Alcoholgebruik

Als iemand kanker heeft en alcohol drinkt, dan wil dat niet zeggen dat de kanker veroorzaakt is door het drinken van alcohol. Kanker is een complexe ziekte. Er liggen meerdere factoren ten grondslag aan het ontstaan ervan, waaronder genen. Door minder of niet te drinken kan je daarom niet voorkomen dat kanker (opnieuw) ontstaat, maar je kan wel het risico verlagen. Verder kan alcohol ook invloed hebben op herstel en bijwerkingen na kanker. Alcoholgebruik tijdens chemotherapie wordt over het algemeen afgeraden. Dit vanwege de interactie van alcohol met bepaalde middelen uit de chemo, die misselijkheid en braken kan versterken. Ook zorgt alcohol voor een extra overbelasting van de lever, die het ten tijde van de chemo al zwaar heeft. Als de lever door alcohol ontstoken raakt, vooral rond het moment van de behandelingen, dan kan dat de afbraak van de medicatie in de chemokuur verstoren. Dit kan leiden tot verhoogde giftigheid van de middelen.

Hetzelfde advies om geen alcohol te drinken wordt vaak gegeven bij mensen die bestralingen ondergaan in de regio van hoofd-, nek- en borstgebied. Vooral ten tijde van de behandelingen zelf kan alcohol, zelfs al in kleine hoeveelheden zoals in mondwater, leiden tot slijmvliesontsteking (‘mucositis’) en de conditie verergeren. > Meer over alcohol en kanker

11 resultaten gekoppeld aan dit onderwerp: