ZIELSGELUKKIG

ZIELSGELUKKIG

Nooit eerder was ik zo gelukkig.
‘Maar dat kan toch niet,’ zeiden zowel vreemden als vrienden.

Ik wendde mijn blik af.
Daar zat ik, met benen als luciferhoutjes,
Gezeteld op mijn troon: een ant-decubitus kussen van Tempur.

Annemiek duwde mij voort,omgeven door een aureool van trots.
‘Mijn ijzeren benen,’ noemden wij het onding.

Ik maakte er maar een grapje van.
Maar het geluk was echt.
Alleen wist ik nog niet hoe ik het moest toelaten-hoe ik het mocht toelaten.

De neuroloog keek bedenkelijk naar de maatschappelijk werkster.
‘Je trekt jezelf aan je haren uit het moeras.’

2 reacties