Ben je weer de oude?

Eindelijk lijkt het winter te worden. Twee dagen lang stromen eindeloze wolken van minuscule sneeuwvlokjes door de donkere wereld. Ze vervangen voor even de zon die zich al weken, of is het maanden, niet heeft laten zien. Ik sta voor het kamerraam en zie de vasthoudendheid waarmee de Grote Yeti de straten, huizen en bomen in steeds meer licht zet. Zo dadelijk ga ik de stoep sneeuwvrij maken, een van de leukste klusjes in het jaar. Maar ik draal en zoek puf. De buurvrouw komt met wapperende jas onze steile straat afgerend, gevolgd door twee sleetjes met op elk een juichend kind. Ik zwaai. Als vanzelf vouwt mijn hand zich om mijn achterhoofd. Ik heb al weken pijn in mijn nek en kaakgewricht. Niet doorlopend gelukkig, maar wel toenemend en soms zo heftig dat ik niet weet wat ik moet doen. Ik ben ook al langer een beetje moe. Zo'n vage moeheid die geen oorsprong kent en geen soelaas. Die misschien zelfs geen moeheid is, alleen een paar kringen onder mijn ogen. Ik ga naar buiten en geef me over aan de sneeuw.

Net zo snel als die kwam, verdwijnt de winter weer, het gekwakkel herneemt zijn ritme. Ik fiets naar mijn zangjuf om afscheid te nemen. Zij wil meer tijd aan een andere kunst besteden en ik energie overhouden voor alle dingen die ik doe. Want gloeiende-grootmoeder-van-Pippi, wat doe ik ondertussen veel. Het is mijn nieuwe dagtaak geworden: wikken en wegen. Wat kan erbij, wat moet eraf, hoe meer mijn energielabel opgeplust werd in de afgelopen jaren hoe drukker mijn hoofd het kreeg. Mijn hoofd, mijn bijzondere en gekke chemohoofd. Ik schud het even en neem een slokje koffie. Een andere zangleerling vraagt: "Ben je weer helemaal de oude?" 

Met een vorkje snijd ik een stukje van de vlaai en ik ga iets verzitten, een immervergeefse poging om mijn krampbeen te ontspannen. Ik ben vertrouwd met deze vraag. En met al die andere vragen. Ben je wel nog onder controle, ben je schoon, ben je genezen? Het zijn echo's uit een nieuw verleden toen woorden als 'schoon', 'genezen' en 'curatief' de onderzoeksgeldstromen naar tumorcellen tot ongekende hoogtes opzwiepten. Toen bezweringen en magisch denken nog te koop waren. Bijvoorbeeld dat je zou kunnen terugkeren naar wat je ooit was. Tegenwoordig weten we beter, kanker is niet alleen kanker zolang het kanker is. 

Uit het Doneer-Je-Ervaring-onderzoek van de NFK* blijkt dat vijfentachtig procent (85%!) van de mensen die langer dan tien jaar geleden de diagnose kanker kreeg, nu nog last heeft van een of meerdere klachten als gevolg van hun ziekte of behandeling. Het is fabelachtig veel. Mijn ogen blijven haken bij de woorden 'nu nog'. Een laatste bezwering.

"Nee, dat niet," antwoord ik. "De oude worden, dat kan niet meer." Of ik dan nog ziek ben, vraagt ze. "Dat ook niet echt, al weet je het nooit, maar ik heb nogal wat behandelschade. Ik ben een andere persoon nu." 

Column voor Olijfblad https://olijf.nl/