Reuzenkikkers en sociaal ongemak

Het is alsof een slecht bericht ook meteen ons spraakorgaan aantast, alsof dan een kikker van Samsonitische proporties zich klem zet in onze borstkast en duidelijk niet van plan is om te vertrekken.

Praten over kanker is voor mij een terugkerend onderwerp. Bij spreekbeurten, in columns of ingezonden commentaren in de krant: ik wijd er graag een paar woorden aan, nu ook in Olijfblad. Om één reden: het is zo vreselijk moeilijk. Onze club van kankerpatiënten is al decennialang één van de grootste ter wereld, met in Nederland zo’n 100.000 nieuwe leden per jaar. En nog altijd is erover praten zo ongeveer het lastigste aspect. Het is alsof een slecht bericht ook meteen ons spraakorgaan aantast, alsof dan een kikker van Samsonitische proporties zich klem zet in onze borstkast en duidelijk niet van plan is om te vertrekken. En, alsof dat nog niet genoeg is, slaat die kikker ook nog eens zijn zuignappen uit naar onze omgeving. Want de mensen om ons heen, dichtbij of veraf, weten ineens ook niets meer te zeggen.

Maar praten helpt. Echt. En naarmate je het meer doet, gaat het gemakkelijker. De eerste keer barst je misschien meteen in huilen uit, bij de tweede al minder snel. Tegen de tijd dat je bij keer nummer tien bent, is je emotionele huishouding enigszins bedaard. Bij elk nieuw slecht bericht herhaalt deze reeks zich, maar met minder pieken. Je wordt gewoon steeds bedrevener.

Praten werkt als een schoorsteenveger: het verwijdert verstoppingen. De reuzenkikker krijgt een oplawaai. De opluchting is bij iedereen voelbaar, ook aan de ontvangende kant. Want de meeste mensen zijn blij als je openheid geeft. Ze vinden het moeilijk, zeker, maar vaak ook fijn om bij je verhaal betrokken te worden en je misschien wel ergens mee te kunnen helpen. Kortom, praten over kanker levert veel sociaal gemak op. En dat is precies wat je in zware tijden nodig hebt.

Erover praten betekent overigens niet dat je je ziekte groter maakt dan nodig. Dat kan een misverstand zijn. Je maakt je verhaal wel zichtbaar voor de buitenwereld. Bij de Club van Grote Zwijgers – op het andere eind van de praatdimensie – is het eigen kankerverhaal evengoed pittige dagelijkse kost. Alleen hebben ze meer last van die kikker en van sociaal ongemak.

Hoeveel moet je er dan over praten? Dat is natuurlijk voor een ieder anders. Ik doe het vrij veel. Tegenwoordig vooral met onbekenden, omdat ik merk dat de buitenwereld hierdoor meer gaat begrijpen van de dagelijkse realiteit van een kankerpatiënt. Voor sommige mensen was dat wennen. Een vriendin zei: ‘Het lijkt wel of je er je beroep van maakt’, toen ze hoorde dat ik op een symposium over mijn ellende ging spreken. ‘Moet je er wel steeds zo mee bezig zijn?’, vroeg een andere bezorgd toen ik vertelde dat ik een boekje met columns ging uitgeven. Het antwoord is simpel, dat moet ik zeker niet. Maar ook al gaat het beter met me, kanker is er elke dag, voor de rest van mijn leven. Kan ik er net zo goed over praten.

In: Olijfblad maart 2019, blz 11 - Anita Kaemingk (https://olijf.nl/over-olijf/olijfblad/)

Olijf, Netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker

6 reacties

Praten helpt echt is ook mijn ervaring. Ik ben er al die tijd heel open over geweest, en nog steeds. Door er over te praten maak je het andere mensen ook makkelijker om vragen te stellen, hoe het met je gaat, etc. En ze lopen me ook niet voorbij omdat ze niet weten hoe er mee om te gaan. Of wat te zeggen. Ik heb dat in ieder geval nog niet meegemaakt. Daarnaast geef ik ook aan als ik even niet wil praten en dat wordt dan ook gerespecteerd. 

Ik voel met name veel liefde en aandacht (op de juiste manier) om me heen.

En inderdaad, ook al gaat het goed, kanker blijft een onderdeel can je leven als je het eenmaal hebt gehad. Dus super dat je er over blijft praten. Ik blijf het ook doen.

Lieve groet, Karin

Laatst bewerkt: 23/08/2019 - 13:46

Fantastisch blog. Ik heb precies dezelfde ervaring. Ik praat er veel over, en ik schrijf er veel over. En inderdaad, HET HELPT. Ik heb nu al ik weet niet hoe vaak hetzelfde verhaal op allerlei verschillende manieren aan allerlei verschillende mensen verteld, en dit praten erover, er open over zijn, steeds bedrevener worden in aanvoelen hoeveel mensen erover willen weten, en hoe ze de info aangereikt willen krijgen, helpt enorm om meer aansluiting te vinden. En ook ik vind het bijna je plicht, als ervaringsdeskundige, in een wereld waar steeds meer kanker voorkomt, om veelvuldig als getuige op te treden. Dit is wat je kunt doen, de wereld bekend maken met wat het inhoudt, deze ziekte krijgen, hebben, nooit meer verliezen in zekere zin.

Laatst bewerkt: 25/08/2019 - 17:02

Hoi Annet, ben het 100% met je eens! Ik vind het ook superbelangrijk om open over de ziekte te zijn. Steeds meer mensen leven langer door, met de gevolgen van de behandelingen. We moeten er zelf  mee omspringen en ons  aanpassen. Hoe krijgen we dit zo goed ( en als het even kan zo plezierig) mogelijk voor elkaar Het is goed om dit te delen/ kennis te verspreiden. Ik probeer de kunst maar een beetje af te kijken van de mensen die vechten voor ( rolstoel-) toegankelijkheid.

Laatst bewerkt: 30/08/2019 - 11:17

Dank je wel, voor deze blog AnnitaK!

Voor mij was de voorzitter van plaatselijk vrijwilligerswerk  een goede graadmeter. Ze gaf aan dat ze thuis liep af te wegen/piekeren: kan ik haar wel bellen? Moet ik maar niet bellen?

Mijn  omgeving maakte zich zorgen, soms nog meer dan ik zelf!  Feitelijke informatie over de gang van zaken, vooruitzichten etc. zorgde voor opluchting bij anderen en behoedde mij zelf voor overmatig piekeren over rampscenario's ( die voorlopig nog niet aan de orde zijn!)

Met hier en daar een vleugje humor als het kon. Dochter die zei: je kunt je stekels wel paars verven, vriendin van dochter die zei: roze zou ook wel staan....

 

Laatst bewerkt: 24/01/2020 - 20:36

Boek 'vol' over geschreven en uitgegeven. Hartverwarmende reacties op gekregen! En het heeft voor hen die het gelezen hebben als veel, maar zeker ook als eye-opener gewerkt.

Groetjes Hebe

Laatst bewerkt: 30/09/2019 - 21:23