Sparringpartner
Regelmatig app ik met C. Dan sturen we elkaar een ‘goedemorgen & fijne dag’. En vaak een fotootje. En ook melden we waar we die dag zin in hebben, wat we gaan doen, willen doen.
Vanmorgen ook weer. Als antwoord op haar goedemorgen + prachtige onderweg-foto stuurde ik: "Da’s zeker een goedemorgen. En dat wens ik je ook. Na een paar wiebelige dagen (met dank aan een virusje) ga ik nu de wandelhort op. En later vandaag de hardloophort op. Ik beloof zo een foto, maar vrees dat ik jouw fotografische peil van vrolijkheid niet ga halen. 🙂"
Kreeg ik terug: "Doe jij vooral een beetje rustig aan!!!"
Min of meer automatisch antwoordde ik: "Zeker. Wandelen ging goed. En het rennen doe ik rustig. Ik ga strand/ helling/trap doen. Lijkt ambitieus, maar je kunt hellingen en trappen ook rustig doen. En ik heb dan een parcours waarbij ik steeds relatief dicht bij huis blijf, dus afkappen kan op elk moment."
Dat stelde haar blijkbaar maar weinig gerust, want: "Het is het woordje “kan” … dat soms eerder verstandig is te gebruiken dan je denkt 🙂"
Ze kent me inmiddels een beetje en wilde kennelijk tóch even waarschuwen. Waarschijnlijk dacht ze dat ik ‘je kunt hellingen en trappen ook rustig doen’ meldde als geruststelling, maar dat ik ouderwets zou gaan lopen rossen.
Maar zóu ik dat doen? Hoe helder héb ik dat voor mezelf? Regeert Erik 1.0 op dat vlak nog? Of mengt die zich nog af en toe in de strijd? Of loopt C. wat dat betreft tóch een beetje achter?
Mijn reactie na rijp beraad was: "Ik gebruik ‘kan’ om de mogelijkheid aan te geven, omdat – leert mijn ervaring – mensen niet geloven dat je ook trappen/hellingen kunt doen als lichte inspanning, net als licht rennen op het vlakke. Dat geldt ook voor rennen door mul zand. Zwaar? Hoeft niet, want niemand zegt dat je dat op je normale snelheid hoeft te doen. Ook in mul zand kun je licht rennen."
"En ze geloven heel vaak niet dat ík dat rustig kan. Bij mij betekent ‘je kunt … inspanning … ook rustig doen’ inmiddels dat ik het in mijn hoofd meeneem als scenario dat voor mij ook goed is."
"Soms vlieg je, kun je beuken en dat is dan heel mooi. Soms gaat het gewoon best lekker en dan is het goed. En soms kom je niet los, slaat vermoeidheid eerder toe dan gehoopt of verwacht of heb je even minder moed/energie/drang omdat bijv. je hoofd moe is. Dan schakel ik terug in tempo, frequentie, lengte van de inspanning en dan is het ook goed. Dat laatste heb ik moeten leren, is nog steeds soms moeilijk/frustrerend, maar lukt vaak wel."
Kijk, met zo’n sparringpartner krijg je zaken op een rij. Daarmee zie je waar je groeit en wint júist als je absolute mogelijkheden krimpen en je terrein verliest.
Dus dank je C..
P.S. Hoe het hardlopen ging? Ik vloog.