Is het nu dan echt waar?

Ik heb lang getwijfeld over de titel, maar in combinatie met de afbeelding klopt het wel. Een felicitatie, maar toch ook nog het onwerkelijke gevoel, dat het allemaal voorbij is en goed is afgelopen. 2,5 maand geleden alweer dat mijn laatste bericht hier verscheen, vlak na de operatie. Een operatie met een groot compliment voor de chirurg, want ze heeft het fantastisch gedaan. Er is nauwelijks verschil te zien tussen voor en na de operatie.Vervolgens de uitslag van het biopt. De 2 plekken waar de kanker zat, waren helemaal vrij, maar er was nog wel iets met DCIS, het voorstadium van kanker, waar twijfel over was. Pas bij het laatste gesprek, na de bestralingen,  met de vervangende oncoloog werd me eigenlijk duidelijk dat na discussie binnen het team de uitslag was bepaald op radicale verwijdering, dus toch volledige response. Voor alle zekerheid volgden van 27 tot 31 juli nog 5 bestralingen en op 2 september is het afrondende gesprek met mijn verpleegkundige. Dus 2 weken geleden zat het erop. Door de langdurende onzekerheid over wel of geen volledige response voelt het allemaal nog wat onwerkelijk, maar langzaam maar zeker durf ik er meer op te vertrouwen dat het allemaal goed is gekomen. Dat neemt niet weg, dat er aldoor een stemmetje in het achterhoofd zit, dat het vertrouwen probeert te ondermijnen met het idee, dat kanker een echte sluipmoordenaar kan zijn, want daar zijn uiteindelijk ook genoeg voorbeelden van. Maar angst is een hele slechte raadgever, dus probeer ik het stemmetje de mond te snoeren en vooral het leven weer op te pakken. Dat lukt dusdanig goed, dat ik de afgelopen 2,5 maand zo druk ben geweest met van alles en nog wat dat ik pas nu weer een bericht plaats. Alhoewel, dat is eigenlijk niet helemaal waar. Ik heb het al eerder gehad over 2 parallelle werelden. In de ene wereld was ik heel druk bezig en in de andere moest ik tot bezinning komen en alles proberen een plek te geven en was er daarom nu pas ruimte voor dit stukje. Ik wil iedereen bedanken die me tijdens dit traject een hart onder de riem heeft gestoken en diegenen wiens pad anders loopt dan gehoopt, heel veel sterkte wensen. Ik bewonder de moed, de veerkracht, het optimisme èn de humor van de mensen die ik hier digitaal heb mogen ontmoeten. Er zijn veel ontroerende, grappige, maar vooral oprechte verhalen geweest, die me altijd zullen bijblijven en ook zal blijven volgen. Dank jullie wel!!!

2 reacties

Lieve jij
Je schrijft over twee parallelle werelden: eentje waarin het voorbij is, en eentje waarin je dat zelf nog moet leren geloven. 
Ik vond dat zo'n mooi beeld dat er vanzelf een sprookje uit groeide. Eentje met een happy end natuurlijk. Want sommige verhalen verdienen dat gewoon.
gr, Willy

Over Twee  Koninkrijken

Er was eens een vrouw die in twee koninkrijken tegelijk woonde. Onmogelijk volgens de landkaarten onmogelijk was, maar landkaarten weten nu eenmaal lang niet alles en al helemaal niet wat zich in een mensenhart afspeelt.

Het eerste koninkrijk lag aan de buitenkant. Daar scheen de zon, stonden de deuren weer open en was de grote oorlog voorbij. Het monster dat zoveel onrust had veroorzaakt, was verslagen door een heelmeesteres met bijzonder bekwame handen, die had weggesneden wat er niet hoorde.

Daarna kwamen de geleerden. Ze onderzochten, maten en overlegden, en toen overlegden ze nog een keer, want geleerden zijn daar bijzonder goed in. Op de twee plaatsen waar het monster zich had genesteld, vonden ze niets meer. Alleen over een klein stukje land bestond nog twijfel. Daar werden moeilijke woorden over gesproken en ernstige gezichten bij getrokken, tot uiteindelijk ook daarover het verlossende oordeel kwam: het monster was volledig verdwenen.
Voor alle zekerheid stuurden ze nog vijf dagen stralen van licht over het oude slagveld, want mensen zijn merkwaardige wezens: zelfs wanneer ze zeggen dat iets helemaal weg is, bestralen ze het voor alle zekerheid nog even.

Maar daarna was het klaar. De poorten gingen open, de wachters mochten naar huis en de vrouw keerde terug naar haar gewone leven. Ze wandelde, ontmoette mensen, maakte plannen en ontdekte dat een dag waarop niets bijzonders gebeurt na een oorlog ineens bijzonder kostbaar kan zijn.

