KINDERLOOS
Kinderloos bestaan, in zijn ogen.
Een verloren leven, om het even-
dat het zo is gegaan.
Dat ik bijna…
ophield te bestaan.
In zijn ogen,
die fonkelen,
kronkelen.
Bovenal bekonkelen;
in zijn naam.
Dat ik kinderloos ten onder zal gaan
naamloos, om het even:
een verloren leven-
toch verwaardig ik mij te bestaan.