Onderzoek bij neuro-endocriene tumoren (NET)

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Er zijn verschillende onderzoeken naar neuro-endocriene tumoren (NET). De onderzoeken zijn bedoeld om de oorzaak van de klachten te vinden en om te bepalen wat een goede behandeling is. Ook later in het ziekteproces kun je nog onderzoeken krijgen. Je krijgt niet alle onderzoeken .

Bloedonderzoek of onderzoek van de urine

Bij het bloedonderzoek wordt gekeken of er stoffen in het bloed zitten die op een tumor kunnen wijzen. Deze stoffen heten tumormarkers. Een belangrijke tumormarker bij NET is chromogranine A. 

De arts kan ook onderzoeken of er bepaalde hormonen of hormoonachtige stoffen in het bloed zitten. Dit onderzoek is niet altijd nodig. Het gebeurt alleen bij bepaalde klachten. Ook is het afhankelijk van de plaats waar de tumor ontstaan is. 

Bij een onderzoek van de urine kijkt men naar hormonen of afbraakproducten van hormonen. Als er veel hormonen in de urine zitten, kan dit komen door een NET die deze hormonen maakt. 

Een CT-scan of een MRI-scan 

Een CT-scan is bedoeld om afwijkingen in het lichaam op te sporen. Op een scan kan de tumor of uitzaaiingen zichtbaar zijn. Om zeker te weten of het kanker is, is een biopt nodig. 

Biopsie (weefselonderzoek door de patholoog)

Een plekje dat er op een CT- of een MRI-scan verdacht uit ziet, hoeft geen kanker te zijn. Daarom is het altijd nodig om het weefsel te onderzoeken in het laboratorium. De arts haalt een stukje van het verdachte weefsel (een biopt) weg om te laten onderzoeken door de patholoog. De arts kan het biopt weghalen met bijvoorbeeld CT of echo-geleide punctie, een endoscopie, een bronchoscopie of tijdens een operatie. 

Als uit het onderzoek blijkt dat het om kanker gaat, is het belangrijk om de soort kanker te bepalen: is het een NET of is het een andere vorm van kanker? Ook probeert de patholoog de groeisnelheid van de kankercellen te bepalen. Dat is niet altijd mogelijk bij een punctie. De groeisnelheid heet ook wel de graad van de NET en is belangrijk voor het inschatten van de vooruitzichten en het kiezen van de behandeling. 

Een PET-scan  

Wanneer duidelijk is dat er een NET in het lichaam zit, kan de arts verder onderzoek doen met een nucleaire scan. De scan kan gebruikt worden om de tumor en de uitzaaiingen in beeld te brengen. Met deze scan kan de arts het ziekteverloop volgen.  

Er zijn meerdere soorten PET-scans beschikbaar voor NET. De arts of verpleegkundige vertelt welke scan je precies krijgt en hoe je je kunt voorbereiden. Lees uitgebreide uitleg over de scans in een van de folders op de website van de NET-groep.  

Een echografie

Echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam beoordelen en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Een echo van het hart (niet altijd nodig)

Met een echo van het hart onderzoekt de arts het hart. Door sommige NET kan de hartklep beschadigen. Dat gebeurt soms bij een NET die  het hormoon serotonine maakt. Lees meer over een echo van het hart bij de Hartstichting

Een endoscopie of een endo-echoscopie (bij NET in het maag-darmkanaal)

Met een endoscopie kan de arts in de maag en de darmen kijken. Het onderzoek heet ook wel een kijkonderzoek. Meestal gebruikt de arts bij het onderzoek een endoscoop, een lange slang die via de mond of de anus in het lichaam komt. Aan het eind zit een cameraatje. 

De endoscoop kan niet overal in de dunne darm komen. Heel soms gebruikt de arts daarom een dubbelballon-endoscopie. Met een dubbelballon-endoscopie kan de arts verder in de dunne darm kijken. Lees hoe een dubbelballon-endoscopie werkt in het dossier over dunnedarmkanker. 

Een EUS is een ander woord voor een echo-endoscopie. Voor een EUS gebruikt de arts een endoscoop met aan het uiteinde van de slang een echoapparaatje. Met een EUS kan de arts echobeelden maken van de alvleesklier of van een NET in de wand van het maagdarmkanaal. 

Longfunctie-onderzoek (bij NET in de longen)

Met een longfunctie-onderzoek bekijkt de arts hoe goed de longen werken. Bij het onderzoek adem je in een mondkapje dat in verbinding staat met een apparaat. Het apparaat meet de longfunctie. Ook wordt gemeten hoe goed de longen zuurstof opnemen.

Bronchoscopie (bij NET in de longen)

Bij een bronchoscopie bekijkt de arts de longen aan de binnenkant. Hij of zij gebruikt een bronchoscoop, een dunne slang met aan het eind een kleine camera. De slang buigt makkelijk en komt via de mond of de neus in de luchtwegen. 

Lees de uitgebreide uitleg over de onderzoeken op kanker.nl of bekijk het op de website van je eigen ziekenhuis.  

Colofon

Met medewerking van:

Illustratie mensen

Ervaringsdeskundigen met neuro-endocriene tumoren

Dr. Margot Tesselaar

Internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek

Prof. dr. Gerlof Valk

Internist-endocrinoloog, UMC Utrecht

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: februari 2020