Alleen was er nog dat tweede koninkrijk.

Dat lag niet op een kaart, want het bevond zich ergens diep binnen in haar. En daar had blijkbaar niemand verteld dat de oorlog voorbij was.
De wachters stonden nog op de muren. Iedere avond ging de ophaalbrug omhoog en wanneer ergens in het struikgewas een konijn zijn neus iets te luid snoot, grepen drie soldaten tegelijk naar hun zwaard.
Boven op de hoogste toren woonde bovendien een klein mannetje in een zwarte mantel. Niemand wist wanneer hij daar was komen wonen. Zulke mannetjes schrijven zich niet in bij het bevolkingsregister. Ze zoeken gewoon een donker hoekje en gedragen zich na verloop van tijd alsof het altijd van hen is geweest.

Het mannetje had maar één wapen: een fluisterstem.
"En als het terugkomt?" vroeg hij wanneer het stil werd.
"De geleerden zeggen dat het weg is," antwoordde de vrouw.
"Dat zeggen ze nu."
"Ze hebben alles onderzocht."
"Wat ze konden vinden."
"Het monster is verdwenen."
"Monsters kunnen zich verstoppen."

En daar zat nu precies het vervelende: het mannetje loog niet helemaal. Was hij maar een leugenaar geweest, dan kon je hem eenvoudig de deur wijzen. Maar hij nam een klein stukje waarheid, trok het een zwarte jas aan en zette het midden in de kamer.
De vrouw probeerde hem aanvankelijk te negeren door haar dagen te vullen. Dat lukte aardig, maar in haar tweede koninkrijk hadden de soldaten meer tijd nodig. Een hart houdt zich nu eenmaal niet aan uitslagen van geleerden. Het weet alleen dat er ooit gevaar was, en wie eenmaal een monster in het bos heeft gezien, schrikt daarna nog lang wanneer achter een boom een tak kraakt.

Dus gaf ze het tweede koninkrijk de tijd.

En langzaam veranderde er iets. Op een ochtend vergat een wachter zijn zwaard. Er gebeurde niets. Een andere nacht bleef de ophaalbrug beneden omdat de brugwachter in slaap was gevallen. Ook toen gebeurde er niets, behalve dat een eend over de brug wandelde alsof die speciaal voor haar was gebouwd.
Later werd een wachttoren niet meer bemand. Daarna nog een. Op het oude slagveld verscheen gras en tussen het gras kwamen bloemen. Bloemen zijn daar heel goed in. Ze vragen nooit wat er vroeger op een plek gebeurd is. Geef ze aarde, regen en een beetje zon en ze beginnen gewoon.

Het mannetje woonde nog altijd in zijn toren. Op een avond stak hij zijn hoofd uit het raam. "En als het terugkomt?"
De vrouw bleef staan en keek omhoog. "Dan zien we dat dan wel."
Het mannetje zweeg. Dat antwoord stond blijkbaar niet in zijn boek. "Maar stel nu eens dat..."
"Niet vandaag," zei de vrouw. En ze wandelde verder.

Op dat ogenblik gebeurde er iets vreemds. Het mannetje werd kleiner. Niet veel, misschien een duimbreedte, maar de volgende keer dat hij begon te fluisteren en de vrouw gewoon verderging, kromp hij opnieuw.

Helemaal verdwijnen deed hij nooit.

Dat zou ook een slecht sprookje zijn, want wie beweert dat alle angst na een grote overwinning voorgoed verdwijnt, heeft vermoedelijk zelf nooit tegenover een echt monster gestaan.

Maar hij werd klein genoeg om mee te leven.

Op een ochtend liep de vrouw door de open poort. Langs de weg bloeiden bloemen waar vroeger soldaten hadden gestaan en boven op zijn toren maakte het kleine mannetje zich klaar om nog één keer iets te roepen.
Misschien wilde hij zeggen dat monsters kunnen terugkomen. Misschien wilde hij waarschuwen dat niemand weet wat morgen brengt.
En daar had hij natuurlijk gelijk in. Maar juist toen stak de wind op en nam zijn woorden mee.

De vrouw hoorde ze niet. Zij was al onderweg.
Niet naar een koninkrijk waarin nooit meer iets ergs kon gebeuren, want zulke koninkrijken bestaan alleen in slechte sprookjes.

Ze ging naar het enige koninkrijk dat werkelijk bestond.

Vandaag.

En daar leefde ze niet lang en gelukkig, alleen omdat het nu eenmaal zo hoort aan het einde van een sprookje.

Ze leefde vandaag en gelukkig.

En voorlopig was dat meer dan genoeg.
 

Laatst bewerkt: 14/08/2026 - 08:26