Onderzoek en diagnose bij melanoom

Opslaan

De huisarts bekijkt het plekje waar je je zorgen over maakt. Wanneer hij vermoedt dat het een melanoom is, verwijst hij of zij je door naar een dermatoloog (huidarts).

De dermatoloog snijdt het plekje weg

Denkt de dermatoloog dat het mogelijk een melanoom is, dan haalt hij of zij het afwijkende plekje helemaal weg met nog 2 millimeter extra eromheen. Lees meer over het operatief verwijderen van een melanoom.

Weefselonderzoek en diagnose

Een patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop. Met de uitslag van het weefselonderzoek stelt je arts de definitieve diagnose. Je hoort welk soort melanoom je hebt, hoe dik het melanoom is en hoe groot de kans op uitzaaiingen is.

Vaak volgt na de diagnose nog een tweede operatie om de kans kleiner te maken dat het melanoom terugkomt.

Wanneer is geen verder onderzoek nodig? 

Bij een melanoom in situ is geen verder onderzoek nodig.  Ook bij een beginnend, dun melanoom in stadium Ia is geen verder onderzoek nodig. Er is nauwelijks kans op uitzaaiingen.  

Wanneer is verder onderzoek nodig?

Bij een melanoom stadium pT1b of hoger is verder onderzoek nodig.

Je krijgt een gesprek om te kijken of een schildwachtklierprocedure wenselijk is. Bij dit onderzoek wordt de eerste lymfeklier onderzocht die bereikt zou worden door uitzaaiing van het melanoom. 

Ook je bloed kan worden onderzocht. Hierbij wordt gekeken naar bepaalde stoffen die iets kunnen zeggen over de uitgebreidheid en/of agressiviteit van het melanoom, bijvoorbeeld het S100B en LDH.  

Voelt de arts tijdens het lichamelijk onderzoek vergrote lymfeklieren en lymfekliergebieden? Dan krijg je een echografie en zo nodig een punctie

Blijkt uit deze onderzoeken dat het melanoom is uitgezaaid naar de lymfeklieren, dan doet de arts ook onderzoek naar uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam. Meestal gebeurt dit met een CT-scan of PET-CT-scan.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: mei 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Tumor Focusgroep Melanoom