Chemotherapie bij HCL

Opslaan

De meeste mensen met hairy-cell-leukemie (HCL) krijgen chemotherapie .Soms wordt eerst nog een tijdje gewacht met behandelen. Dat heet actief volgen

Vaak verdwijnen de klachten volledig of gedeeltelijk na een behandeling met chemotherapie. Keert de ziekte terug, dan kun je meestal opnieuw behandeld worden .

Hoe werkt chemotherapie?

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door het lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken.

Met welke medicijnen word je behandeld?

Je krijgt 1 van volgende medicijnen:

  • cladribine (Leustatin®)
  • pentostatine (Nipent®)

Beide middelen werken ongeveer even goed. Ook hebben ze dezelfde soort bijwerkingen. In Nederland wordt cladribine het meest gebruikt omdat daarvan maar 1 kuur gegeven hoeft te worden.

Cladribine bij HCL

Je kunt cladribine op 3 manieren krijgen: 

  • 7 dagen achter elkaar via een continu infuus
  • 5 dagen achter elkaar via een continu infuus

De arts overlegt met je wat in jouw situatie de beste manier is.

Cladribine is een effectief middel: 

  • 85 tot 90% van alle patiënten heeft minder klachten na een behandeling met cladribine
  • 50 tot 80% van alle patiënten bereikt een complete remissie. Dit betekent dat er geen HCL-cellen meer in het bloed of beenmerg aantoonbaar zijn.

Pentostatine bij HCL

Je krijgt pentostatine per infuus. De eerste 2 maanden lang 1 keer per week. Daarna krijg je het 1 keer in de 2 weken. Je hoeft niet opgenomen te worden.

Dit middel werkt wat geleidelijker dan cladribine. Daarom duurt het wat langer voordat je klachten verminderen.

Ook pentostatine is een effectief middel: 

  • 80% van alle patiënten heeft minder klachten na een behandeling met cladribine
  • 50 tot 75% van alle patiënten bereikt een complete remissie. Dit betekent dat er geen HCL-cellen meer in het bloed of beenmerg aantoonbaar zijn.

Bijwerkingen van cladribine en pentostatine

Beide middelen hebben als bijwerking dat de afweer maandenlang verminderd is. Dit komt doordat bepaalde afweercellen tijdelijk uitvallen door de behandeling en door de ziekte. Na de behandeling moet het afweersysteem herstellen.

Pas na 6 tot 12 maanden zijn er weer voldoende afweercellen in het bloed aanwezig. Soms duurt het nog langer.

Tijdens de verminderde afweerperiode na de chemotherapie krijg je lange tijd antibiotica. Deze medicijnen beschermen je tegen infecties. Desondanks kun je och 1 of meer periodes met koorts doormaken. In die periodes moet je voor extra controle naar het ziekenhuis.

Behandeling als HCL terugkeert

Keert de ziekte terug (recidief), dan kun je meestal opnieuw behandeld worden. Er zijn diverse mogelijkheden: 

  • Je krijgt nog een keer hetzelfde medicijn.
  • Je wisselt naar het andere medicijn. Soms schrijft de arts ook nog het medicijn rituximab voor. Dit is een vorm van immunotherapie.
  • Je krijgt een heel lage dosis interferon-alfa (3 keer per week een injectie met kortwerkend interferon-alfa of 1 keer per week een injectie met langwerkende interferon-alfa). Dit is ook een vorm van immunotherapie.
  • Je krijgt een operatie waarbij je milt verwijderd wordt. (Dit gebeurt zelden.)

Chemotherapie

Deze video legt uit hoe chemotherapie in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2017

Dit artikel is geschreven door Hematon, de redactie van kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Huls, G. (hematoloog), Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog), Dr. Schaafsma, M.R. (hematoloog)