschapshormoon is genormaliseerd, is namelijk zeer klein (<1%).

Bij een partiële molazwangerschap mag een vrouw direct weer zwanger worden nadat het hCG is genormaliseerd. De kans dat bij een volgende zwangerschap opnieuw een molazwangerschap ontstaat, is 1%.

Baarmoeder verwijderen

Wanneer de vrouw ouder is dan 40 jaar en geen kinderwens meer heeft, kan de arts eventueel adviseren de baarmoeder te verwijderen. Dit is een grotere ingreep dan een curettage.

Chemotherapie bij trofoblastziekten

De behandeling voor een persisterende trofoblastziekte bestaat uit chemotherapie.

De meeste patiënten hebben een laag-risico persisterende trofoblastziekte. Ze worden behandeld met methotrexaat, een DNA-syntheseremmer. Dit medicijn krijg je in een kuur aangeboden en wordt via injecties toegediend. Ook krijg je tabletten folinezuur om de bijwerkingen van methotrexaat te beperken. 

Hoog-risico persisterende trofoblastziekte wordt meestal behandeld met een combinatie van verschillende cytostatica (polychemotherapie) die via een infuus wordt toegediend. Hiervoor is opname in het ziekenhuis nodig, meestal gedurende 1 of 2 dagen. 

Om te bepalen welke (combinatie van) cytostatica gebruikt moet worden, worden patiënten ingedeeld in een hoog- en laag-risico categorie:

Laag risico:

  • Geen uitzaaiingen of alleen in de longen
  • Voorafgaand een mola of miskraam
  • Geen eerdere chemotherapie
  • Start chemo binnen 12 maanden na curretage

Hoog risico:

  • Lever en/of hersenmetastasen
  • Voorafgaand een voldragen zwangerschap
  • Chemotherapie resistentie
  • Start chemo later dan 12 maanden na curretage

Patiënten met een choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap genezen meestal niet door methotrexaat monotherapie (het meest gebruikte medicijn bij choriocarcinoom). Behandeling met een combinatie van verschillende soorten chemotherapie is dan nodig. Je wordt dan in een van de oncologisch centra behandeld volgens een schema voor hoog risico persisterende trofoblast ziekte.

Bijwerkingen van chemotherapie


Acute bijwerkingen 

De chemotherapie kan bijwerkingen geven. Welke bijwerkingen dat zijn, hangt onder andere af van de soort cystostatica die je hebt gehad.. Bij methotrexaat kun je last krijgen van droge ogen, aften in de mond, droge hoest en misselijkheid en braken. Bij polychemotherapie kun je te maken krijgen met haaruitval, misselijkheid, braken, te lage concentraties witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes, moeheid en buikpijn.

Niet iedereen krijgt dezelfde bijwerkingen.

Vraag je arts om uitleg over de bijwerkingen van het middel dat je gaat krijgen. 

Langetermijneffecten

Na het toedienen van lage doses methotrexaat zijn geen effecten op de lange termijn bekend.

Er zijn aanwijzingen dat vrouwen na een behandeling met polychemotherapie gemiddeld eerder in de overgang komen.

Zwangerschap is na een behandeling met methotrexaat of polychemotherapie nog mogelijk zonder schade aan moeder of kind.

Na methotrexaat is er geen verhoogde kans op het ontstaan van een tweede vorm van kanker.

Na polychemotherapie is de kans op sommige kankers licht verhoogd. De kans dat dit gebeurt is nog steeds heel klein en weegt op tegen de gevolgen van het eventueel niet behandelen van hoog risico trofoblast ziekten. 

Vraag je arts om uitleg over de bijwerkingen op lange termijn van het middel dat je gaat krijgen.

Colofon

Met medewerking van:

Illustratie vrouwen

Vrouwen die trofoblastziekten hebben (gehad)

Foto Christianne Lok

Dr. Christianne Lok

Gynaecoloog-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek

illustratie-arts-vrouw

Dr. Nienke van Trommel

Gynaecoloog, Antoni van Leeuwenhoek

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: februari 2016