‘Ik was best fit. En toch kost herstellen best veel tijd’

Arie


Arie (1955) kreeg in 2024 de diagnose prostaatkanker. Zijn prostaat en een aantal lymfeklieren zijn toen weggehaald. Er zit nog wel een uitzaaiing, maar zijn PSA bloedwaarde is voor nu laag. Arie was al jaren sportief, maar sinds zijn diagnose gaat hij nóg bewuster met zijn leefstijl om.

Tekst: redactie kanker.nl, februari 2026

Was jouw leefstijl voor de diagnose heel anders dan nu? 

“Nee, eigenlijk niet echt. Ik liep al hard, dat deed ik al zo’n tien jaar. Daar begon ik mee, omdat ik een nare ontsteking in mijn longen had. Ik dacht toen: ik moet gewoon zo fit mogelijk blijven. Stel dat ik ooit een operatie moet ondergaan, dan moet ik dat aankunnen. Dat hardlopen ben ik altijd blijven doen. Wel is de afstand en het tempo minder geworden.”

Heb je na de diagnose dingen aangepast? 

“Ik ga wel bewuster met mijn leefstijl om. Ik ben me er meer bewust van dat voeding en bewegen heel belangrijk zijn. Niet dat ik veel alcohol dronk, maar toch wel dagelijks een glas en dat doe ik niet meer. Ik drink nog wel eens een glas wijn, maar zeker niet meer dagelijks. Verder beperk ik rood vlees en melkproducten. Ik eet eigenlijk alleen buiten de deur nog wel eens rood vlees. Daar moet ik wel bij zeggen: mijn vrouw is vegetariër, dus minder vlees eten is vrij makkelijk. 

Ook ben ik thuis krachttraining gaan doen: gewoon oefeningen om mijn spieren op peil te houden. Het voordeel van thuis trainen en hardlopen is dat je altijd zó kunt beginnen. Daar moet je wel wat zelfdiscipline voor hebben, en ik kan goed mijn eigen stok achter de deur zijn.”

Is er in het ziekenhuis gesproken over leefstijl? 

“Wel over bewegen. En dat deed ik dus al vrij goed. Maar over voeding is niet gesproken. Misschien omdat ik geen overgewicht had. Ik heb dus zelf naar mijn voeding en alcoholgebruik gekeken.”

Je zei: bewegen deed je al. Wat is daar bijgekomen? 

“Na de operatie zeiden drie vrienden: we willen gaan wandelen om zo aan je herstel te werken, ga je mee? Dat hebben ze rustig met mij opgebouwd. We lopen inmiddels wekelijks elke woensdagochtend, zo’n 10 kilometer. Dat is goed voor de beweging, maar ook in sociaal opzicht. Praten gaat makkelijker als je loopt. En ik zit in een lotgenotengroep, daar kan ik ook goed ‘van me afpraten’.”

Slaap je goed? 

“Best goed, vind ik zelf. Ik slaap zo’n vijf à zes uur per nacht. Sinds mijn diagnose word ik wat vaker wakker. Wel ga ik nu overdag een half uur liggen. Dat moment om te rusten heb ik echt nodig.”

Wat doe je nog meer om te ontspannen? 

“Mijn vrouw en ik passen drie keer per week op onze kleinkinderen. Ik ga dan altijd met ze zwemmen. Van baby tot ze hun A-diploma hebben, dat is mijn ‘project’. Ik vind het geweldig en zij ook.”

Daarnaast kweek ik groenten en tomaten, gewoon thuis. Daar ben ik elke dag wel mee bezig. Even m’n zinnen verzetten.”

Je was al fit en leefde al best gezond. Toch duurde je herstel lang? 

“Dat heeft me wel verbaasd, dat het zo langzaam ging. Ik heb dat toch wel onderschat. Want pas na anderhalf jaar dacht ik: ik geloof dat ik er nu weer ben, qua energie. Terwijl ik toch best veel deed om te herstellen.”

Wat zou je andere mensen willen meegeven die aan het herstellen zijn van hun behandeling? 

“Dat je leefstijl zeker helpt, maar dat het herstel toch tijd kost. Ook als je al fit bent.”